De ronde van melancholia (vangst #76)

Ondanks de talrijke overwinningen van Wout Van Aert in de ronde van Frankrijk zorgde het warme zomerweer voor een melancholische stemming onder de bloggers in onze haven. Niet getreurd echter want er zaten talrijke prachtige teksten tussen.

Een zeer aangrijpend stuk was ‘Oke’ van En Passant. Na de slotzin was het lang stil in mijn hoofd. 

In de De rode valies schetst Tanja Wentzel een warm portret van haar vriendschap met de Gentse journalist en schrijver Laurens De Keyser – een man die elk jaar ‘Een ontgoocheling’ van Willem Elsschot herlas. Een lovenswaardige traditie. Haar tekst maakte mij in ieder geval zo nieuwsgierig naar het werk van de betreurde journalist dat ik binnenkort in bibliotheken en antiquairs op ontdekkingsreis vertrek naar zijn boeken.

Tot slot mocht ook Erik Herbosch van De Sprekershoek van de schrijverij niet ontbreken. Als er iemand de juiste pen heeft om over lang vervlogen Tours te schrijven dan is hij het wel. Iedereen die ooit negen jaar is geweest en op een fiets zonder versnellingen – maar wél met een sticker van Ward Sels – de ene na de andere eclatante zege behaalde, zal zich in ‘VakantieFomo’ herkennen. 

‘Ik weet niet waarom ik nu precies aan mijn oma’s herinnering denk. De endocrinoloog heeft net verteld dat ik geen kinderen kan krijgen. Mijn eierstokken functioneren niet meer. Meer dan twintig jaar vroeger dan de bedoeling is hebben ze er de brui aangegeven.’

Uit: Oke van Fien De Block

‘‘Kom me maar snel nog eens bezoeken,’ zei hij. Zo vaak had hij over dood en afscheid geschreven, maar toen zijn einde nabij was, deed hij alsof er nog een volgende keer zou zijn. Ik sprak hem niet tegen.’

Uit: Verjaardag van Tanja Wentzel

‘Ik spring de fiets op. Een oranje ding dat klein blijft terwijl ik elke dag groter word. Versnellingen heeft hij niet maar wel het stuur van een koersfiets. Daarop kleven kleine stickers. Ward Sels. Rik Van Looy, hij lijkt op mijn vader, kijkt mij vanuit de hoogte aan met misprijzende blik. Allebei dragen ze een petje van Solo Superia. Raymond Poulidor, de eeuwige tweede en Jacques Anquetil, de eeuwige eerste, groot idool van mijn broer, al prijkt zijn foto wel op mijn fiets.’

Uit: Vakantiefomo van Sprekershoek

Onsterfelijk (vangst #75)

Onsterfelijkheid. Eindeloosheid.

De zomer, en zeker een zomer als deze, vol met zon en warmte, nodigt ons uit om verder te denken dan ons eigen, nietige bestaan. Het is de ander die eeuwigheid biedt. Ondanks de hitte, symptoom van, ondanks de oorlogen, de dreigende recessie, en misschien wel net daarom … Don Vitalski ziet het in zijn kinderen, Jan-Willem Lubbers in de overgave aan liefde, en Ivo Victoria in het heldere water van een gemetste put: de droom dat het nooit mag ophouden.

‘de avond van daarjuist was zeker de mooiste ooit. geruisloze, groene vrede; avondlyk verstuivende zomerwarmte; de stemmen van myn vrolyke kinderen, zoals die zichzelf en elkaâr, hard lachend, de handstand aanleren – nu beiden, exact héden, hun àllermeest onsterfelyke leeftyd hebbend. ‘

Uit: Blog op donderdag, van Vitalski

‘Ik stelde voor om ons samen niet te verzetten. Hij aarzelde, maar stemde uiteindelijk in. We trotseerden de hellingen en scherpten de bochten, we verpoosden bij de vergezichten en proefden van de eindeloosheid. Totdat we samen vielen.’

Uit: #1890 honderd woorden (29) van Jan-Willem Lubbers

‘Het water in de bron was glashelder. De kikkervisjes die ik er eerder die week nog in zag zwemmen, waren nu niet te zien, zaten wellicht verborgen in de spleten tussen de stenen, en eens te meer was ik geroerd bij de gedachte dat je zoiets eenvoudigs achter kan laten, als mens. Een eenvoudig bouwwerkje waarin drinkwater verzameld wordt en dat er honderdvijfentwintig jaar later nog steeds staat, te midden van de natuur, goddamnit, over een voltooid leven gesproken, dat is in feite net zo mooi als een roman of vijf schrijven, wellicht mooier..’

Uit: Voltooid leven van Ivo Victoria

Fragmenten

Zon. Zee. Murphy.

Marij, meer weten we niet van de auteur van deze Fragmenten, en dat ze zinnelijk schrijft, en intens, en dat taal alles is wat telt. Naast kleur. En smaak. En geur. En muziek. En taal. Of zeiden we dat al?

ik reed en reed, veel te snel, omdat ik een zin aan het vasthouden was en aan het stuur niks bij de hand had om die ergens aan vast te binden

Die onzin heb ik afgeleerd, te denken dat zinnen wel bij me blijven tot ik er weer aan wil denken of dat ik ze vast kan houden tot ik thuis ben

Nu stop ik

Het ongerijmde

Borges, Calvino, ontdekkers van werelden.

In hun voetsporen gaat Tom Wouters op jacht naar uitgestorven woorden die niemand nog kent. Soms schrijft hij ook over strips en literatuur, maar het liefst zoekt hij in de wolken naar diersoorten uit vervlogen tijden. 

In het herenhuis waar een baron op rust woont, werkt een man van drie meter lang. De baron – anderhalve meter kleiner, maar hij doet zich groter voor – heeft deze man in dienst genomen om de lampen te vervangen. Dat lijkt een kleine taak, maar in zo’n herenhuis hangen best veel lampen, en elke dag lijkt er wel één stuk te gaan. De man van drie meter lang doet zijn job graag, ook al lijkt hij in sommige kamers gebukt te gaan onder het werk.

Het doel in het leven van Tom Wouters is om een woord te vinden dat rijmt op herfst.  

Gebeur-te-lijke ongevallen

Toen Els op de lagere school zat, bracht de Sint haar een tikmachine. Al een geluk, want vandaag trakteert ze ons op haar eigen Gebeur-te-lijke Ongevallen: een verzameling van anekdotes, kwinkslagen en bedenkingen, uit het dagelijks leven gegrepen.

“Tot drie dagen later, met een hevige niesbui, de vlieg naar buiten werd gekatapulteerd. Ingekapseld in geel slijm lag het als een stilleven in de laatste propere zakdoek die ik nog had. ‘Zie je wel! Zie je wel!’ Ik wilde de wereld laten zien dat ik toch niet gek geworden was.”

Het leven is beslist geen gitaar (vangst #74)

“En zo bezat ik plotseling een luit.”

Of het nu gaat om de impulsaankoop van Jan-Paul van Spaendonck, een zomer schrijven in Frankrijk als Kristel Gijbels (nieuw in de haven, en voor de eerste keer in onze vangst) of nee blijven zeggen tegen de man van het stroopwafelloket, zoals de jonge Marieke Groen: soms weten we gewoon wat ons te doen staat. Het is een kwestie van tijd, van doorbijten en van blijven dromen.

“Nadat de gymlerares die tevens mijn mentor was had gebeld om te vertellen dat ik was geslaagd belde ik twee klasgenoten (2 x 1 tik), die ook allebei waren geslaagd. Daarna wist ik niet meer wat ik moest doen.
 
De diploma-uitreiking was een week later. Tijdens de ceremonie zat ik naast een vriendin, haar ouders en haar broertje. Ook naderhand, toen er drankjes werden geserveerd in de aula, bleef ik dicht bij ze in de buurt. Ik wilde niet dat iemand zou zien dat er voor mij niemand was gekomen.”

Uit: Ovenvast porselein van Marieke Groen

“Het contrast met vorig jaar kan niet groter zijn. Ik verdroeg toen niets of niemand, zelfs de vrolijke stemmetjes van mijn kinderen raasden als sportvliegtuigjes of vervelende wespen door mijn hoofd. Ik voelde me opgejaagd wild, besluiteloos en dolend, en ik weende overal. De tijd glipte door mijn handen, en zo ook mijn leven. En hoe harder ik kneep, hoe minder ik vasthield.”

Uit: Stop all the clocks van Een leven. In snippers.

”Sedertdien bestaat mijn leven uit een worsteling met onwillige stempennen. Tussen de realisering van mijn oude droom, het minstreelschap, en deze eerste kennismaking met de weerbarstige werkelijkheid van dit instrument dat beslist geen gitaar is, zullen er nog heel wat uren gestoken moeten worden in technische zaken. Ik zal advies moeten vragen, misschien les moeten nemen. Maar ik kan al een paar stukjes magisch tinkelende renaissancemuziek spelen, als de dubbelkorige snaren het goed fatsoen hebben om eventjes op toon te willen blijven.” 

Uit: Luit van Voorheen rookzanger

Een leven. In snippers.

Op Een leven. In snippers. zitten we op de eerste rij bij de zinnelijke zoektocht naar het schrijverschap van Griekse godin en zelfverklaard chaotica Kristel Gijbels.

Welk soort schrijver wou ik zijn en was ik überhaupt wel een schrijver? Lange tijd wou ik een ander soort schrijver worden, grappiger, snediger, ik wou vooral die immer aanwezige melancholie uit mijn schrijven snijden, maar je kan eeuwig naar anderen blijven staren en zo jezelf verliezen. Of je kan je eigen pad kiezen. Tegelijkertijd besef ik dat het woord ‘route’ etymologische verwantschap vertoont met het woord ‘roots’. Ik groei mezelf wortels aan op dit pad.

Leve het leven, groots en meeslepend. Leve de snippers, klein en aardend.

De vangst van Gert Brouns (vangst # 73)

Contemplatie als hoeksteen van drie heerlijke vangsten: Sarah De Grauwe, Katrin Van de Velde en Lennart Vanstaen bijten volgaarne in het aas dat leesgoesting heet.

In “De Grauwe Gekheid” die zomaar de Grauwe Werkelijkheid of de Werkelijke Grauwheid zou kunnen zijn bijvoorbeeld, neemt Sarah De Grauwe de achteloze lezer rustig peddelend mee naar de overkant om, daar éénmaal aangekomen, diezelfde lezer er meedogenloos de kop in te slaan (met een lichte overdrijving).

Katrin Van de Velde sleept de lezer dan weer mee in haar net van dromen om te kunnen omgaan met het leven van onregelmatigheden.

En Lennart bestaat het dan weer om er een soort van ‘Yenga toren’ van te maken, die -hoeveel blokjes je er ook uithaalt – pal overeind blijft staan.

‘Ik ontvlucht de menigte en zoek een plekje waar het stil is om dan, in de echo’s van het feestgedruis, het vreemde verdriet te voelen van de introvert, de hooggevoelige, de asociale, wiens verwoede pogingen om deel te nemen aan de drukte immer tevergeefs blijken.’

Uit: De vlucht uit Volkegem van Sarah De Grauwe

‘Ik ben allesbehalve een bruut, maar ik vermoed dat het te maken heeft met geshockeerd worden in behapbare doses. Het herinnert mij eraan dat ik leef.

Uit: Dinsdag, 29 maart 2022 op Dagvinder van Katrin Van de Velde

‘Het is een individuele vlucht in groep, zoals mensen vandaag met elkaar omgaan.’

Uit: Tijd om naar binnen te keren van Lennart Vanstaen

Gert Brouns, het interview

Gert Brouns werkt momenteel aan de oprichting van HoofdstukAcht, onafhankelijke uitgeverij van Nederlandstalige Literatuur voor de eeuwigheid, van zowel nieuwe stemmen als “vergeten schrijvers”.

Zo staat het nog op de website van Neerlandistiek, waarvoor hij zeven citaten van W.F. Hermans heeft geselecteerd. Maar, zo zegt Gert Brouns me nog voor we aan het interview beginnen: dat gaat niet door. Hoe ik het ook draai of keer, er is vandaag geen manier om een puur literaire uitgeverij in Vlaanderen zelfbedruipend te laten zijn. Het wordt nog nauwelijks verkocht – de meeste boeken halen geen vijfhonderd exemplaren – de productiekosten ontploffen en drukkerijen geven geen enkele levergarantie meer aan een kleine klant.

En: de zogenaamd onafhankelijke boekhandel wil niet mee. Met vijfentwintig boekhandels die elk garanderen twintig exemplaren af te nemen zou hij de investering nog aandurven, maar ze doen het niet. Voor iemand die jaren met boekhandel Limerick aan de kar van de Vlaamse literatuur heeft getrokken, doet dat pijn.

Het uitgeeflandschap in Vlaanderen verschraalt snel. Dat zou aan de andere kant weer mogelijkheden moeten bieden, er zijn nog steeds lezers op zoek naar goede boeken die niet meteen in de waan van de dag meegaan. Maar een werkbaar business model? Dat blijkt lastig. Een abonnementsformule misschien? Hij lacht er even mee. Ach, als er onder de Aanlegplaatslezers plots vijfhonderd opstaan die een HoofdstukAcht abonnement zien zitten, dan kan het misschien weer wel.

(Voelt u zich net als wij geroepen, dan kan u zich gewoon melden in een reactie onder dit interview, we geven het door aan Gert).

Tijd voor een garnaalkroketje, en het onderwerp van de dag: blogs.

Waarom ben je nooit met een blog begonnen?

Ik hou van lezen, van boeken en teksten. Maar een schrijver ben ik niet.

Al heb ik natuurlijk, net als iedereen, wel een idee voor een roman. Met imago als thema. Ik heb een grondige hekel aan huichelaars, zoals wie me kent wel weet … Maar hoe eraan te beginnen, en wanneer? Geen antwoord hebben op die vraag onderscheidt de lezers van de schrijvers, vrees ik.

Al zijn er natuurlijk wel schrijvende boekhandelaren en uitgevers. Toen ik Limerick net had overgenomen was er op de website ook plaats voorzien voor een blog. De bedoeling was om interessante blogschrijvers er een plek te geven, zoals Aanlegplaats nu doet, maar dat initiatief is toen wat ondergesneeuwd onder de realiteit van de winkel.

Wie zou er absoluut een blog moeten beginnen, en waarom?

Christophe Vekeman natuurlijk! Zijn stem is uniek in de Vlaamse letteren. Hij mag dan in het interview bij jullie wel hebben verkondigd dat hij al genoeg schrijft als werk om ook nog wat gratis weg te geven in een blog, toch zou een plek waar hij wat vrijer uiting kan geven aan al wat hem bezighoudt een aanwinst zijn. Je wil het ook wel eens allemaal samen zien, wat hij zoal bij mekaar schrijft.

En Gaea Schoeters, die ook. Die heeft wel een tabje blog op haar website, maar dat is niet de blog die ze zou kunnen maken. Ze verkondigt vaak en snel meningen via allerlei kanalen, en ik weet zeker dat stukken die met een beetje meer afstand zijn geschreven de posities die ze inneemt nog meer zouden dienen. En het is een geweldige schrijfster ook. Alleen daarom al zou ik haar blog volgen.

Wij, bij Aanlegplaats, zoeken er al een tijdje naar, en we krijgen het maar niet scherp: wat maakt dat een blog echt goed is?

Lastige vraag. Bloggen is eigenlijk niet meer weg te denken uit het literaire landschap, en toch leeft het wat in de marge. Op een enkele uitzondering na, zoals het kleine kijken van Caro Van Thuyne, volg ik blogs niet actief. Ik moet er bijna per ongeluk over struikelen, of ze via jullie vangst van de week ontdekken.

Maar ook dan lees ik met plezier een aantal stukjes op zo’n blog, om hem dan onmiddellijk te vergeten in de geschiedenis van mijn browser.

In elk geval: laat blogstukjes alsjeblief kort zijn. Niet omdat een tekst niet mag uitwaaieren, maar lezen op een scherm is zo verdomd lastig. Ik kan er mij niet op concentreren. Een tekst die niet gehecht is aan een fysieke drager blijft voor mij altijd vluchtig.

Maar verder ben ik wel modern hoor, en als er in een blog een vonk van herkenning is, een aanknopingspunt met mijn eigen interesses, ja, dan wil ik wel eens klikken.

Terwijl voor een blog uiteraard dezelfde basisvereiste geldt als voor eender welke literaire tekst: vindt en gebruik alsjeblief je eigen stem.

Zaterdagnacht & maandagochtend (vangst # 72)

Net voor het begin van de zomervakantie werd ik geveld door covid. Nu ja geveld. Het was vooral zalig om zonder schuldgevoelens – met mijn hond aan mijn voeten – in bed te kunnen blijven liggen, omringd door boeken, tijdschriften en de betere blogs. Het was heerlijk vermeien in andere werelden – ook al bleven de gordijnen van de slaapkamer gesloten en stond de deur slechts op een kier.

In een wondermooi stuk vol zinnen die vragen oproepen die weer nieuwe vragen oproepen, mijmert Isaura Fluit op haar blog elke dag wel iets over toevallige aanrakingen en eenzaamheid.

Samen met Gert den Toom doen we ons te goed aan een full English breakfast in café Romana, uitgebaat door hardwerkende migranten die geen oog meer hebben voor de heimwee-collages aan hun muur.

Een van de meest onwaarschijnlijke waargebeurde verhalen die ik de afgelopen maanden op de blogs in onze haven heb gelezen, is dat van Ben Tekstschrijver over Americana-zanger David Corley. Ik wil er niets van prijsgeven, behalve dit: lezen is warm aanbevolen. Het gaat, net als bij Isaura, over toevallige ontmoetingen. En zet nadien muziek van David Corley op.

‘We zijn onwetend over wat we teweegbrengen in een ander. Onze levens strekken zich uit, onzichtbaar als de wortels van een boom die meters verder het plankier omhoog duwt. Er wordt soms aan ons gedacht door mensen die wij al lang vergeten zijn. En wij gaan verder met de afwas of bergen de stofzuiger op’

Uit: Niets bestaat van Isaura Fluit

‘Hij speelde zijn rol als vrolijke, servicegerichte bediende in de lunchroom met verve, bijna te serviel zelfs. Ik meende er iets in te herkennen van wat M. ooit vertelde over zijn werk in een lunchcafé: dat hij een spel maakte van al zijn handelingen, van het opmaken en dragen van de borden, van de gesprekjes met de gasten. Hij acteerde zijn baantje om de sleur dragelijk, om het leuk te houden. In talloze variaties op hetzelfde thema.’

Uit: Geplastificeerde heimwee van Gert den Toom

‘Terwijl hij net het hart van de zaterdagavond heeft bezongen, begeeft zijn eigen hart het. Hij zakt door de knieën. Op Available light zingt Corley over The end of my run. Is dit het einde van zijn levensloop? De drummer rent in paniek naar de rand van het podium en roept: ‘Doctor, doctor, we need a doctor.’

Uit: Blij-na-reanimatie-buiten-het-ziekenhuis van Ben Tekstschrijver