Aan Ingrid Vanderkrieken

Dit is de tweede brief in de eerste ketting van onze reeks Flessenpost. Marjon schreef aan Marita, die nu schrijft aan… Ingrid Vanderkrieken.

Beste Ingrid,

Onlangs overkwam mij iets merkwaardigs. Althans, ik vond de situatie merkwaardig. Bij mijn wekelijkse Facebook-check trof ik twee havenmeesters aan op mijn tijdlijn. En daar waar Marjon vriendelijk verzocht om mijn mailadres, hield Dirk het stilzwijgend bij een vriendschapsverzoek. Twee mensen die ik niet ken, willen iets van mij. Waarom? Om mijn nieuwsgierigheid te bevredigen heb ik, geheel tegen mijn principes in, voldaan aan beide verzoeken. Uit de e-mail van Marjon bleek al snel waarom zij mij benaderden (Marjon in ieder geval, van Dirk weet ik het nog niet): of ik niet een flessenpost wil schrijven aan een mede-blogger wiens bootje ook ligt aangemeerd in de haven van Aanlegplaats. Natuurlijk, en wel aan Ingrid Vanderkrieken!

Drie jaar geleden heb ik mij geabonneerd op jouw blog. Welke blog de aanleiding is geweest, weet ik niet meer maar ik herinner me een gevoel van herkenning. Een vrouw zoals ik, met dezelfde normen en waarden, die ook opgescheept zit met een multifocale bril en het leven met verwondering aanschouwt. Vaak zit ik instemmend te hummen als ik jouw blogs lees, soms verheugd als ik me realiseer dat ik niet de enige ben die liever iets lekkers eet dan dat er bewogen moet worden. Een van jouw zinnen heb ik ooit opgeschreven: “De geest is gewillig, het vlees is sterker.” Een tegeltjeswijsheid, ik overweeg het op de koelkast te plakken. En op iedere andere kast waarin voedsel valt te vinden.

Met de tijd kwam ook een gevoel van genegenheid bij mij naar boven drijven. Wat was ik trots  toen je je eerste boek uitbracht. Dat moest ik natuurlijk ook kopen. Het duurde even voordat ik het boek kon bestellen in Nederland, ik was van ongeduld al bijna afgereisd naar België. Dat ik dat niet gedaan heb, kwam omdat ik me afvroeg of het boek wel in iedere boekwinkel te koop zou zijn en naar welke stad ik dan zou moeten reizen. De stress werd me bijna te veel. Enfin, uiteindelijk heb ik het boek in mijn bezit gekregen en heb het met veel plezier gelezen.

Toch is het bijzonder. Wat maakt dat je iemand die je nog nooit hebt ontmoet en gesproken, bijna gaat beschouwen als een goede vriendin? Geeft het geschreven woord een goed beeld van hoe iemand in werkelijkheid is? Met mijn blogs geef ik maar een klein deeltje van mezelf bloot, er zijn zoveel dingen waarover ik zou willen schrijven maar (nog) niet durf. Feller, iets minder lief. Ik ben benieuwd hoe jij dat ervaart.

Als we elkaar in het echt zouden ontmoeten, zouden we dan een goed gesprek hebben of heeft het ongemak van een doodbloedend samenzijn de overhand? Of zouden we in stilte ook van elkaars gezelschap kunnen genieten? We zullen het waarschijnlijk nooit weten en dat is niet erg. De vraag van wat had kunnen zijn, laat ons waarderen wat we in ieder geval hebben en dat is het genoegen van het lezen van elkaars blogs.

Veel liefs,

Marita

Nvdr: deze brief maakt deel uit van onze nieuwe rubriek Flessenpost. Lees er hier alles over.

Bah! Reisverhalen! (vangst #182)

Ik moet een onhebbelijkheid bekennen: ik hou niet zo erg van reisverhalen. Of toch niet van de doorsnee variant. Na elke zomervakantie kijk ik met enige tegenzin aan tegen het terugzien van vrienden en collega’s. Niet uit mensonvriendelijkheid, maar omwille van de onbedwingbare noodzaak die mensen blijkbaar voelen om te vertellen over de reizen die ze maakten tijdens hun vakantie. We deden route zus en zo van een streek wiens naam je helemaal niets zegt. De citytrip naar stad X was echt de moeite waard, moet je ook eens doen. (Ik moet niks!) Vier uur vliegen, twaalf uur vliegen, een hele dag rijden met slechts een paar tussenstops aan de Aire de la I don’t care. Het was warm, het regende, het eten was oké. Ik heb mijn surfrecord gebroken en mijn vrouw haar enkel op de zwarte piste. Per fiets beklom ik de Mont-je-m’en-fout en pintjes erna, veel pintjes. 

Uit: Ulysses poseert van Philippe Diepvents.

Kijk, wanneer een blogger over Odysseus en Ulysses schrijft en tegelijk beweert niet van reisverhalen te houden, zoals Philippe Diepvents hier (welkom terug trouwens, Philippe, we hebben je gemist!), dan halen wij er meteen twee niet zo doorsnee reisverhalen bij. Met de fiets, dat ook nog.

Herman Loos zoekt tevergeefs heil op het kerkhof van Grimbergen, Marc Kregting vervloekt Vlaamse kasseien en ander wereldlijk onheil, om uiteindelijk zoals elke schrijver weer uit te komen bij Flaubert.

Na jaren dommigheid weet ik precies wat mijn lijf en leden doen na ruim tien uur fietsen: ze functioneren. Wat mijn hoofd doet, weet ik ook: het zeurt maar dat doet het eigenlijk altijd en het heeft dus minder invloed op mijn Dasein. De Duitse cultrenner Jens Voigt maakte school met zijn uitspraak Shut up legs! maar bij mij zijn het nooit de benen die hun bek moeten houden.

uit: Hey you don’t be silly op Here comes herman

Als ouder en lezer dwing ik mijn gezelschap naar het Flaubert-museum. Of als lezer van een lezer, want mijn gang wordt geleid door een opgezette papegaai. Het is de wegkapitein die hem eerder ziet dan ik, zoals het onze kinderen zijn die bij de balie het griezelig witte standbeeld rustig aankijken en besluiten dat zijn wimpers trillen.

uit: Hors Service op De Honingpot

Aan Marita

Dit is de eerste brief in de eerste ketting van onze reeks Flessenpost.

Beste Marita

Gastvisser Johan Petit is juist gepasseerd op Aanlegplaats en zijn karakterisering van een sterke blog zweeft al dagen door mijn hoofd. Op onze vaste vraag wat een blog echt goed maakt, heeft hij niet over literaire kwaliteit, of over het overstijgen van het particuliere waarin veel gastvissers hem voorgingen, nee: van hem mag een blog gewoon een openbaar dagboek zijn. Een dagboek dat een glimp geeft van een uniek leven, waarin liefst het banale en het diepe naast elkaar bestaan. 

Daarom ben ik fan van jouw blog, Marita. Je laat zien wie je bent, terwijl je schrijft over katten en de dood, over hartzeer en per ongeluk de verkeerde kamer inlopen in een hotel. Zonder metaforen of moeilijke woorden. En – en dat vind ik natuurlijk het allerleukst – je schrijft over je werk. Ik weet niet wat je precies doet, maar wel dat het ‘stervensdruk’ kan zijn.

Ik herinner me de blog waarin je schrijft over hoe je, als de stress teveel wordt, met je collega’s fantaseert over het opendoen van een broodjeszaak. Gewoon een simpel volkoren broodje kaas of ham, lekker met gluten en aan vegan beginnen we niet. Misschien schenken we zwarte koffie of thee, maar misschien ook niet.

Ik weet dat ik twee minuten geleden nog suggereerde dat een blog voor mij het particuliere niet hoeft te overstijgen, maar die broodjeszaakdroom komt wel vaker terug. Mijn zus heeft hem ook, denk ik.

Waarom toch een broodjeszaak? Met een liefde voor eten lijkt het weinig te maken te hebben. Als je culinaire ambities hebt, droom je eerder over een restaurant of tapasbar. Sterker nog, jij geeft zelfs toe dat je helemaal niks met broodjes hebt: Ik doe de administratie, lekker vanuit huis en om te voorkomen dat ik opeens broodjes moet gaan smeren. Of erger, schoonmaken.

Broodjes – en zeker gewone simpele broodjes – zijn overzichtelijk. De broodjeszaak lijkt wel een metafoor voor de behapbare job: knallen in een klein team met algemene tevredenheid tot gevolg. Zo anders dan de gemiddelde kennisjob vandaag, waar verwachtingen sluimeren, verandering een constante is en je eindeloos kunt wachten op een schouderklopje. 

Vier minuten geleden had ik het nog niet zo op metaforen, maar ja, Johan Petit zei ook dat de mens een vat vol paradoxen is.

Zodoende heb ik net zo goed mijn dromen. Geen broodjeszaak, maar wel een hele lijst andere beroepen die ik nog wil proberen te doen. Te weten: postbode, psycholoog, journalist, uitbater van kattencafé, uitbater van ruime en educatieve hangplek voor jongeren (die reeds over de nodige vergunningen beschikt en geen last heeft van opkomend vocht), aerobicslerares.

In tegenstelling tot jou ben ik er nog niet aan toe om toe te geven dat er van deze dromen waarschijnlijk niets meer in huis komt. Ik heb nog maar net geaccepteerd dat ik geen carrière in de showbizz zal hebben. Beyoncé is weliswaar van hetzelfde bouwjaar als ik, maar ik heb ergens het gevoel dat ik eerder had moeten beginnen. Toen ik twaalf was en met een Donald Duck onder de trap zat, bijvoorbeeld. 

Wat is de functie van een droom, als je weet dat hij niet gaat uitkomen? 

Nee, de echte vraag is: wat is de functie van een carrière in de showbizz, als je geen tijd meer hebt om te dromen?

Een vat vol paradoxen, ik zeg het.

Groetjes

Marjon

En het thema van deze zomer is… (vangst #181)

We bevinden ons in het epicentrum van de zomer. Waar komen we vandaan? Waar gaan we naartoe? Om te ankeren in deze zee van mogelijkheden, helpt het om je zomer een thema mee te geven, zoals enkele van onze bloggers voordoen.

Stef Bos die dwars door de dood wil zingen, is de titelsong van de zomer van Fien. Eveline Vanheverbeke kiest voor een focusexperiment door deze zomer zonder sociale media door te brengen. En voor de mensen die juist gaan voor de goede schermprikkel, zijn er dit jaar ook enkele toernooitjes georganiseerd. Joke Vander Laenen haalt zomerse herinneringen op aan haar vader. Allez, demarreren!

‘Je bent de reïncarnatie van een oude man,’ zegt Pieter.
‘Ik ben de reïncarnatie van een oude vrouw,’ zeg ik. Ook vrouwen kunnen op eenzaamheid gesteld zijn en naar kleinkunst luisteren. Hij weet dat natuurlijk, hij kent me al lang.

Uit: dwars door de dood zingen op uittreksels.

Het is slechts dag twee. En nu al voel ik wat deze pauze met me doet. Minstens vijftig keer grijpt mijn hand gedachteloos naar de telefoon. Vijftig keer vertel ik mezelf dat ik er niets heb te zoeken en trek ik diezelfde hand terug. Wanneer ik op het jaagpad langs de Leie fiets, hou ik halverwege spontaan halt. Even deze mooie omgeving filmen, denk ik, en in mijn story posten. Maar dan herinner ik me weer dat ik geen stories maak. En vervolg ik mijn weg.

Uit: Het focus experiment – de start op Flow with life

Juli. Hoogzomer en eindeloze vakantie. Mijn vader riep ‘Allez, demarreren!’ tegen de tv. Mijn zus en ik moesten buiten spelen, Want Mijn Vader Keek Naar De Tour.

Daar zat hij dan, zijn zetel dicht tegen het scherm, de krant met de lijst gestarte wielrenners op zijn schoot. Met een rode balpen doorkruiste hij namen. ‘Opgegeven.’, zuchtte hij met een mengeling van compassie en misprijzen. De leraar in hem, die ging niet met vakantie.

Uit: Voor W., uit liefde op Wings & Wonders

Karel van het Reve heeft echt bestaan en andere verhalen (vangst #180)

In Brieven aan mijn zoon leest Dennis Pauwels zijn minst favoriete sprookje voor aan zijn jonge zoon: Doornroosje. Het is de aanleiding om in zijn gekende trefzekere stijl te mijmeren over vaderliefde, ontwaken – ook al word je niet door een prinses gekust – en de gelaagdheid van de liefde. Een bijzonder ontroerend verhaal. 

Vorig jaar zag ik met Les Rendez-vous d’Anna mijn allereerste Chantal Akerman-film en ik vond deze zo sterk dat ik het nog steeds niet heb aangedurfd om Jeanne Dielman, 23, quai du Commerce, 1080 Bruxelles te zien. Zo kan ik mezelf blijven wijsmaken dat Akerman een film maakte die Les Rendez-vous d’Anna in cinematografische schoonheid nog overtrof. Pascal Cornet ging de uitdaging wél aan. Net als de blogger uit Brugge las ik Akermans boek Mijn moeder lacht, ging naar verschillende tentoonstellingen over haar leven en werk en begon zoetjesaan aan een lichte Akerman-obsessie te lijden. Het genuanceerd stuk dat Pascal Cornet over de Belgische cineaste schreef en op Pascal Digital plaatste, heeft die obsessie alleen maar verder aangewakkerd. De door hem opgemerkte glimlach van Chantal Akerman is daar zeker niet vreemd aan. 

Van alle obsessies waar ik ooit onder gebukt ging, was die voor Karel van het Reve het hevigst. Lang hield ik mezelf voor de grootste Karel van het Reve-liefhebber en kenner van België, tot ik Philippe Clerick ontmoette. Nu lees ik Philippe Clerick sowieso graag en niet alleen vanwege zijn ironische Reviaanse stijl en zijn klare kijk op complexe zaken. Maar Philippe Clerick over Karel van het Reve: dan is het feest compleet. Daarom was ik zo verheugd toen ik begin deze week ontdekte dat Philippe alle stukjes die hij in de loop der jaren over Karel van het Reve had geschreven in een nieuwe blogpost had bijeengebracht. Want waar de wereld, meer nog dan aan een rijbewijs op punten, nood aan heeft is de nuchtere Reviaanse blik.

We moeten het over opa hebben. Niet mijn vader, of de vader van je moeder, maar je échte opa, de opa die er altijd was. Als mannelijke baken in de laatste twintig jaar van mijn leven, is hij van een grotere invloed geweest dan ik vaak durf toe te geven. Tegen mensen die hem niet kennen, noem ik hem wel eens de bevrijder van je nona. Hij heeft de moed om te blijven staan als het winderig is, om tegen te spreken als hij overtuigd is van zijn gelijk, om er te zijn als het goed gaat én als het slecht is.’

Uit: Doornroosje van Dennis Pauwels

‘Mijn moeder lacht spoort me aan om Akermans films opnieuw of volledig te bekijken. Om nog meer van haar oeuvre te ontdekken, eerlijk en zonder vooroordelen. Dan kan ik in die prachtige lach, die zo nadrukkelijk naar voren springt op het blad dat Google Afbeeldingen toont als ik daar haar naam intik, een lach waarin ik nu vaak, misschien onterecht, gekweldheid zie – hopelijk kan ik in die lach dan eindelijk ook vreugde en trots lezen.

Uit: Chantal Akerman ‘Mijn moeder-lacht’ van Pascal Cornet

Wat we over Karels karakter te weten komen is niet nieuw, maar ik word het nooit beu. Hij was gierig voor zichzelf en vrijgevig voor vrienden; hij koketteerde met zijn luiheid maar werkte hard om geld te verdienen; hij was een meester van de ironie, maar meende wat hij zei en schreef; in zijn omgang met studenten was hij hartelijk maar terughoudend; hij hield niet van moraliseren maar was erg gesteld op rechtvaardigheid; hij hield hartstochtelijk van de Russische literatuur maar ontkende het bestaan van de Russische ziel; hij was professor in de letterkunde, maar hij publiceerde amper in vaktijdschriften; hij schreef een prachtig gedenkstuk over zijn leermeester Bruno Becker, maar in zijn brieven noemde hij hem bij leven ‘de oude lul’; hij verafschuwde geweld, maar hij joeg op een literair debat de schrijver A. Moonen* met ‘een paar welgerichte stompen’ van het podium waar die ongevraagd was opgeklommen; hij was buitengewoon rationeel, maar in de politiek stemde hij voor de sociaaldemocraten wier programma hij op rationele gronden verwierp; hij deed niets liever dan lezen en schrijven, maar hij ging nog liever zeilen.’

Uit: Karel van het Reve van Philippe Clerick

Dat is altijd ok (vangst #179)

Wat doen schrijvers tijdens de vakantie?

Ze herlezen een boek (liefst een klassieker, Proust is altijd ok), komen samen met andere schrijvers (met wat afgunst, dat is altijd ok) en vinden het dan te warm, of ze zijn erg druk met vanalles (Gentse feesten zijn altijd ok). In elk geval: ze zijn gelukkig (en dat is meer dan ok).

En dus schrijven ze daar een stukje over, dat u dan weer kan lezen. Wij hebben het alvast voor u op het droge gelegd, zodat u zich even goed kan voelen als zij.

Wie als volwassene een boek herleest,
voelt zich terstond opnieuw adolescent:
degene die je in het heden bent,
is nog dezelfde die je bent geweest.

is het 42e kwatrijn uit de hervertelling van La recherche du temps perdu door Ruud Verwael. Doe uzelf een plezier, en lees er meer.

Het is zo warm dat de woorden smelten. Dus zit een groep schrijvers samen in een achtertuin. Normaal staan ze graag in de aandacht, maar vandaag gaat het om de schaduw. Met argusogen zien ze de schaduw krimpen en weten dat ze er vroeg of laat om zullen moeten vechten. Maar nu is er nog net plek genoeg.

Uit: Warm van Rene Van Densen

gelukkig intussen myn lange gedicht “takkenbossen” nog eens helemaal kunnen opzeggen, achter het stuur. tot waar ik was gebleven, 60% van dit gedicht is klaar… een goeie meditatie: verdwynen in taal, om verder dan eventjes niks ànders aan je kop te hebben…
    ik ben gelukkig.

Uit: Blog op donderdag, 25 juli van Vitalski

Kirsten Malfroid

Net zoals we graag bloggers lezen die de werkelijkheid versieren, bedekken en bijkleuren met taal, houden we ook van bloggers met het hart op de tong, met kwetsbaarheid en openheid als wezenskenmerk.

Ook dan doet taal haar werk. Kirsten Malfroid is zo’n blogger (slash grafisch kunstenaar). Een en al kwetsbaar en verleidelijk zelfportret.

Zelfportretten zijn het moeilijkst en het makkelijkst om te maken. Het moeilijkst, want je moet steeds wisselen tussen je papier en de spiegel en daarbij exact dezelfde houding proberen aanhouden. Het makkelijkst, want je hebt een model dat altijd voorhanden is.

De kale kwetsbare realiteit (Vangst #178)

In het diepst van onze gedachten willen wij bloggers allemaal influencers zijn, mensen met een mening of een verhaal dat ertoe doet. Je naar de keel grijpt. Het is een vak dat al lang bestaat. Het stuk van Marc Kregting gaat ergens helemaal anders over (kunst, collaboratie, Moortgat – leest u dat zeker ook), maar hij stelt deze vraag:

Bestaat dat vak nog, van een mens met een tekstbord op buik en rug die door het centrum van een stad wandelt om reclame te maken?

De sandwichman kruiste mijn leespad in het pamflet Het tijdperk van de ik-tiran. Het einde van een gemeenschappelijke wereld. Daarin loopt de Franse filosoof Éric Sadin te hoop tegen individualisme, atomisme zelfs, veroorzaakt door technologie. Hij memoreert de beroepsgroep om er de update van te geven: de (waarschijnlijk beter betaalde!) influencer.

uit De bankier van zijn eigen woede op De Honingpot

Ach, invloed. Alles beïnvloedt alles, iedereen beïnvloedt elk ander wezen. Ook de dieren, zo voelt Anne Broeksma – lichtjes onder invloed – haarscherp aan.

Van de dieren die we zagen is de jonge blauwe reiger me het meest bijgebleven. Hij zat in het riet te wachten op de terugkeer van zijn moeder waarschijnlijk. Ik liep langs, keek opzij, en zag hem opeens van vrij dichtbij, waardoor ik zijn angst kon voelen, nee, zijn angst bijna wérd.

Ik kwam toen bij een inzicht dat ik eerder die dag ook al had en nogal vaag klinkt als ik het probeer op te schrijven. Dat planten en dieren je intenties al voelen lang voordat je goed begint met kijken, met gedachten sturen en formuleren. Dat er onder die toplaag, die navigatielaag, een trillend tijdloos universum zit waarin slechts de kale kwetsbare realiteit van een levend wezen op aarde bestaat, dat zichzelf kan ontmoeten in de ogen van andere, individuele wezens, die er allemaal een stukje van meedragen. Daarvoor moet er eerst iets wegvallen.

uit Natuurmomenten op psilocybine, of: Een zomerherinnering op Notulen bij het ongetemde

Leven in het nu, de resonantie van het universum in je lijf. Influence mogen we dan niet veel hebben als bloggers, we zijn ons tenminste bewust van het hier en nu, van de impulsen die we krijgen. Mét resultaat. De Verwoede Noten worden er een beetje aangenamer door.

Misschien is dit wel mijn reactie op de mid life crisis. Waar ik overigens kalmpjes doorheen zeilde. Net als mijn pubertijd. Bij een crisis hoort toch een soort paniekgevoel, maar die heb ik gemist. Er is hooguit een beetje paniek door het ontbreken ervan.

Er gaat een wereld voor me open en ik stap daar nu pas in. Ik heb een half leven verspild aan het niet inzien hiervan. Voel ik dan nu zowaar toch paniek?

Uit Impulsmoment op Verwoede Noten

Leve het openbaar vervoer! (vangst #177)

We schrijven 11 juli; naast de feestdag van de Vlaamse Gemeenschap dit jaar ook een stakingsdag bij De Lijn. Tijd voor wat extra aandacht voor het openbaar vervoer. Want: wat zouden blogs zijn zonder trams, treinen en bussen? Zonder de zinderende spanning van vertraging en gewijzigde vertreksporen? Zonder de verbazing over De Ander, die in je gezicht zit te telefoneren, te eten, te ademen, te wezen?

Echt, onze haven staat vol OV-stukjes. Hielden zelfs geen halt in ons net: Thijs Feuth die van station-tot-station loopt, Erik Herbosch op zoek naar Eigen Mensen in de tram, Vincent Merckx die in de gespikkelde kunststof decors van metro en trein bijleert over Potemkin, want “de werkelijkheid was veel minder lelijk en ook veel minder charmant…”. Gent is in zicht. Reizigers die hier uitstappen: denk bij het verlaten van de trein aan uw persoonlijke eigendommen. En neem ze dan ook mee.

Op de lijn Parijs – Kalmthout hebben we meer geluk. Bart Moeyaert blijft verbouwereerd achter in de Thalys, Tanja Wentzel doet een actiefilm in ‘de Amsterdammer’ naar Brussel-Noord om een voordracht van Filip Rogiers te halen en Jeroen Geuens wordt van innerlijke onrust beschuldigd rond station Noorderdokken. “De vrouw zei dat ik stenen rondjes moest kopen, zelf droeg ze allemaal sieraden met steen. In haar ring zat bijvoorbeeld een stuk labradoriet.” 

Het aanwezige treinpersoneel wenst u een fijne reis.

Een jong meisje met een grote koffer is per ongeluk in de verkeerde wagon gestapt. Nu kan ze in het gangpad niet voor- of achteruit. Een grote vrouw briest ongeduldig. In Hollands Engels zegt ze: ‘You stand in my way. I have a man here who cannot see.’ Achter haar staat inderdaad een blinde man. Het meisje panikeert. Even lijkt er inderdaad geen oplossing te zijn. Uiteindelijk tilt de grote vrouw zuchtend haar eigen koffer op en wringt zich langs het meisje met de boodschap: ‘If I get something in my back, it will be your fault.’

Uit: Thalys op Bart Moeyaert

Wanneer ik eindelijk de juiste uitgang heb gevonden, is deze tijdelijk afgesloten. Ik sta voor een bord dat aangeeft dat ik een andere uitgang moet nemen en om het station heen moet lopen. Nog een smerige tunnel door. Eindelijk beland ik bij de Aarschotstraat. Aan de andere kant van het raam waar ik zonet niet doorkon. Er is nog niemand. Of niemand die hier komt voor poëzie, vermoed ik. Best mogelijk dat er geen publiek opdaagt op deze plek. Dan zie ik Filip staan achter het raam, met zijn strijdlustige rode jekker. Ook hij zit opgesloten. Ik gebaar dat hij rond het station moet lopen. Ik wil nog een foto maken maar Filip spurt al weg. Pas achteraf besef ik hoe grappig het was, uitgerekend in deze straat: de dichter achter het raam.

Uit: Poëzie in de Aarschotstraat op De rode valies

Sinds die ring was ze boeken gaan lezen en ze had workshops gevolgd over de krachten en de helende vibraties van steen. Nu zat ze met haar kennis op markten en beurzen, ze gaf workshops of ze hielp, zoals nu, ongevraagd. Een halfjaar geleden had ze de dochter van een vriendin maansteen en carneool aangeraden en vier maanden later was die zwanger.

Uit: Tijgeroog voedt Waterman op Het Grote Niets