Op het kruispunt van de liefde (vangst #13)

Tien jaar geleden ontdekte ik als bij toeval de blog van Julie Cafmeyer en na één paragraaf was ik fan. Een decennium later is dat nog steeds zo. Ze schrijft prachtig over de hunkering naar liefde en over het onvermogen van haar talrijke geliefdes om het haar te schenken. Dat brengt me bij Ben die op een kruispunt in een anoniem Nederlands dorp het voorbij flanerend leven observeert en in de verte een muze ontwaart waar Martin Bril speciaal de rokjesdag voor heeft uitgevonden. Tot slot een mooi stuk van Bart Moeyaert over Renate Dorrestein en hoe haar dagboek hem inspireert zijn Voor Ooit-lijstje verder uit te diepen. 

‘Hannah zei: “Het probleem is dat jij liefde verwacht van iemand die je dat nooit zal geven. Ik begrijp wel dat het pijn doet als de liefde voorbij is. Maar liefde blijven verlangen van iemand die al meer dan een halfjaar uit je leven is, wordt op den duur absurd. Je kan net zo goed van een willekeurig iemand die je op straat passeert verwachten dat hij je zijn liefde verklaart.’

Uit: mijn-nieuw-ex-lief van Julie Cafmeyer

‘Columnist en schrijver Martin Bril zag overal een verhaal in. Over elk kruispunt in Nederland zou hij een ‘stukkie’ willen schrijven. Het is er niet van gekomen, hij ging te vroeg dood. Over elk kruispunt? Ook over de kruising Anjerlaan/Zonnebloemlaan in Hoevelaken, vlakbij mijn huis? Hier gebeurt nooit wat. Ik neem de proef op de som. Ik ga met pen en papier bij dit kruispunt op een stoeltje zitten.’

Uit: kruispunt van Ben de Graaf

‘Via dit boek heb ik de mens achter de boeken leren kennen, de vrouw tijdens de boeken ook — als je begrijpt wat ik bedoel. Ik heb haar helden, haar stokpaardjes, haar demonen gezien. Er zijn namen, plekken, titels gevallen die ik tijdens het lezen meteen ben gaan opzoeken, om ze op mijn Voor Ooit-lijstje te zetten. Het woord dat ik na het lezen in mijn hoofd had en hier hogerop al heb genoemd, komt weer bij me op. Dankbaar dat ik Dorrestein postuum veel beter heb leren kennen.’

Uit: Instagram van Bart Moeyaert

Formidabele hobbels (vangst #12)

Van het begin tot het einde, van conceptie tot overlijden, met de grote leegte in het midden.

Ziedaar de vangst van deze week, die de grote gebeurtenissen van het leven bruut in uw gezicht smijt. Want het lot is er voor iedereen, zonder onderscheid, het is hopen op een sigaartje op het eind, als troost, of een herinnering, schoon of lelijk, dat blijft al gelijk.

‘Mijn ex is zwanger. Ze heeft het me net verteld. Met de nodige afkeer luister ik naar een monoloog vol gezeik over respect, onvoorwaardelijke vriendschap en toevalligheden die een toekomst bepalen die niemand kan voorzien. Ik laat haar lullen en denk aan het langzaam verdrinken. Mijn longen die zich ongewild vullen met water. Mijn lijf dat vecht zonder kans op een overwinning.’

Uit: Kotsen op woensdag, Woensdag 28 – 04 – 21 van Sam Sterckx

‘Ik had nog even een wilde hoop, toen ik over de vogels heen reed, dat ze zich precies tussen mijn wielen zouden bevinden en dat ze hun noodlot konden ontkomen als ze snel genoeg renden om mijn achterligger voor te blijven. Maar de kleine hobbels onder mijn wielen en de bijbehorende plofgeluidjes maakten aan elke illusie een eind. ‘

Uit: Roadkill, van Jan-Paul van Spaendonck

‘Dat ge u verplicht voelt die tijd nuttig te besteden, maar er niet in slaagt.

Ge wilt werken, studeren, genieten, gevoed worden, maar niets marcheert.

Ge sleept u van leegte naar leegte. Onderweg komt ge één enkele keer een goed boek tegen of een schoon schilderij.

Of een formidabele herinnering die u alleen maar ongelukkig maakt omdat ze voorbij is.

Voorgoed voorbij, voorbij voorbij voorbij.’

Uit het dagboek van Merel de Vilder Robier, 29 april 2021

Plakboek van een Chaoot (vangst #11)

Mijn vriendin, de hondenliefhebster, haalt haar schouders op: ‘Vroeger ging ik naar Nederland. Het was meer dan een uur rijden, maar daar mochten de honden tenminste vrijuit lopen. Sinds Corona kan dat niet meer, en laat ik ze soms stiekem los in een park hier verderop.’ In een wereld vol leibanden, wetten en plichten is het voor een groeiend aantal figuren moeilijk vertoeven. Op kop: de enthousiasteling, de wildebras, de chaoot. Wat ons, onaangepaste creatievelingen, nog rest, zijn de wijde velden van onze verbeelding. Daar kan gelukkig niemand aan.

Als lezer mogen we bovendien, wél op bezoek: Kom deze week aan in het Plakboek van een Chaoot, waar verhaal, beeld en woord in elkaar overlopen. Vervolg je reis in de eigenzinnige wereld van Vitalski, waar nieve printers verlossing bieden, en keer terug in de tijd met Pierewit en René Magritte.

‘DE ZUIDERZEE. In 1921 valt er in de haven van Enkhuizen een joch van het schip. Jacob is zijn naam. Jacob wordt met moeite gered. Hij is verward en radeloos, wil terug in het water. ‘Ik heb het paradijs gezien’, roept hij, ‘echt waar, ik heb het paradijs gezien, laat me toch gaan.’ De schippers kunnen hem nauwelijks in bedwang houden en hij schopt hun schenen blauw. ‘Hij is gek geworden’ zeggen ze, ‘wie ziet er nu het paradijs onderwater?’

Uit: BLOGVEHIKEL VAN EEN CHAOOT, van Marianne, met illustraties en afbeeldingen van Marianne

‘vandaag viel ik, rond zeven uur savonds, ten prooi aan een tamelyk verpletterende vorm van treurige somberte – voornaamste trigger daartoe geweest zynde het gegeven dat ik, een uur of twee lang, was bezig geweest met de transcriptie van een toneeltekst van 20 jaar geleden, myn tamelyk beroemde monoloog getiteld “de ondergang van patrick dieltjens”. toén was ik een dertiger, zo drong het tot my door. toén, ten tyde van dié productie, was de wereld aan myn voeten komen te liggen. toén was “the sky the limit”, toén werd myn afzetmarkt elke dag groter en groter. hoe krom groeit nu ondertussen, zo begreep ik, myn stengel, toch zeker vergeleken by dat alsmaar aangroeiende heldere licht van toén… nu zolang geleden, die belofte…
    als een verlossing uit het niets, belde juist rond dàt onzalige uur sabine jatta my op: “kom je nu eindelyk die printer ophalen?”‘

Uit: State of Being: nieve printer van Vitalski, met afbeeldingen en illustraties van Vitalski

‘René Magritte was in zijn jeugdjaren een regelrecht crapuul die, samen met zijn twee broers Paul en Raymond, zijn omgeving het leven zuur maakte. Hij hield van practical jokes waarbij zijn voorliefde voor excrementen opvalt. Drollen werden op deurklinken gesmeerd, of in kranten gewikkeld aan voordeuren gelegd en dan in brand gestoken. De organist van de kerk kreeg zelfs een volle emmer stront vanop een brug over het hoofd gekieperd…’

Uit: René Magritte, een crapuleuze hoerenloper van Pierewit, met afbeeldingen van Pierewit

Motregen boven Manchester (vangst #10)

Deze week reizen we in het gezelschap van drie bevlogen pennen naar Manchester, Wenen én het mythische Roeselare. 

In een geestig stuk beschrijft Rob van Essen de teleurstelling die je ervaart als je verwachtingsvol een boek van een Groot Schrijver opent en die enkel uitblinkt in zelfbeklag. Die teleurstelling ruimde bij mij baan voor vreugde toen ik het verhaal van Lies Jo Vandenende las over de dag dat ze besloot in bed te blijven liggen en in haar hoofd een reis naar Wenen ondernam. Als machtig slotakkoord vertelt Isaura Fluit over hoe ze langs de waterkant, ongemerkt, een jeugdliefde kruiste die volop bezig was met het ontwarren van een Gordiaanse knoop.

‘Waar is mijn antenne voor het tragische gebleven, ik had dit veel eerder moeten lezen, op mijn vijfentwintigste, overdag met de gordijnen dicht, gezellig Joy Division erbij opgezet, dát was de goede tijd geweest voor dit soort zelfkwellende berusting, toen was ik daar oud genoeg voor, als lezer ben je als vijfentwintigjarige op je oudst…’

Uit: een-koetsje-in-je-hart van Rob van Essen 

‘Je wou dat je een mysterieus type was. Het soort mens dat niets forceert maar met een zekere nonchalance overal vraagtekens achterlaat. Je zoekt het mysterie altijd in anderen, en neemt hen het gebrek daaraan kwalijk. Je neemt de ander het gebrek aan mysterie kwalijk omdat je er niet in slaagt het bij jezelf te bewaken.’

Uit: een-dag-in-het-hoofd-van-een-lichaam-dat-niet-uit-bed-raakt van Lies Jo Vandenhende           

‘Ach, dit bestaan wordt ons toegeworpen, ongevraagd, en toch worden wij geacht gulzig in die appel te bijten zonder te weten wat er ons te wachten staat. In het begin weet je niets en je doet maar wat. Je raakt hopeloos verstrikt in illusies, dromen, idealen en andere fantoombeelden. Een postpunkband met synthesizers met een ongelukkige zanger vormt de soundtrack van je tienerjaren en wat later schreeuwt Kurt Cobain onze angst uit.’

Uit: brief-aan-m van Isaura Fluit

Lezen op het kookeiland (vangst #9)

De redactie geeft het toe, werken aan de lancering van Aanlegplaats heeft onze balans tussen schermtijd en boeken geen deugd gedaan. We missen het, de geur van papier, het geluid van een omslaand blad, het kraken van onze hersenen terwijl we ons verliezen in een wereld die schijnbaar zo moeiteloos voor ons wordt geschapen.

Gelukkig kennen onze bootskapiteinen dat ook. Pascal Cornet verdwaalt in het tijdsbesef van W.G. Sebald, De Rode Valies treft een eindeloze stapel nieuwe zelfhulpboeken aan in de bibliotheek en Viktor Frölke – pas aangemeerd in onze haven – zoekt zijn exclusieve woonruimte in een helaas gesloten boekhandel. Als u dan toch kiest voor schermtijd, u weet waar te gaan.

‘‘Steeds donkerder werd het, en later.’ Beide mededelingen, en zeker die over de tijd, zijn op het eerste gezicht overbodig. Natuurlijk wordt het, als het al avond is, donkerder, en natuurlijk wordt het later. Het wordt altijd later. Maar bij Sebald is dat niet zo. Door hier een bevestiging te geven nopens de richting waarin de tijd zich voortbeweegt, naar de toekomst toe, versterkt hij het effect dat zijn voortdurend heen-en-weer in de tijd bewegen sorteert. Nog geen halve bladzijde en een nagenoeg slapeloze nacht later bevindt de verteller-hoofdpersoon zich in de wachtkamer van het Duitse consulaat van Milaan in het gezelschap van ‘een artiestenfamilie die, naar het [hem] toescheen, uit een minstens een halve eeuw terugliggende tijd hier terecht was gekomen’

Uit: Scherf 125, logboek 2 van Pascal Cornet

‘Er staat een karretje vol nieuwe boeken. Twee vrouwen zijn ze samen aan het uitstallen op een grote tafel. Ik zie dat het zelfhulpboeken zijn. Dat is nodig in deze tijd. Het wordt steeds moeilijker om elkaar te helpen.

Wanneer je lichaam nee zegt. De kunst van het ongelukkig zijn. Lekker lang leven. Beter leren leven met pijn. Slaap: het nieuwe medicijn. Zit seks tussen de oren? Koester je boezem. Achterwerk: alles over het laatste lichamelijke taboe. Kusje erop: de waarheid achter 70 gezondheidsmythes. Ademen: hoe lucht je leven kan veranderen.

Voor alles bestaat een boek. Slapen en ademen zijn hun vanzelfsprekendheid kwijt. Ze gaan niet meer zomaar.’

Uit: Zelfhulp van De Rode Valies

‘In boeken kan je niet wonen, dat is waar,
Maar in exclusieve woonruimte ben ik bang,
Drijf je vanaf je kookeiland, vloerverwarmd,
Onbelezen de hoofdstukloze diepte in.’

Uit: Exclusieve woonruimte van Viktor Frölke

Een vrouwenlichaam (vangst #8)

Wat betekent het, een vrouwenlichaam te hebben? Wat betekent het, om plots een high potential te zijn? Wat betekent alles, in een wereld die niet krimpt maar ook niet voortgaat? In deze vangst laten drie schrijfsters De Vraag met een hoofdletter aan het woord. Maartje Laterveer, door een persoonlijk, maar ook overpeinzend stuk te schrijven over de recent uitgekomen film Woman, aan de hand van de vraag of iemand vrouw is, of het juist wordt. Marjon Meijer krijgt dan weer onverwacht een high potential op de thee. Ingrid Verhelst tenslotte, neemt ons mee in een alledaags moment, waarbij een terugkerende ontmoeting met een dementerende vrouw, steeds meer lijkt te voelen als metafoor voor het leven.

‘Meisjes leren vrouw te zijn van andere vrouwen, te beginnen met hun moeder, las ik eens ergens. In mijn geval betekende dat dat ik vooral leerde hoe ik níet moest zijn. Ik mocht niet mooi zijn, niet ijdel, ik mocht niet lief lachen naar jongens. Dat was nogal een verwarrende boodschap, want de buitenwereld vertelde mij precies het tegenovergestelde.’

Uit: Een vrouwenlichaam hebben, dat betekent iets van Maartje Laterveer

‘Er zit een high potential van een grootbank in mijn veranda. Ze werkt hier een paar dagen terwijl haar badkamer wordt verbouwd. We kennen elkaar niet zo goed. Een toevalligheid wees uit dat we in dezelfde voorstad wonen. Via de tussendeur peilt ze naar mijn purpose.’

Uit: High Potential van Marjon Meijer

‘Interessant.’ Ze strijkt een grijsblonde haarlok van haar voorhoofd, glimlacht naar de wolken. ‘Schoon?’
…‘Nee,’ zeg ik, ‘er blijft weinig over van onze wereld.’ Dat antwoordde ik gisteren ook, en de dag ervoor, en ervoor, en ervoor.
…Net als alle andere keren kijkt ze me meewarig aan. ‘De wereld is geen witgoed, Ingrid. De wereld krimpt niet. ’

Uit: Josée in de kookwas van Ingrid Verhelst

De wasspeld als bitcoin (vangst #7)

Ondanks het feit dat Brad Pitt deze week België bezocht, weigerde de wereld stil te staan. Enkele uren grasduinen in de blogs in onze haven leerde me, in een geestig stuk van Lennart Vanstaen, veel bij over de muntvolatiliteit van wasspelden. In There Is A Light That Never Goes Out maakt Joke Vander Laenen het uitkijken naar de festivalzomer en het omhelzen van vrienden tastbaar. En in afwachting van vreugdetaferelen op een festivalweide houdt Kristien Bonheure een warm pleidooi voor de prachtige Paul Van Ostaijen-expo in het Letterenhuis in Antwerpen. Boem Paukeslag!

‘Hij vermeldt dat alle producten honderd euro kosten. De mevrouw in de winkel telt met een bang hart de wasspelden in haar handje – het zijn er slechts drie en ze heeft schijnbaar alle moeite ze niet te laten vallen.

‘Spijtig, dan gaat ’t niet’ concludeert de eigenaar onverschillig. Totdat hij tot het besef komt dat hij daar ook niet mee is geholpen.’

Uit: Het is honderd of drie euro wat kies je van Lennart Van Staen

‘Mijn ouders komen voor het eerst in een jaar op bezoek. Het kleine stadsappartement laat geen gepaste afstand toe, dus ging ik de voorbije maanden bij hen langs, in dat veel te grote huis waar ze steeds kleiner en witter lijken. Mijn moeder bedacht een interessante constructie met meerdere tafels, zodat we de mondmaskers over de beeldjes in de gang konden hangen.’

Uit: There is a light that never gets out van Wings and Wonders, Joke Vander Laenen

‘De oorlog van 1914-1918 onderging Van Ostaijen in Antwerpen en de buurgemeenten. De bombardementen, de zeppelins, de Duitse soldaten in de straten. De haven die stilviel, de vluchtelingen en ondanks alles het vertier ’s avonds in feestzalen of “music-halls” als Le Scala of de Wintergarten. Het Letterenhuis dompelt je meteen in de oorlogssfeer met enorme foto’s, bijpassende verzen van Van Ostaijen en geluiden van toen.’

Uit: Onmisbaar gelijk een kookboek, Kristien Bonheurre

In de boomhut, aan het raam (vangst #6)

Weg, willen we. En hoe langer het niet mag, hoe meer we het willen. Hoe minder we durven verzuchten dat we eigenlijk liever thuis waren gebleven. Hier, bij Aanlegplaats, voelen we ons eerder aankomstplaats dan vertrekhal, en toch. Ook hier wordt gesmacht, ook hier wordt – zij het enkel binnensmonds – gevloekt. Weg dan maar. Naar het boerenland van West-Vlaanderen, waar koopjes te doen zijn, en in een beweging door, naar de Nederlandse bible-belt, waar merkwaardig genoeg, de redding opnieuw een aantal jaren is uitgesteld.

‘Waar ben je dan, als je van iets (of iemand) weg bent? Niemand zegt dat er even bij, terwijl dat misschien best iets toevoegt. Bijvoorbeeld: “Ik ben helemaal weg van je nieuwe schoenen, als je me nodig hebt, ik ben in mijn boomhut”.’

Uit: weg van van Verwoede Noten.

‘Kachtem ligt op een uur rijden van Gent, tussen de velden en de akkers, waar je nog van die lemen boerderijen vindt die vechten tegen tijd en memel. U weet wel, van die fermettes met witgekalkte bomen rond, en een aalput en rabarber in de tuin. ‘Te koop’ stond er bij een van die huisjes. Dat zou nog eens een idee zijn, dacht ik. Weg uit de stad, terug naar de natuur!’

Uit: Kakkenheimer van Sarah De Grauwe – De Grauwe Gekheid

‘Bij de bekendmaking van de exit polls deze week dacht ik: ‘vervloekte boeren, hun hoeden staan scheef, hun humeuren / hangen er half onderuit.’ Misschien is het een idee om deze regels op een servet af te drukken en dat servet te verspreiden in het restaurant van de Tweede Kamer.’

Uit: Addendum 5: B. Zwaals vervloekte boeren van De Nieuwe Contrabas

 

 

De toekomst van macramé (vangst #5)

Nu de lente in aantocht is en het wielerseizoen weer aanbreekt, is de tijd om achterom te kijken bijna voorbij. Nog een keer bezondigen we ons aan dit onder historici bijzonder populaire tijdverdrijf. Drie heren van stand hebben het deze week over de komedies van Ernst Lubitsch (‘At least twice a day the most dignified human being is ridiculous.’), de symboolwaarde van de regenboogvlag en het prettige vooruitzicht om vijf jaar avondschool macramé te volgen. 

‘Al zie je levenslicht in een ogenschijnlijk bevoorrechte positie en kan je je oprijlaan plaveien met bankbriefjes, niets beschermt tegen eenzaam zijn, vernederd of gekwetst. Ik verleerde lang geleden al te oordelen over de pijn van een ander.’

Uit: regenboog van Sprekershoek van De Schrijverij

‘Het zou gemakkelijk zijn als vooruitgangsoptimisten – ik ben in Deirdre McCloskey aan het lezen – toegaven dat er vroeger ook wel eens iets beter was dan nu, niet voor iedereen, en niet in de ogen van iedereen, maar voor sommigen, en in de ogen van sommigen. Er moet toch een réden zijn waarom men af en toe een film of televisieserie maakt die zich in het verléden afspeelt, in een tijd waarin althans de kostuums de moeite waard waren. Waarom noemen we ze anders kostuumfilms?’

Uit: oude genres in nieuw kostuumpje van Clericks Weblog.

‘Met een antivaxer in discussie gaan. Levende insecten eten. Op een trouwfeest met een wit servet zwaaien, zonder steen erin. Congruent in mijn kracht staan. Een lezing van Renaat Landuyt bijwonen. Naakt bungeejumpen. Bungeejumpen. Een dubbelalbum van Gheorghe Zamfir tweemaal beluisteren. Mijn cursus Historische Kritiek uit 1978 nog eens uit het hoofd leren. Met hongerige haaien zwemmen. Op één been achterwaarts de Mount Everest beklimmen. Actief aan mezelf werken.’

Uit:terugblik van Devriese.

 

 

Julie in wonderland (vangst #4)

Laat u in deze vangst raken door de eerlijkheid, humor en verbeelding van de schrijvers. Julie Cafmeyer, die van een gewone avond in coronatijd een wondere wandeling maakt. Rob van Essen, die met veel zelfspot en bravoure Netflix ontbloot als guilty pleasure én als norm. Tot slot, een man met twee kinders en internet, door zowel met rauwe eerlijkeid, als met liefde en humor een verjaardagsfeestje van zijn ‘Broomie’ te beschrijven, terwijl hij en zijn vrouw dapper een weg zoeken in hun echtscheiding.

Stukjes verwondering, verfrissing en eerlijkheid:

‘In een rebelse bui besloot ik om een nachtwandeling te maken. Ondanks de avondklok waren er vele mensen in het park. Vier pubers met dezelfde sneakers van het merk New Balance dronken een fles champagne achter een struik. Een vrouw in een paars skipak facetimede met haar astrologe op een bankje. Twee orthodoxe joden op een elektrische step. Een vierjarig meisje wandelde met een porseleinen pop in haar buggy. Een jongen met een witte pitbull die tegen zichzelf sprak.

Ik schrok me rot toen er plots een man uit een bosje tevoorschijn kwam. Een lange grijze baard, een oranje fluorescerend tuinpak en een kettingzaag in zijn hand.’

Uit: Nachtwandeling van Julie Cafmeyer

‘Even speculeren: ik heb de indruk dat vrijwel iedereen in onze gezellige bubbel van schrijvers, lezers, recensenten, redacteuren en boekhandelaren, kortom, iedereen die zich professioneel dan wel uit liefde met boeken bezighoudt, te kampen heeft met een lichte verslaving aan streamingdiensten. Eigenlijk zijn we er te veel tijd aan kwijt, eigenlijk zouden we meer boeken moeten lezen! En als we dat dan gaan doen, en vervolgens in romans dingen tegenkomen die kenmerkend zijn voor Netflixseries, zoals timing, suspense, doelgerichte vooruitwijzingen, dan zijn we (of ieder geval: de recensenten) teleurgesteld; want ja zeg, dat kunnen we ook van Netflix krijgen, dáárvoor hebben we de tv of de laptop toch niet uitgezet?! Nu we met een boek op de bank zitten willen we wel waar voor ons geld en onze moeite.’

Uit: PS bij wát voor membranen? van Rob van Essen

‘De ongemakkelijkheid om als scheidende ouders een verjaardagsfeestje te organiseren viel best mee, al was die er natuurlijk wel. Maar scheiden is duidelijk geen punt in de tijd, maar een lange, lànge periode in het leven. Voor de Moeder en ik is dat enigszins behapbaar en in perspectief te plaatsen; voor de kinderen is dat licht anders. Oh, de Brollie is helemaal mee, naar eigen zeggen. Ik heb hem de situatie al horen uitleggen aan een vriendje, hoe mama niet meer verliefd is op papa, maar papa wel nog op mama. That’s the story and we’re sticking to it.‘ 

Uit: Brollie & Broomie Hold on van een vader met twee kinders en internet