Vitalski

Niemand blogt sneller dan Don Vitalski. Geen gebeurtenis ontgaat hem, geen gedachte ontsnapt aan zijn drang om twee keer te leven – een keer in het echt, wat dat ook moge betekenen, en een keer op schrift.

We mogen het allemaal weten en er mee van smullen. Want het wordt ons gepresenteerd, het is ook een show, dat tweede of dat eerste leven.

… de kunst er dan bovendien ook zeker uit bestaand om juist niét toe te geven aan de natuurlyke drang tot ordening; dat vind ik zelf altyd juist erg vervelend aan dit soort van feiten-boekjes; eerst een hoofdstukje over dieren, dan een hoofdstukje over geschiedenis, dan over cultuur – horror!!
    alles byeen is zo’n alternatieve feiten-boekje toch méér persoonlyk dan je zou denken…

Voorheen rookzanger

Zo af en toe tref je een begenadigd blogschrijver, die beter dan wij kan uitleggen wat er zo fijn is aan het bijhouden van een blog. Jan-Paul Van Spaendonck is zo iemand:

Het was een uitlaatklep voor alles wat me bezighield en het gaf structuur aan mijn dagen in die eerste stille jaren nadat ik in een kliniek in het Zuiden des lands ‘in retraite’ was geweest: dinsdag en vrijdag had ik een taak in de wereld te volbrengen. Nog in pyjama, onderbroek of kamerjas en gewapend met morgenpijp en espresso begon ik te tikken, om een paar uur, drie koppen koffie en evenveel pijpen later uit een schrijfroesje te ontwaken. Ik zocht een bijpassende illustratie, zond het blogje met kloppend hart de ether in, kopieerde alles naar een Word-bestand, plaatste een link op Facebook. Dan pas ging ik douchen en ontbijten. De rest van de dag was ik in blijde verwachting van reacties. Dat werd algauw net zo verslavend als de wijn die ik had afgezworen.

ViLT

We zijn niet helemaal zeker dat Dirk Vekemans zich op zijn plaats voelt in onze haven. Maar omdat we met Aanlegplaats niet bepaald de ‘grote schrijver’ (M/V/X) willen verzamelen, maar eerder wie in de marge wat interessants bij elkaar schrijft, durven we toch. Op enkele schaarse uitzonderingen na is wat er heden als ‘literatuur’ op de markt wordt gebracht geheel onmachtig tekstverwerkersgepriegel van geperverteerde normopathen wiens enige bekommernis het is om ‘groot schrijver’ (M/V) te zijn en te beantwoorden aan de nieuwste profielen daartoe in de vermolmde productiehuizen.

En u zou verbaasd zijn hoeveel grote schrijvers hier toch te vinden zijn.

Marieke Groen

Met jeugdige frisheid, typerend voor iemand die in 1966 werd geboren, schrijft Marieke Groen over haar dagelijks leven. Ze doet het zo sprankelend dat je meer zou willen te weten komen over de enige Hard Gras-medewerker die niet van voetbal houdt. En vooral: meer van haar zou willen lezen. Dat kan gelukkig want ze debuteerde in 1999 met Net als Barbapapa en publiceerde sindsdien al verschillende romans.

Die keer dat ik net een nieuwe liefde had en aan hem vroeg: ‘Wat wil je doen?’ Waarna hij met een bravoure die ik vertederend vond zei: ‘Neukend het nieuwe jaar in.’ Het was even plannen, maar het lukte, en toen we na afloop op de wekker keken was het precies 00:02. Gelukt, glunderden we. Alleen was ik vergeten dat de wekker vijf minuten voorliep.

Kotsen op woensdag

In meeslepende, gebalde miniaturen weet de zelfverklaarde cynicus Sam Sterckx, de poète maudit achter Kotsen op woensdag, ons zijn wereld vol lethargie en Chandleriaanse spitsheid binnen te trekken. Geen licht in de duisternis voor romantische zielen, althans niet voordat het donderdag is geworden.

‘In gedachten sleep ik mijn voeten door de straten van mijn verloren jeugd. Alles stinkt hier naar onvervulde dromen en opgebrande tijd.  Mijn vingers beven en met de grootste moeite steek ik de vijfde sigaret van de dag aan. Terwijl ik mijn longen teer laat proeven, kijk ik met verkleinde pupillen naar mijn oude buurt. Mijn grootouders hadden velden en veen gekend, ik moest het stellen met betonnen appartementsgebouwen en vestimentair gefaalde marginalen die hun dun gezaaide hersencellen opzadelden met meerdere xtc-pillen per week’

Anton Voloshin

thans regent het weer stront

Anton Voloshin kreeg naar eigen zeggen de schrijfmicrobe reeds te pakken als kind van acht, en sindsdien verdwijnt hij niet alleen in verhalen maar schrijft hij ze ook. Niettemin waren wij in het bijzonder getroffen door zijn rake poëzie. Klaar of onklaar, daar zijn we nog niet uit (en dat is misschien exact het punt). Wie echter op zoek is naar humor, zachtzinnigheid, scherpzinnigheid, woede –  escheriaanse schaduwen, vlinderende geliefden, potscherven in balzalen – vindt hier het lexicon.

De Honingpot

Schiep Bouazza dan letterlijk een gevleugeld woord?

Wie zijn hoofd in De Honingpot stopt, blijft plakken. Bezieler Marc Kregting publiceert sinds 1989 teksten in tijdschriften, kranten en boeken, en beheerde het literaire tijdschrift de Biels. Als pianist en componist verzorgde hij jazzfunkoptredens, en maakte onderweg de animatiefilm Used to be a. In De Honingpot verwent hij zijn lezer met bedenkingen over alle vormen van literatuur, muziek en politiek – kortom, het menselijk wezen – gedrenkt in recente gebeurtenissen of bekende figuren.

Thijs Feuth

Elias is diep in gedachten. Als ik naar hem omkijk, lijkt hij het niet op te merken. Pas als ik zijn aandacht trek begint hij te lachen. De druktemaker die hij binnen vier muren is, verandert in de buitenlucht in een filosoof van amper acht maanden oud. Ik geloof dat de mens een buitendier is, en dat de personen die we binnenshuis zijn eigenlijk fictieve karakters zijn die een eigen leven zijn gaan leven. Hoe meer je binnen zit, hoe meer je gaat geloven in dat bestaan, maar werkelijk bestaan doe je binnen niet.

Thijs Feuth is arts, schrijver, filosoof, en ‘no-nonsense’ marathonloper. Wat doet het deugd om hem te lezen, sentimenteel en doordrongen van liefde voor alles in het algemeen en zijn kroost in het bijzonder. Hij woont in Finland.

Anne Broeksma

Wanneer dichter Anne Broeksma wandelt, kijkt ze naar beneden. En naar links, en naar rechts en naar boven. Ze hoeft niet ver te turen om te vinden wat haar mateloos interesseert: het kleine, schijnbaar onbeduidende leven.

Maar hoe moet dat dan, je weet wel, straks, wanneer wij niet meer bestaan, de wereld een nucleaire afvalberg is geworden en nergens meer iets te eten is? Want ook rennende sissende geleedpotigen moeten toch eten? Kakkerlakken kunnen tot veertig dagen zonder. Een Bijbels getal, en dat voor de Apocalyps op stekelpootjes. En wat eten de meeste soorten dan? Alles. Gewoon, wat wij zoal eten. Plus boeken. Ik geloof dat ik me alvast gewonnen geef.

Ruud Verwaal

Voor de Nederlandstalige lezer, die houdt van Franse literatuur en poëzie, met appreciatie voor een licht humoristische insteek, maar bovenal gedreven door een liefde voor taal, is er nu de blog van Ruud Verwaal, leraar Frans uit de Lage Landen.

Leestip voor alle Proustofielen: De Recherche in Kwatrijnen kon onze waardering in het bijzonder wegdragen.

Dat waar je onophoudelijk naar smacht,
loopt juist vertraging op door het verlangen,
maar als de hunkering het hoofd laat hangen,
voltrekt het zich misschien wel onverwacht.