Punch (vangst #71)

Het is bloedheet wanneer we deze vangst samenstellen, en dan mag het nog meer dan anders: korte stukjes die het moeten hebben van hun punch line en een flinke dosis zelfrelativering.

Ingrid Verhelst reist met een VW Camper California (spoiler: geen goed idee), Koen Van den Borre – voor de eerste keer in onze netten – bevestigt een hangmat (spoiler: met net iets te veel succes), en Gerbrand Bakker doet iets aan zijn lichaamsbeharing (spoiler: het maakt je jonger).

 ‘En – het ergste – na elk kort slaapmoment leek de inktzwarte ruimte nog kleiner te zijn geworden. Onzin, zei ik streng tegen mezelf. Niet onnozel doen, Verhelst. Auto’s krimpen niet, en al zeker niet als ze van Duitse makelij zijn.
… Het hielp niet. De tiende of twaalfde keer dat ik wakker schrok wist ik zéker dat het dak van de VW bijna mijn hoofd raakte, en ineens – uit het niets – wist ik wat er aan de hand was: ik lag niet in een busje, ik lag in een doodskist! 

Uit: Zot zijn enzovoorts, nummer 9 – een doodskist van Ingrid Verhelst (ja, het is een reeks, lees ze vooral helemaal!)

De kortste weg tussen twee punten mag dan wel een rechte lijn zijn, de kortste weg naar een verkwikkend dutje is een boog. Ik verklaar me nader. Rond deze tijd wanneer de tuin in zijn plooi valt en het warme weer aanzet tot ledigheid, komt de hangmat boven.

Uit: Chillen met Tsjechov van Koen Vandenborre

Vanochtend, en dit heb ik nog nergens opgeschreven, stond ik me te scheren. Zo eens in de zo veel tijd moet je (ik) dan ook even goed naar de wenkbrauwen kijken. Des te ouder je wordt, des te sneller groeien de haren in die wenkbrauwen, en trouwens ook de haren in de oren.

Uit: Multigroom van Gerbrand Bakker

(en o ja, dat de titel van deze vangst in deze hitte ook een punch line is, had u wel begrepen, toch?)

Morsige liefde & andere verhalen (vangst #70)

‘Pour moi, c’est Pol Anoul est dix autres…’.

In de jaren vijftig werd de Belgische voetbalploeg samengesteld door negen selectieheren. Uit elke provincie van ons koninkrijk één. Zo straf als de toenmalige selectieheer van de provincie Luik wil ik het niet maken, maar ook redacteuren van Aanlegplaats zijn maar mensen met smaken en voorkeuren. Ieder van ons heeft een paar vaste waarden waar we steeds op kunnen terugvallen. Bij mij is een van die vaste waarden Philippe Clerick. Deze week was zijn stuk zo sterk – een genuanceerde en zoals steeds bij hem erg geestige reflectie op ‘moeilijke’ kunst – dat het bij een illustere Luikse selectieheer ongetwijfeld de uitspraak: ‘Pour moi, c’est Pol Anoul, Philippe Clerick est neuf autres…’ had ontlokt.

Ook Julie Cafmeyer wist me vanaf de allereerste paragraaf die ik van haar las – nu toch alweer een decennium geleden – te begeesteren. Met een poëtische eerlijkheid schrijft ze over haar morsige zoektocht naar liefde en ze doet dat in een taal die beklijft en die doet uitkijken naar haar debuutroman.

Sinds kort werk ik, tijdelijk, voor de uitleendienst van de VRT. Op mijn nieuwe werkplek ontmoette ik een van de bloggers uit onze haven en nog tijdens ons gesprek dacht ik: hier zit materiaal voor een stukje in. Maar deze keer was de andere blogger – Vincent Merckx – me te snel af. Het was een behoorlijk surrealistisch ervaring om mezelf door de pen van een ander te zien.  

‘Dat Marienbad, een film van Alain Resnais uit 1961, zou tegenvallen, wist ik al vanaf de eerste beelden. De camera beweegt langs de muren van een barok kasteel dat tot hotel is omgebouwd. Nu heb ik zo al de pest aan barok interieurs, en als ze in zwart-wit gefilmd of gefotografeerd zijn, wordt het er niet beter op. Bladgoud is erg, maar bladgoud in grijstinten is nog erger.’

Uit: Haute couture film van Philippe Clerick

Hij zegt: “Jullie moderne mensen besmeuren elkaars bed met sperma, bloed en andere heerlijke lichaamssappen. Zodra het botst, gaan jullie elkaar uit de weg. Jullie hebben je laten wijsmaken dat liefde alleen iets constructiefs en positief moet zijn. Als je elk ongemak uit de weg gaat, blijft er inderdaad niets over. Liefde is kijken naar de vlekken die je achterlaat in het bed. Liefde is blijven liggen in ongewassen, stinkende, zweterige lakens.”

Uit: de man zonder tanden van Julie Cafmeyer

‘In de week waarin ik op goed geluk een camera reserveerde, trof ik een Lezer aan tussen metalen archiefkasten. Een echte nog wel, geen vrienden of familie maar zo eentje die je niet kent, met het grijze golvende haar dat ik ooit hoop te zullen hebben maar waar ik genetisch onvoldoende voor ben aangelegd.’

Uit: sony alpha van Vincent Merckx

De vangst van Katrien Scheir (vangst #69)

Laatst postte Margot Vanderstraeten op facebook een citaat van de Nobelprijswinnende gedragsonderzoekende zoöloog Konrad Lorenz uit 1983:

‘Vele denkers hebben reeds ingezien dat vernietiging van het milieu én vernietiging van de cultuur hand in hand gaan. De afbraak van het menselijke wordt echter maar weinig beschouwd als een ziekte; slechts weinigen – op Aldous Huxley na – zoeken naar de ziekteoorzaken en proberen tegenmaatregelen te bedenken.’

Mijn vangst is een handvol zuurstof. 

De bloggers lijken op adem te willen komen in een roeptoeterende wereld. Zij proberen weer iets menselijks op te rakelen uit de kudde, iets authentieks te vinden tussen stereotype en heersende stellingen. Zij zetten niet zichzelf in de kijker, maar hun relatie tot de dingen en de wereld. Hun blog brengt rust en energie. Er fonkelt licht in.

Anne Broeksma cultiveert haar tuin en beschrijft dat bijzonder poëtisch. Ze doet denken aan Vita Sackville-West, schrijfster, tuinierster (en ooit minnares van Virginia Woolf). Broeksma vertelt over het kleine, schijnbaar onbeduidende leven in de tuin. Ze toont dingen waar mensen in hun haast en met hun drukdoenerige ikje vaak aan voorbijgaan.  Ze onttrekt er wijsheid uit die confronteert en relativeert.

Mark Reugebrinck bewerkt en dient een tuin der letteren. In die tuin, op een afstand van het geraas, kan je op adem komen en denken. Hij koppelt zijn eerlijke vragen en herinneringen aan het werk van andere schrijvers en filosofen. Nooit is het drammerig of bepakt. Zijn tuin is een open, verscholen plek.

Ook Philippe Diepvents wroet geduldig in de aarde en vindt schatten. Hij denkt dat schrijvers een beetje horen te zijn als archeologen, die uren met hun borsteltjes staan te vegen over een of andere Etruskische vaas. Die kerel met het borsteltje maakt de vaas niet mooier, hij zorgt er alleen voor dat je die kan zien zoals hij oorspronkelijk werd bedoeld.

Het stukje van Caro van Thuyne gaat over een schrijvend leven waar gevoelens en gedachten niet meteen kunnen worden geplukt, maar langzaam groeien. Dat is volgens mij geen gebrek maar een gave.

Op mijn knieën in de rivierklei, uithijgend met een nul procentbiertje op een stoeltje in de schaduw van de hoogstam appelbomen. Terwijl ooievaars overvliegen en avondmist vanuit de velden langzaam de tuinen in sijpelt.

Uit Tuindagboek I op Notulen bij het Ongetemde

Maar kijk naar de varkens. Profeten zijn het, boodschappers van een nakende ommekeer, voorzeggers van een paradigmashift, wraakgoden van de barbecue-mens, heilbrengers van een wereld waarin alle varkens roze zijn. 

Uit Het varken strikes back op De Inwijkeling

Op een dag werden we allemaal wandelaars. De beperkingen van onze wereld dwongen ons daartoe en vandaag wandelen we nog steeds. Vanuit de lucht bezien moet dat vast een komisch, misschien wel ontroerend beeld opleveren.

Uit Voor mijn wandelaar van Philippe Diepvents

Ik mis een of andere schakel tussen denken en spreken. Ik heb een wroetende omweg gevonden langs het geschreven woord maar de schakel die iedereen lijkt te hebben en dus als natuurlijk beschouwt, als normaal en vanzelfsprekend, die ontbreekt bij mij.

Uit Van de heldin en het monster in het harnas op Het kleine kijken

(r) Anne Broeksma – Ons Oud-Zuylense paradijsje op 5 september 2021

Katrien Scheir, het interview

In een niet al te ver verleden exposeerde, schreef en regisseerde Katrien Scheir theaterstukken. Nu woont ze in Zuid-Frankrijk waar ze lesgeeft, schildert, illustreert en cartoons maakt voor Apache.be.

En schrijft.

Een blog, uiteraard, en in september 2021 debuteerde ze met ‘De man van het licht’ bij Uitgeverij Oevers. Op dit moment werkt ze aan een tweede roman, een geïllustreerd kinderboek en een reeks schilderijen.

Waarom ben je ooit met een blog begonnen?

Ik begon ermee toen ik nog theater maakte. Aanvankelijk was het bedoeld als reclame voor mijn werk, maar al gauw ging ik verhalen en beschouwingen posten. Het was een experiment. Ik beschouwde het als een aanloop, een wenk die al in de buitenwereld mocht voor een testpubliek.

Toen ik jaren daarna op straat belandde en mijn theaterwerk werd ontkend na een Me Too-situatie, moest ik mezelf letterlijk weer bij elkaar schrijven, mij met woorden bijeen vegen, mij schrijvend weer doen bestaan. Dat deed ik aanvankelijk in een dagboek. Ik heb al een aantal meters in dagboeken en ik houd er nog steeds een bij. Aantekeningen waaruit ik achteraf vaak materiaal put. Zoals Woningloze van Slauerhoff (‘Alleen in mijn gedichten kan ik wonen’) woonde ik toen echt in mijn dagboek. Het concept was aanvankelijk vrij: zowel beschouwingen, ideeën, persoonlijke gedachten en gezeur over familie, gedichten, recepten, citaten, namen, landkaarten, woorden, recensies. Daarna gingen de recepten toch in een ander boek want soms lag er een dagboek in de keuken open en drupte er tomatensaus op een citaat van Peter Sloterdijk.

In Frankrijk ging ik weer schrijven en daartoe activeerde ik ook mijn blog weer. Ik putte uit oud en nieuw werk. Ik wilde mijn werk naar buiten brengen, in de pers en bij een literaire uitgeverij. Die blog zag ik opnieuw als een oefening en aanloop daarnaartoe. Soms herschreef ik een tekst of maakte ik een nieuw stuk dat – anders dan een dagboek – al in de buitenwereld mocht. Ik schrijf : ‘anders dan in een dagboek’ omdat ik me bewust wil blijven van de grens die in deze tijden soms ook is opgeheven. Een periode van inkeer en werk in stilte en privacy kan tot veel rijkdom leiden, zoals de mythe van Persephone. Niet alles hoeft meteen op de (sociale) media te worden gegooid. Ik vind dat zelf een moeilijke oefening met verschillende kanten, want de mogelijkheid om je meteen te kunnen richten tot een publiek heeft ook iets democratisch en kansrijk.

Op mijn blog postte ik ook illustraties en schilderijen. Zo stond ik weer een beetje bij elkaar, een blik in mijn schrijfvertrek en atelier.

Het is best makkelijk, zo’n atelierplekje dat er altijd is, als je bv. in een verlaten kunstenaarshuis op het Zuid-Franse platteland woont. Ook nu beschouw ik de teksten als aanloop naar literair werk en pers. Soms wil ik dan weer alles wissen, vind ik het vroegere een last.

Het valt voor dat ik iets kwijt wil, en alles laat vallen om een blog te componeren. Anderzijds zijn er ook momenten dat ik niet veel blog, of er minder waarde aan hecht.

Uit sommige teksten distilleerde ik dan weer werk voor een roman of een gedicht. Ik zocht en zoek verschillende vormen, van een column tot een essay tot een kortverhaal en een artikel of bespreking.  Ja, ik beschouw het wel als een vormonderzoek waaruit allerlei kan ontstaan. Voorlopig is mijn blog nog een bonte verzameling, maar een consequente vorm, bv. wekelijks een zeer kort stukje, lijkt me wel sterk.

Wie zou er absoluut een blog moeten beginnen, en waarom?

Een heleboel mensen! Op facebook kom ik er soms tegen waarvan ik denk: verzamel je gedichten of  stukjes op een rustig plekje. Margo ten Kaat of Ank Kromkamp bijvoorbeeld. En Tom Wouters levert bijzonder fijne stukjes: ze zijn absurd, grappig of poëtisch.

Mijn Professor kunstgeschiedenis Paul Ilegems heeft een unieke stem. Ik zoek ook meer dadaïsten geloof ik. 

De scherpzinnige muzikale observaties van Carmiggelt zoek ik ook in een blog, geen kloon maar een nieuwe soort die rustig en vrolijk melancholiek observeert, je mag me altijd tippen.

Satirici, als ze nog niet zijn uitgestorven, moeten absoluut een blog beginnen, net als filosofen.

Laatste schreef de schilder Koen Broucke iets moois op facebook over landschappen, toen dacht ik: een blog over kunst, in de stijl van Rilke maar ook zoals wijlen Bernard Dewulf dat deed.

Ook ornithologen die kunnen schrijven, zoals bv. Hans Dorrestijn: begin een blog. Biologen zoals Dirk Draulans zijn broodnodig. Mensen die goed kunnen vertellen over natuur, dat is noodzakelijk in deze tijd.

Stella Bergsma publiceert al, ik vind haar een goede stilist. Ze voert ook een boeiende strijd op de media die ik best wel in een blog verzameld wil zien.

Amalia Vermandere kent veel van meditatie en yoga, wetenschappelijk en filosofisch onderbouwd. Ik denk, dat als ze af en toe een blog post, van een haiku tot een beschouwing, het als een artistieke, filosofische ademteug zal voelen.

Filip Van Zandycke is fotograaf en heel belezen en reiziger en Brusselkenner. Hij heeft een mooie blik, ik spoor hem bij deze aan om een blog te beginnen.

Wij, bij Aanlegplaats, zoeken er al een tijdje naar, en we krijgen het maar niet scherp: wat maakt dat een blog echt goed is?

Het gevaar van internet is de snelheid, het rechtstreekse. Er is ook geen beperking. Verwerking, beheersing, sublimering zijn waardevol en zeker in tijden waarin je meteen je braakbal kan droppen, waarin roeptoeteren en koketteren normaal is. Iets proberen te schrijven dat zich onderscheidt van rechtstreeks buikgevoel en breiwerkjes vol saaie ‘persoonlijke’ meningen, emoporno, drammerig namedroppen en kennisgeratel lijkt me wel wat.

Een goede blog kenmerkt zich misschien wel door veelzijdigheid, stilering en een eigen stem. Microkosmos in het universum. Het ik is niet zo hysterisch aanwezig en toch is het aanwezig door een persoonlijkheid en een eigen hoogstpersoonlijke blik. Ik vind het interessant als er in zo’n stukje wordt ingehaakt op een grotere wereld, de actualiteit, geschiedenis, een bepaald vak. Ik lees graag blogs die beschouwend werken, nuanceren of uitdagen, verrassen door stijl. Verslagen over literatuur, muziek, politiek maar ook eigen observaties, een beetje zoals in de boeken van Privédomein.

Absurdisme en humor mis ik soms in blogs, maar het hoeft dan ook weer niet met zo’n geforceerd peptaaltje, want dan zit er weer een plastiekje rond de ziel.

Net zoals in de literatuur vind ik l’ Art pour l’art en verzet in teksten niet altijd elkaars tegenpolen.

Toen ik ‘Het tijdperk van de huid’ van Dubravka Ugresic las, meende ik een blogvorm te herkennen, de blog verheven tot literatuur: zowel essay als verhaal als artikel als een beschouwing door een bijzonder hevige opmerkelijke stem, vol verzet en poëzie en schoonheid in een stukje tekst. Ik vond dat geniaal. Tijdens de lockdown ontstond er een nieuwe vorm van theater: Bovary, de theaterfilm, met Jaco Van Dormael en Michael De Cock van KVS. Ik denk dat een blog ook een nieuwe tekstvorm kan zijn.

RuPaul’s Drag Race is de essentie (vangst #68)

De blog van Ivo Victoria is terug. En dat is goed, dat is heel goed zelfs. We zouden echter geen blogplatform zijn als we langer bij de naakte feiten zouden blijven ronddobberen dan strikt noodzakelijk om de binnenweg naar onze gevoelens bij het gebeurde, onbevaren te laten. Ivo Victoria is namelijk terug met een slag om de arm waar wij bloggers het moeilijk mee hebben.

Lees zelf maar. Feit is: als ik op deze website weer wat blogjes begin te publiceren, dan weet je dat het bijna zo ver is. De motor draait warm, ik ga een aanloopje nemen, mezelf op gang trekken, en dan – net wanneer mijn blogjes een acceptabel niveau beginnen te halen – knijp ik er hier weer keihard tussenuit om mij aan the real deal te wijden, dan weten jullie dat vast, en het valt niet voorspellen hoeveel blogjes ik daarvoor nodig zal hebben.

Daar. De blog als middel en niet als doel. We zullen de reis en de bestemming in de sloot laten gisten, maar we mogen toch zeker nog wel eens herhalen dat the real deal een illusie is? Of alleszins, dat die real deal niets meer is dan een beschouwing van tien seizoenen van RuPaul’s Drag Race?

Logischerwijs ben ik halverwege seizoen 13 begonnen met kijken op MTV en dat alleen omdat Kandy Muse ruzie had met Tamisha Iman. Gefascineerd door het feit dat mannen, dressed as girls, ruzie maken als een stel hysterische wijven, moest ik wel blijven kijken. Wie zijn deze mannen en waarom hebben ze voor deze kunstvorm gekozen? Zelfexpressie, entertainment? En wat doen ze eigenlijk bij zo’n Dragrace?

Uit: Drag van Marita’s overpeinzingen

Of dit. Wat is er méér real deal dan een jongetje op noppenschoenen?

Ik leer bij! Inmiddels weet ik ook dat de stekels onder die stekelschoenen eigenlijk noppen zijn. Ze maken een mooi geluid, vind ik, of toch op straatstenen. Je moet Punkie zien lopen op die Nike-Superfly-weet-ik-veel-wats. “Doe het nog eens”, zeg ik. “Wandel nog eens heen en terug!” Klik, klak, klik, klak, op die dunne beentjes. Dan geniet ik. Punkie heeft pech met zijn supporter. Zij heeft geen verstand van de essentie.

Uit: Ongeschikt mens van An Olaerts

An Olaerts heeft wél verstand van de essentie, juist wel! Ze weet het goed genoeg. Zelfs Gilles, Ivo Victoria’s tegenspeler, weet het. Warmdraaien is de essentie.

‘Ben je al aan het schrijven?’ vroeg Gilles toen we in het steegje voor Kapitein Zeppos heus niet stonden te roken.
‘Bijna,’ zei ik.
‘O, ben je het aan het uitstellen?’ riep hij verlekkerd. ‘Ben je het aan het opbouwen in je hoofd?’
‘Ja,’ zei ik. ‘Zoiets.’
‘Heerlijk,’ zei Gilles. Hij zuchtte en keek me aan alsof hij aan seks dacht, en wellicht was dit ook zo.

Uit: Bijna. van Ivo Victoria

Voor wie doen we het (niemand gevangen?)

Voor wie doen we het?

Voor die ene lezer die even monkellacht, het uitschatert, een traan wegpinkt, even stil wordt?

Of tellen de aantallen, en willen we er veel van, van die lezers?

Bloggers hebben het er over. 1000 per dag, voor Vitalski, 150 à 200 voor Pascal Cornet, zonder facebook mee te tellen, ‘slechts’ 22 per post voor Joost Elli.

Ter referentie: Nietzsche verkocht – gemiddeld – 212 exemplaren van zijn boeken, een Nederlandstalig romandebuut blijft onder de legendarische 500 …

Wij, bij Aanlegplaats, stellen ons de vraag: voor hoeveel lezers doe jij het? Maakt het iets uit?

Antwoorden in de comments, graag!

(Aanlegplaats heeft overigens gemiddeld 30 lezers per dag, en het maakt ons uit, vanuit de doelstelling om bloggen meer zichtbaarheid te geven in de literaire wereld)

Houdt de dief! (vangst #67)

Eerlijkheid is een verdomd lastig begrip. Mag je stelen van de rijken? Hoe rijk moet die rijke dan precies zijn, en hoe arm jij? Veruit de meeste schrijvers in onze haven kwamen aan per roeiboot, enkelingen slechts met een oligarchisch jacht.

En zo neemt Viktor Frölke het op tegen de Grote Boze Banken, en Eliane De Bleser tegen de kleine kruidenier met een scherp oog. Helden zijn het, in pyjama toch, volgens onze favoriete briefschrijver, die zich al spontaan in gevangenisplunje hult.

Dus bij mijn pensioen over tig jaar
vijf euro tegemoet kan zien

Bruto, per maand, dat is.
Amper genoeg, dunkt me,
voor een pak bevattende één dozijn
Etos Incontinentiebroekjes.
Maar elke druppel telt.

Uit: Druppels van Viktor Frölke

‘Ik zal het nooit meer doen. En ik heb me op tijd bedacht. Ik heb alles teruggelegd.’

‘Ja, maar we hebben je bijna op heterdaad betrapt.’

‘Net niet. Er is niks gebeurd. De spullen liggen terug in de rekken.’

Uit: Of bij de kruidenier op Anderewoorden

‘Het heldendom was sowieso nooit een rol die mij aansprak. Ik was altijd liever indiaan dan cowboy (toen waren cowboys nog helden), liever boef dan politie. Ik had zelfs een heus zwart-wit gestreept gevangenispakje, bol met beenketen inclusief.’ 

Uit: Waarom het beter is de held te zijn op Brieven aan mijn zoon

Na de zondvloed (vangst #66)

Zonder Jeroen Brouwers had de blog Aanlegplaats allicht nooit bestaan. Het zit zo: lang geleden zag ik tijdens het voorbijrijden het herkenbare gezicht van oud-studiegenoot Dirk Van Boxem terwijl hij in de winterregen op de tram stond te wachten. Thuis dacht ik: wat zou er toch van hem geworden zijn en toetste zijn naam in een zoekmachine in. Zo las ik een erg mooi verhaal dat Dirk in De Brakke Hond had gepubliceerd en waarin een prominente rol voor een boek van Jeroen Brouwers was weggelegd. Ik contacteerde hem en een vriendschap werd herboren. In de begindagen van onze respectievelijke blogs moedigden we elkaar aan – meestal in café Het Been, vernoemd naar de door ons zo bewonderde Willem Elsschot. Over Elsschot waren we het roerend eens, maar over Jeroen Brouwers konden we urenlang discussiëren. Ach, hoe heerlijk is het niet om je te verliezen in je eigen vooroordelen en op het eind te moeten toegeven dat er niets is, wat niet iets anders aanraakt.

Deze week dan ook twee stukken in onze vangst over de betreurde schrijver. Een mooi eerbetoon van Erik Herbosch in de sprekershoek van de schrijverij over wat Jeroen Brouwers eigenlijk bedoelde met zijn waarschuwing om het woord ‘maar’ spaarzaam te gebruiken. En het woord ‘eigenlijk’ verticaal te klasseren. Edoch even boeiend is het met weldoordachte kanttekeningen gestoffeerde stuk van Philippe Clerick over Brouwers, Karel van het Reve en Willem Elsschot. Tot slot enkele prachtige bedenkingen van Anton Voloshin, fragmentarisch neergeschreven en culminerend in de allerblauwste januarimaandag.

‘Tijdens het tandenpoetsen viel het mij in.

Natuurlijk hadden wij de meester fout begrepen. Hadden we zijn punt helemaal gemist. Slechte verstaanders waren wij. ‘Maar’-tellertjes. Mierenneukerig hadden we ons gefocust op dat ene woord en helemaal niet begrepen waar hij werkelijk op doelde. Die ‘maar’ was slechts een detail. Een voorbeeld. De man bedoelde het natuurlijk ruimer. Dat een schrijver van enig niveau dient stil te staan bij elk woord dat hij aan het blad toevertrouwt.’

Uit: maar jeroen van De Sprekershoek van de Schrijverij

‘Door Jeroen Brouwens is mijn leven een stuk lastiger dan het anders geweest zou zijn. Ergens heeft hij gezegd of geschreven dat een schrijver die meer dan twee keer het woord ‘maar’ gebruikt op één bladzijde bewijst dat hij zijn vak niet kent. Als ik een argumenterend stukje schrijf, heb ik vijftien keer ‘maar’ gebruikt voor ik het weet. Daar probeer ik er dan enkele van te schrappen. Een enkele keer kun je ‘echter’ of ‘evenwel’ of ‘daarentegen’ schrijven, maar in de meeste gevallen moet je hele zinnen herschrijven om de noodzaak van een voegwoord weg te nemen. ‘t Is een heel karwei.‘

Uit: Jeroen Brouwers, Karel van het Reve en Elsschot van Philippe Clerick

‘Bijna alle aanwezige mannen zijn lelijk – niet op de coole rockstermanier, noch op de rozig-onbeholpen manier van bepaalde types kindmannen op fantasyconventies, maar complexloos lelijk. Daar kan ik nog wat van leren. De meeste dames zien er niet veel beter uit, of hebben een ruw geschetst soort aantrekkingskracht waar live-love-laugh-wijnmama’s afkeurend naar zouden kijken. Dit is mijn volk, ik kan het niet ontkennen.’ 

Uit: winterkaartjes van Anton Voloshin

Hup, in je context! (vangst #65)

vandaag vragen deze drie items om uw aandacht. zij ook al.

Eigenlijk vier items zelfs, want ook bovenstaande werd gevangen in onze haven. Het vormt de introductie tot enkele boeiende inzichten van ‘poëtisch werker’ Dirk Vekemans en werden door ons hier schaamteloos uit de context gehaald. Gewoon omdat het goed uitkwam.

En dat is dus exact waar de drie items van vandaag tegen strijden. Zij plaatsen alle drie, op zeer uiteenlopende manier, de zaken opnieuw in hun context. Marc Vanfraeghem doet het met de veelgeciteerde waarschuwing van Juvenalis, over het gevaar van een lange vrede. Blijkbaar waarschuwde de Latijnse satiredichter niet voor de gewenning aan weelde in het algemeen – nee; hij waarschuwt voor de zeden van de Romeinse vrouwen, die zich zonder oorlog te buiten gingen aan drinkgelagen en vreetpartijen. Gerbrand Bakker lijmt voor ons de verschillende puzzelstukjes van de carrière van de verder volstrekt onbekende acteur Peter Berkhof aan elkaar, die schittert in reclame voor én een traplift én een versterkend middel voor de ouder wordende mens. Verlies de context uit het oog en ten prooi val je, aan reclame – of aan een simplistisch wereldbeeld. Als kers op de taart zet Johan De Crom in een fictief interview met Conner Rousseau dan ook diens veelbesproken Molenbeek-uitspraak in de context. Hèhè.

Opdat de waarachtigheid – meer nog dan de waarheid – moge zegevieren.

Ware orgieën richten zij aan, tot ver voorbij middernacht. Normen en waarden – een wending die je vandaag wel meer ontmoet – ‘vervallen in een decadent genot van dronken minnen.’ Ze zien het verschil niet meer tussen een hoofd of een lies. Op weg naar huis laten zij hun draagstoel halt houden bij het oude altaar van de Kuisheid, de Pudicitia. Daar pissen zij met felle stralen tegen het beeld van de godin, en bekruipen elkaar terwijl er geen man te zien is.

Als jij ’s ochtends naar je werk gaat, trap je in de pis van je vrouw: tu calcas luce reversa coniugis urinam.

Begrijpelijk dus dat men in ernstige militaire beschouwingen zich beperkt tot het korte citaat.

Uit: Het gevaar van een lange vredestijd van Victa Placet Mihi Causa

Kijk, dat kan dus niet. Of je hebt een lift nodig om de trap op en af te komen óf je rent vanwege een versterkend product diezelfde trap op en af (en moet dan maar hopen dat iemand die lift aan de kant heeft gemanoeuvreerd). Peter Berkhof kan daar weinig aan doen, die wordt gewoon ingehuurd. Die speelt zijn rol. De vraag is hoe geloofwaardig wij reclames achten te vinden.

Uit: Lekker de trap op rennen van Gerbrand Bakker

“Beeld je in dat je als modale burger een conflict met je huisbaas wil aankaarten en je stoot op iemand met zo’n sjaal, die mogelijk nog nooit in z’n leven een appartementje heeft moeten huren. Gaat die jouw dossier eerlijk behandelen? Wij willen luisteren naar de modale Belg die zich hierbij niet veilig voelt. Ik zeg niet dat het burberrysjaalverbod er morgen moet komen, maar laat ons met alle democratische partijen het debat voeren.”

Uit: “Als ik door Brasschaat rijd, voel ik me ook niet in België” van Johan De Crom

De vangst van Vitalski (vangst # 64)

Een fijne blog is die van Jan van Mersbergen, de Amsterdammer die onder het pseudoniem Frederik Baes al diverse toffe thrillers schreef, maar die in Vlaanderen eerder gekend zal zijn om zijn diverse interviews met literatoren voor De Morgen. Al een geruime tijd publiceert hij op zijn blog met hoge regelmaat korte maar inzichtelijke boekenrecensies. Sinds kort zijn daar echter ook zijn dagdagelijkse bespiegelingen, steeds een beetje “zen” en inzichtelijk. Hopelijk gaat ie daar bedrijvig mee voort.

www.janvanmersbergen.nl

Het Leven Als Voorlopige Oplossing.

Pas echt een blog naar mijn hart. Al bezig sinds 2005, dus exact even langdurig als ik zelf, én net zo frequent aangelengd, met name quasi dagelijks. Lekker voyeuristisch, met “amateur”-foto’s uit het eigen, dagelijkse leven, recensies, en one-liners zoals deze: ‘Geen wolk te bespeuren behalve de langzaam verbredende condensstreep van een verloren gevlogen straaljager.’ Soms ook zelf vervaardigde grafiek. Dit alles aangenaam pretentieloos.

pascaldigital.blogspot.com

Beroemder is terecht de blog van de niet te volprijzen Marc Cloostermans, de geniale recensent romancier. Totaal professionele boekbesprekingen en eigen, integrale feuilletons kan je hier zomaar oppikken… In een zeer originele lay-out, bestaande uit een raster van allemaal uitdagende venstertjes…

markcloostermans.blogspot.com