Johan Bosmans

Op vijf voor twaalf vuurt Johan Bosmans zijn redelijk gekke gedachtengangen op u af, wars van wat u er wel over zou kunnen vinden. Een wonderlijke mix van kritieken, filosofie, losse zinnen, citaten en ander fraais.

Met als bonus zijn wonderlijke boek Vluchtig als een steen

Elke dag weer
een poging tot
schrijven wat je gedacht had
en keer op keer
schrappen begot
tot je de orde had gevat.En toch, het vrat.
Misschien was het Woord
dat wat je geschra

Joost Elli

Als de grot van Ali Baba. Zo vol is de site van Joost Elli.

Blogberichten, podcasts, allerhande projecten, muziek, er is voor ieder wat wils. Zoals het antwoord op de vraag hoe je nu het best een tom poes / tom pouce / millefeuille / glacé verorbert (en ja, ook over de herkomst van al die namen leer je iets)

De ‘omgekeerde dakdekker’: het dakje wordt gelicht en de onderkant komt op het dakje. Nooit meer knoeien bij het snijden en toch het hele pakket van pudding, deeg en suikerlaagje in je mond. Want het is toch dié totaalbeleving die het ’t hem doet. Revolutionair. Dàt is voortschrijdend inzicht.

In het land van de zevenjarigen (vangst #62)

Voor de meeste schrijvers kent de achteruitkijkspiegel geen geheimen. Deze week leunen de drie voor u geselecteerde bloggers achterover in de hangmat van een gelukzalige jeugd. Philippe Clerick haalt in zijn sprankelende stijl herinneringen op aan de mooiste film die hij ooit zag. Vincent Merckx – nieuw in onze haven – maakt meteen indruk met een ode aan Michel Preud’homme: een nationale doelman die sierlijker kon vliegen dan de Concorde en de Ollanders in het verre Amerika tot wanhoop dreef. Tot slot willen we graag de aandacht vestigen op een schitterend initiatief: de podcast ‘Drie boeken’ van Wim Oosterlinck. Wekelijks gaat de radiopresentator langs bij een schrijver en telkens stelt hij dezelfde vraag: wat zijn de drie boeken die iedereen zou moeten gelezen hebben? Keer op keer ontspint er zich een boeiend tweegesprek. Het haardvuur, de digestief, de Cubaanse sigaren, de regen en mist en de lange winteravonden moet u er zelf bij verzinnen. 

Toen ik zeven jaar was heb ik de mooiste film van de wereld gezien. Je kunt nu zeggen dat iedereen iets anders mooi vindt, en dat is waar, en dat we op verschillende momenten van ons leven iets anders mooi vinden, en dat is ook waar. Ik zou nu een heel andere film de mooiste film van de wereld vinden. Cold War, bijvoorbeeld, met Joanna Kulig, maar toen ik zeven was, was dat Fanny, met Leslie Caron. En wat je op je zevende het mooiste vindt, is mooier dan wat je op je zevenenzestigste het mooiste vind.

Uit: De mooiste film die ik ooit heb gezien van Philippe Clerick

Op precies hetzelfde moment, je zou bijna tegelijk kunnen zeggen, stapten twee jongetjes de bus op, ze droegen een knalrode training van de Kosovaarse voetbalclub aan het park, buiten bloesemden de bomen. Ze kozen een plaats naast me en met de dodelijke ernst van iemand die heden, verleden en toekomst heeft gezien, sprak de een de ander toe, “Honoré, un jour tu vas devenir le joueur qui est en toi”.’

Uit: Preud’homme van Vincent Merckx

“Ik denk dat ik zeven of acht was, ik las al veel, ik ging al naar de bibliotheek, ik wist dat boeken van een uitgeverij kwamen, en toch had ik het naïeve idee dat boeken in één exemplaar bestonden. Eén exemplaar. Sterker nog, ik heb een tijdje gedacht dat schrijvers hun boek ook zelf maakten: met karton, papier, plakband enzovoort.”

Uit: Drie Boeken – Bart Moeyaert van Wim Oosterlinck

Vincent Merckx

In de week waarin de winterzon uitbarstte alsof het al drie weken later was, braken alle huisdieren van Schaarbeek uit.

Een kat nam tram 25 naar Meiser, ze had haar baasje meegenomen, ze praatten in een ochtendlijke dialoog van klaaglijk gemiauw en “ça va ma chérie”, “je kent de tram toch”, “stop nu toch, de mensen kijken”. De kat vertikte het zich te laten troosten, het was nog vroeg, na vier haltes besloot ze zich ceremonieel de tram uit te laten dragen.

Dat zijn de eerste paragrafen uit de eerste wekelijkse nieuwsbrief van Vincent Merckx. Sindsdien zijn wij abonnee. Omdat er nu eenmaal niet genoeg parallelle werelden kunnen bestaan, en die van hem ons uiterst bewoonbaar lijkt.

De sprekershoek van de schrijverij

Soms duiken zomaar uit het niets mensen op die er al lang niet meer zijn. Alsof ze van over het graf de herinnering aan hun vroegere bestaan levend willen houden, bang om ooit te worden vergeten. Ik ben er nog, zeggen ze, en voor altijd. De vrouw aan de overkant van de straat die verschrikkelijk op mijn moeder lijkt. De stem van mijn maatje in mijn oor terwijl ik naar een film kijk: ‘Pakt er een pintje bij.’

De wereld van De Schrijverij blinkt zachtjes in de avondzon, lijkt het, maar vergis u niet. Ze zijn vaak op het scherp van de snee, zijn observaties en bedenkingen.

De Nieuwe Contrabas

Chrétien Breukers heeft het in De Nieuwe Contrabas veel meer over literatuur dan over het eigen leven (wat hij wel deed in de toepasselijk genaamde Chrétien Breukers), en bovendien slorpt zijn boeiende en groeiende podcast veel van zijn aandacht op.

Maar toch. Zinnen als Mensen die gedichten lezen zijn vaak heel erg irritant. Ze zien de meest erge gemeenplaatsen aan voor diepe gedachten; wat bijna niet te lezen is zonder harde brokjes op te hoesten, vinden ze ‘diepzinnig’ maken van ons een fan voor de eeuwigheid.

Ivo Victoria

Ivo Victoria was van zijn vijftiende tot zijn drieëndertigste het best bewaarde geheim van de Belgische rockmuziek. Net voor hij wereldberoemd dreigde te worden, kapte hij met muziek, verhuisde van Edegem naar het provincialere Amsterdam, begon een blog, debuteerde in 2009 met de roman Hoe ik nimmer de Ronde van Frankrijk voor min-twaalfjarigen won (en dat het me spijt) en schreef sindsdien nog vier andere goed onthaalde boeken. Het is heerlijk grasduinen in de meer dan duizend artikels op zijn blog. Uit alles blijkt dat Victoria meer dan terecht een gevierd columnist voor o.m. De Morgen is. Verder strekt het tot aanbeveling dat enkele redactieleden nog met zijn oudere zus hebben gestudeerd. En ooit woonde ik een tuinconcert van hem in Boechout bij. De roman Dieven van vuur liet een verpletterende indruk na.

Er valt helemaal niks te schrijven, fantasie is in een noodtempo irrelevant geworden, schrijvers die nu met een dystopische roman komen aanzetten hebben er niks van begrepen, dit is geen tijd om vooruit te kijken, dit is een tijd om weemoedig en melancholisch uit je raam staren, naar die bomen die machtig mooi geel kleuren, een tijd om je te vervelen terwijl je in het diepst van je gedachten ‘uit eten gaat’ met Gilles van der Loo, of in de gietende regen een slimme loopactie maakt waardoor je vrij voor de keeper komt, dan de bal van de zijkant, voor je slechte voet, er is geen tijd dus het moet in één keer, je raakt de bal compleet verkeerd, de verraste keeper grabbelt vergeefs, je scoort. En wanneer je jezelf omdraait en terug naar de eigen helft loopt, zie je Rob staan die met een brede grijns zijn duim opsteekt, naar ik vermoed omdat ook hij weet dat er een wereld bestaat waarin dit allemaal nooit voorbij zal gaan – dat soort gasten zijn wij namelijk, en dat soort gasten zullen wij altijd zijn.

Wim Oosterlinck

Wim Oosterlinck, de Gentenaar met de zoetgevooisde stem die knettert als een uitdovend haardvuur, is fan van John Malkovich, Cat Power en Jeroen Brouwers én won in een ver verleden het Groot Dictee der Nederlandse taal. Ondanks zijn goedgevulde radio ochtenden bij radio Willy houdt Oosterlinck een blog bij waarin hij regelmatig schrijft over zijn twee kinderen, oude filmzalen en zijn liefde voor boeken. Bijzonder mooi is de podcast drie boeken, waarin mensen – vaak bijna beroemde Gentenaars – spreken over de drie boeken die volgens hen iedereen zou moeten gelezen hebben. Uren luisterplezier verzekerd. Het haardvuur moet u er zelf maar bij verzinnen.

Zo gaat het in een kleine dorpscinema. Geen overbodig personeel dat in de weg loopt terwijl je alles gewoon alleen kan doen. Geen 7 soorten popcorn, geen 5 euro voor 100 gram snoep die overduidelijk maar 6 cent per kilo kost. Geen 2 euro om naar het toilet te gaan. Geen gsm’ende teenagers in de zaal die voedsel en schrijfgerief naar elkaar gooien. Geen cosy seats waarin je gemakkelijker kan foefelen met je lief voor de bescheiden meerprijs van 3,5 euro per ticket. Geen 26 zalen met 83 verschillende films in 13 verschillende digitale formaten. Gewoon Stan & Ollie beneden in zaal 1. Dumbo boven in zaal 2. Weliswaar in 3D.’

Merel de Vilder Robier

Wat wist ik van het leven, 25 jaar geleden?Toch stond ik op de top van de wereld met tonnen courage, solide als een rots. Ik slidderde door ’t leven als door de boter. Ik hakte knopen per dozijn.

Ik zag mij graag. Mijzelf en haar en hem.

En hem, zolang dat ’t duurde.

Is ’t dan begonnen? De lange dagreis naar de nacht? Naar ’t duister alom?

Merel de Vilder Robier is actrice, schrijver en creatieve duizendpoot met een heerlijk eigenzinnige stem en een missie om u tegen te zeggen: jongeren van alle leeftijden aansporen de confrontatie met zichzelf aan te gaan en met een opener, onbevangener blik in de wereld te staan.

Een poging tot dagboek

Een poging tot dagboek, noemt ze het. Zonder pretentie. Voor mezelf, in de eerste plaats. Bijhouden dagelijkse routine. Eten, drinken, slapen. Ziek, gezond. Feiten, meningen, kattebelletjes. Vallen en weer opstaan, zeker? Maar dan wel in een heerlijke stijl, drijvend op ritme en zelfrelativering.

Na de verbouwingen in zijn kop (haar man had een hersentumor) beginnen we volgende week met de verbouwingen in ons huis. Een nieuwe badkamer, met chique tegels tegen de muur en inloopdouche waarin je kunt gaan joggen. Een nieuwe ketel, een nieuwe vloer, een nieuwe trap, een nieuwe zolder. Een nieuw leven, een nieuw begin, een nieuwe lente, een nieuw seizoen.

De kat kijkt verlangend uit raam, net zoals wij allemaal. Van achter glas ziet het er allemaal heerlijk uit, maar de bomen dragen nog geen blad en voor de bijen valt er nog niets te zoemen.