Kristien Bonneure

Als er één bodem zit in ons bestaan dan heet die vertrouwen. Ik vertrouw erop dat mijn benen me zullen dragen als ik ze uit bed zet, zelfs in de verkeerde volgorde. Ik vertrouw erop dat ik geen mes in mijn rug krijg als ik de deur uitga. Vertrouwen is de standaardinstelling van de mens en de samenleving, daar ben ik van overtuigd. De meeste mensen deugen.

Kristien Bonneure (en af en toe ook haar partner Lucas Vanclooster) verzamelen de sporen van hun leven, in de hoop er ook na het drama wat hen overkwam de zin van te blijven inzien. Dat we mogen meelezen, de blik op de wijde wereld gericht, is mooi.

Philippe Clerick

Philippe Clerick heeft een heerlijke pen. Vaak kijkt hij met de blik van een homo ironicus naar de meest uiteenlopende zaken: van oude Hollywoodfilms over vergeten Franse dichters en Oost-Europese filosofen met onuitspreekbare familienamen tot en met de waan van de dag. Maar dan steeds met een zekere au-dessus de la mêlee die vaak aan de opbeurende nuchterheid van Karel van het Reve doet denken. Voor iedereen die interesse heeft in Karl Marx, Tussy Marx en Groucho Marx. En alles wat daartussen zit.

De jonge Karel van het Reve dacht dat Hemingway een échte man was, tot een meisje hem duidelijk maakte dat je het ook anders kon bekijken. Misschien deed die Hemingway er alles aan om zich als een echte man te gedragen omdat hij deep down nogal onzeker was.’ 

De inwijkeling

Iedereen, of toch bijna iedereen, houdt van de zee. Vindt rust in de oneindigheid, het eeuwige af en aangerol, de tenen in het zand. We zijn bij Aanlegplaats uiteraard niet vies van een maritieme metafoor, maar houden toch nog meer van tegendraadsheid en controverse.

Enter Marc Reugebrink, die vanuit Gent de zee al ziet liggen: De zee is het toppunt van onmatigheid, vind ik, met al dat water dat nergens een einde lijkt te vinden, zodat je je al de wereldkaart in herinnering moet brengen om de zekerheid te hebben dat al dat klotsen en schuimen toch ook ergens weer stopt. Misschien is het een vorm van pleinvrees, zij het een vrees waarvan ik op pleinen verder geen last heb. 

En zo staat De Inwijkeling vol met boeiende meningen over steden en mensen, en onderweg zijn en ooit, ooit, ergens aankomen.

Joachim Stoop

Joachim Stoop schrijft (onder andere) boekrecensies voor Humo, maar het is niet daarom dat we hem graag te vriend houden. Wel omdat hij er een heerlijk warrige blog op nahoudt, een blog waarin hij alle richtingen uitstuitert en schaamteloos sentimentele / van extreme liefde druipende brieven schrijft aan zijn zoontje en diens twee kleine tweelingzusjes. Heerlijk!

(En stiekem hopen we natuurlijk dat hij ook voor onze aanlegplaats een booksound (websound?) zal maken, zoals hij dat voor Lebowski doet)

De vraag is of we met het verzamelde puin opnieuw dezelfde luchtkastelen gaan bouwen of we onszelf en de wereld kunnen heruitvinden.

Het leven als voorlopige oplossing

Wie goed kijkt komt nooit tweemaal op dezelfde plek. Ik voel dan ook steeds minder de behoefte om andere oorden op te zoeken. Landen of bezienswaardigheden afvinken op een bucketlist? Het is aan mij niet besteed. Ik heb geen bucketlist.

Of hij het er voor doet, vraag ik me af. Zo’n Blaise Pascal verwijzing als je jezelf Pascal Digital noemt. Het doet er niet toe, niets is voor altijd, het is vooral veel en overvloedig, in het leven als voorlopige oplossing, net als zijn in eigen beheer uitgegeven autobiografie De elfde teen.

Hoochiekoochie (†)

Hoe ouder hij werd hoe minder zekerheden er hem restten. Gelukkig voor ons schreef Martin Pulaski zijn vragen netjes op.

Wou je mij iets zeggen, iets schrijven? Heb je mij iets te vertellen? Is dit leven nog de moeite waard om te leven? Is het verkeerd te denken dat de jongeren ons hebben opgegeven? Dat ze niet langer, zoals wij in het verleden deden, te rade willen gaan bij oudere, door ervaring wijzer geworden vrouwen en mannen? Dat ze ons liever kwijt dan rijk zijn? Vergis ik mij? Waarom hoor ik je stem niet? Ben je met verstomming geslagen of ben je even sprakeloos als ik?

Nergens vindt u de jaren ’70 – en bij uitbreiding de gehele condition humaine – beter beschreven dan in Hoochiekoochie.

Matti Brouns overleed in december 2023.

Het kleine kijken

Caro Van Thuyne is een compromisloze schrijfster, met een geheel eigen stem. Lees haar roman Lijn van wee en wens (Gouden Uil 2021!) of haar verhalenbundel Wij, het schuim, en u weet wat we bedoelen. Op het kleine kijken laat ze in haar persoonlijke kaarten kijken, toont ze in alle kwetsbaarheid hoe duur die egelachtige, weerbarstige houding wel is. En hoe noodzakelijk.

De schrijver kent vierentwintig soorten limbo. Een daarvan is de afwijzing. Een ander het gisten. Ik weet dat ik niet de enige ben die de occasionele euforie duur moet betalen. De een moet eerst weer wat gezinsgeld verdienen vooraleer zich opnieuw schrijftijd te kunnen permitteren, de ander wacht op het oordeel van nog maar eens een andere uitgever over het beste dat ze al schreef, of zoekt gezelschap online omdat de eenzaamheid van het schrijven te zwaar valt, of worstelt met een milde blokkage of raakt op drift in de pijn van het waarachtige schrijven, geen kust in zicht…

De Rode Valies

Melancholie klinkt in de stad net iets anders dan in de natuur. Enfin, zo voelt het toch voor Tanja Wentzel, schrijfster van De Rode Valies.

Enkele dagen geleden nog heb ik aan haar gedacht. Na al die jaren mis ik haar nog steeds heel erg, bij vlagen. Nu staat ze hier na vijfendertig jaar opnieuw voor mijn neus. De tijd heeft ook haar niet helemaal gespaard. Maar ze straalt nog net als toen. Ik raak haar aan, ze voelt nog zo vertrouwd. Ik weet nog precies hoe zij beweegt, hoe ze klinkt. Ik heb haar in mijn vingers. Nu staat ze hier ineens voor me, op het Vossenplein. De kans is klein dat het écht mijn typemachine is. Maar dat maakt weinig verschil.

Omdat we zelf ook van schrijfmachines en het Vossenplein houden, daarom houden we van de Rode Valies.

Julie Cafmeyer

Schrijfster, theatermaakster, columniste voor De Morgen, occasioneel journaliste in Antwerps corona-rampgebied. Volg mee met de alledaagse observaties van Julie Cafmeyer, en kom terecht in een wereld vol wondere figuren. Haar columns bespannen het brede spectrum van het menselijk bestaan, en werpen een persoonlijke blik op hedendaagse, historische en ingebeelde gebeurtenissen.

Ik schrok me rot toen er plots een man uit een bosje tevoorschijn kwam. Een lange grijze baard, een oranje fluorescerend tuinpak en een kettingzaag in zijn hand. Er zat iets angstaanjagends in zijn blik, misschien omdat hij me langer dan één minuut aanstaarde zonder te knipperen. Ik dacht dat hij me zou vermoorden, maar hij zei: “Ik ben een nachtwerker. Ik zaag de rotte takken van de bomen. Ondertussen spot ik nachtvogels.”

Reddend Zwemmen

Rob van Essen is schrijver, vertaler en recensent Angelsaksische literatuur. Via recensies over recensenten, odes aan moderne bibliotheken, interviews met zichzelf, en flarden over een schrijversleven en vriendschap, krijgen we een interessante en eigenzinnige inkijk – niet alleen in de literatuurwereld, maar ook in zijn eigen hoofd.

Rob: …Dat is wat veel lezers van literatuur verwachten: dat ze iets zegt over de tijden die we meemaken, dat ze duiding geeft, dat we doordat de verbeelding erop is losgelaten, de werkelijkheid beter gaan begrijpen, en daarom onszelf.

Journalist: Dat klinkt toch niet slecht?

Rob: Nee, nu ik het zo formuleer zou ik er zelf bijna ook nog in gaan geloven.