Kijken (vangst #184)

Une starlette à avenir prometteur, zo voelde de jonge Merel de Vilder Robier zich in het gezelschap van haar flamboyante – en nu overleden en met weemoed en liefde bezongen oom D.

Une starlette? Dat moet een geinternaliseerde male gaze zijn, en tegen die blik trekt Caro van Thuyne moedig ten strijde. Onze steun heeft ze, en misschien ook wel die van de man die zo de aandacht van Marij Cornelis heeft getrokken.

Weten die mensen bij leven wel hoe gij opgetrokken zijt uit pure, oversneden amour profond et inconditionnel van en voor hen? Ook al loopt ge altijd weg van de wereld, wegwegweg, terug in de schelpe, weer in uwen bolster, naar binnen naar binnen, de slotgracht over, de brugge raprap opgehaald! Buitenmaats bovenaardse gevoelsmensen kunnen namelijk niet leven met le quotidien des choses en moeten bijgevolg vluchten. Sommigen naar een veilige haven. Anderen in drank en feesterije.

Uit: Notitie van 20 augustus 2024 van Merel de Vilder Robier

Ik daag elke lezer uit een woedende menopauzale vrouw het zwijgen op te leggen. Ze is te oud geworden om zich nog te laten commanderen door mannen. Ik geloof dat vrouwen pas echt volkomen zichzelf worden vanaf hun menopauze, hoe beangstigend ze dat ook vinden. De tijd van pleasen is voorbij, gedaan met braaf en bevallig zijn voor de almachtige man.

Uit: Recht van antwoord op Het kleine kijken

Ik had hem willen lezen.

Gisteren kruiste ik een man op een voetpad vol drukte. Hij liep links, ik passeerde langs rechts. De tijd om mekaar te kruisen, amper meer dan dat, niet meer of langer kijken dan nodig om niet tegen mekaar aan te lopen.

Uit: ? op Fragmenten

Aan Gerbrand Bakker

Foto Gerbrand Bakker: Hub Dautzenberg

Dit is de derde brief in de eerste ketting van onze reeks Flessenpost. Marjon schreef aan Marita, die schreef aan Ingrid Vanderkrieken, die nu schrijft aan… Gerbrand Bakker.

Beste Gerbrand,

Een brief schrijven aan mijn grote voorbeeld is iets wat ik in normale omstandigheden niet zou doen. Ik zou niet durven. Maar omstandigheden kunnen veranderen, nietwaar, en nu we allebei in de literaire haven Aanlegplaats liggen aangemeerd, vind ik dat ik deze gelegenheid niet voorbij mag laten gaan. Niet op mijn leeftijd. (Wenn nicht jetzt, wann dann?) Ik heb al spijt genoeg van alle keren dat ik tegen mensen niet heb gezegd dat ik ze bewonderde of graag zag. Nog meer nadat ik de brief las die Marita van Marita´s overpeinzingen aan mij schreef. Sommigen zijn al dood! En hoe fijn is het niet bij leven te vernemen dat iemand je bewondert of genegenheid voor je voelt?

Mijn kennismaking met jou – of beter: jouw oeuvre – begon met Boven is het stil. Zo´n vijftien jaar geleden kocht ik het boek op aanraden van een Duitse vriendin. Vreemd gevoel was dat: mijn vriendin had de Duitse vertaling al en ik, die zoveel las, wist niet eens dat het boek bestond. Ik denk niet dat dat aan mij lag, en ik ben dan ook altijd van mening geweest dat jij in het Nederlandse taalgebied toen niet de erkenning kreeg die je verdiende. En als ik me niet vergis, vind jij dat ook. Wel leuk hoor, het gemopper somtijds op je blog, je commentaren op collega´s, boekenprijzen en de werking van jury´s. Maar goed. Ik geraakte zwaar onder de indruk van je boek en toen mij op de Schrijversacademie naar mijn drie lievelingsboeken en -schrijvers werd gevraagd, zat jij erbij met Boven is het stil. Ik wilde kunnen schrijven zoals jij: in een karige stijl, meer suggereren dan beschrijven, met “kale” dialogen die natuurlijk en raak de personages typeren. Eliane de Bleser van Andere Woorden kan dat ook heel goed. Ze kan nog meer, maar dat moet je zelf maar eens lezen.

Tot mijn grote vreugde kreeg ik met dit boek ook mijn man weer aan het lezen. Na De leeuw van Vlaanderen (verplichte schoollectuur) had hij geen boek meer aangeraakt. Hij vertrouwt nu op mijn goede smaak en leest alles wat ik hem aanraad. Als hij voor de rest ook eens naar mijn adviezen zou willen luisteren, was mijn wereld helemaal in orde.

In januari van dit jaar deed je op je blog een oproep tot ideeën voor een nieuw boek. Je schreef: Ik heb zin om een roman te schrijven (de romans van bevriende schrijvers vliegen me om de oren) maar zoals gebruikelijk een gebrek aan verbeelding. Het liefst een idee met twee elementen …

Dat je als gerenommeerd schrijver die vraag durfde te stellen vond ik geweldig. Hiermee gaf je aan dat schrijven voor jou iets is van kunnen en van willen. Wég met de mythe van het heilige moeten en de goddelijke inspiratie. Schrijven is ervoor gaan zitten en het doen. Wat een opluchting was me dat, en hoe herkenbaar: Gerbrand Bakker die niet overloopt van de ideeën en toch wil schrijven. Net als ik. Echt, het was een grote opluchting, én een stimulans.

Zo, ik ben gesprongen. Rest me nog je veel succes te wensen met alles wat je schrijft. Of het nu fictie is of non-fictie: ik ben voor eeuwig fan. Ook succes met de verkoop van je huis in de Eifel. Je pakt het goed aan, vind ik, met het oprakelen van je blogberichten in verband met de destijdse verbouwingen. Ben benieuwd naar wat het hierna wordt en hoop dan ook dat een inkijk in jouw leven op Dingetjes enzo nog lang mag blijven duren.

Met hartelijke groet,

Ingrid

Vaderdagen (vangst #183)

In navolging van E.M. Forster die ooit schreef: ‘Two cheers for democracy. Not three. Two cheers are quite enough’, zou ik willen zeggen: ‘Vier hoera’s voor Ingrid van der Graaf.’

Het portret dat ze van haar vader schetst in Zachtmoedig man is van een te koesteren tedere schoonheid. Met summiere toetsen roept Ingrid van der Graaf de contouren van haar vader op. Zoals Jean-Jacques Sempé in een paar lijnen werelden kon creëren, zo slaagt Ingrid erin in enkele paragrafen een heel mensenleven neer te zetten. 

Met haar elegante pen vertelt Sarah De Grauwe over een reis naar een gehucht in Aquitanië waar helemaal niets hoefde te gebeuren en dat in het gezelschap van een reisgenote die, net als zij, van het vieren van de stilte houdt. Onderhuids broeit er een loomheid die doet denken aan de laatste zomerdagen van augustus.

Kun je virtuele vriendschappen onderhouden met Club Brugge-supporters? Telkens als ik een stukje van Jan Devriese lees, denk ik: zeer zeker kan dat.  Zijn verhaal Awoe! dat hij op de begrafenis van zijn vader voordroeg is wondermooi. Een lach en een traan. Het vieren van een klein leven dat in het teken stond van Latijnse vervoegingen. Kan een Anderlecht-supporter heimwee voelen naar de tijd dat Club Brugge nog op De Klokke speelde? Of naar een vader die hij nooit heeft gekend?

‘De laatste keer dat ik mijn vader bezocht, herkende hij in mij zijn eerste lief, noemde me Rika, naar de naam van mijn moeder. Het volgende moment vroeg hij. ‘Heeft u ook kinderen? En komen die nog bij u thuis?’ Daar klonk een gemis in door, gevolgd door een geruststellend ‘O, gelukkig!’, toen ik het laatste beaamde.’

Uit: Zachtmoedig man van Ingrid van der Graaf

‘Nooit eerder had ik gezelschap gevonden dat zo gezellig was als het veilige, eigen gezelschap dat men de eenzaamheid noemt. Gezelschap, zelfs met de beste, kan al gauw vermoeiend zijn, maar dit gezelschap was het niet, omdat wij de liefde voor de stilte deelden, en samen alleen konden zijn.’

Uit: Under the wild sky van Sarah De Grauwe

‘De dienst, in intieme kring zoals dat heet, was sober — ‘niet te veel cinema’, had hij gezegd. Enkele stukjes klassieke muziek, met tussendoor twee getuigenissen. Die mochten ietwat luchtig zijn, hadden wij besloten. De dood was dan wel de aanleiding voor de bijeenkomst, maar wij wilden getuigen over het leven. Het kleine leven, zijn kleine leven, zonder de spotlights die we allemaal wel ter opsmuk over ons eigen leven in de openbaarheid laten schijnen.’

Uit: Awoe van Jan Devriese

Aan Ingrid Vanderkrieken

Dit is de tweede brief in de eerste ketting van onze reeks Flessenpost. Marjon schreef aan Marita, die nu schrijft aan… Ingrid Vanderkrieken.

Beste Ingrid,

Onlangs overkwam mij iets merkwaardigs. Althans, ik vond de situatie merkwaardig. Bij mijn wekelijkse Facebook-check trof ik twee havenmeesters aan op mijn tijdlijn. En daar waar Marjon vriendelijk verzocht om mijn mailadres, hield Dirk het stilzwijgend bij een vriendschapsverzoek. Twee mensen die ik niet ken, willen iets van mij. Waarom? Om mijn nieuwsgierigheid te bevredigen heb ik, geheel tegen mijn principes in, voldaan aan beide verzoeken. Uit de e-mail van Marjon bleek al snel waarom zij mij benaderden (Marjon in ieder geval, van Dirk weet ik het nog niet): of ik niet een flessenpost wil schrijven aan een mede-blogger wiens bootje ook ligt aangemeerd in de haven van Aanlegplaats. Natuurlijk, en wel aan Ingrid Vanderkrieken!

Drie jaar geleden heb ik mij geabonneerd op jouw blog. Welke blog de aanleiding is geweest, weet ik niet meer maar ik herinner me een gevoel van herkenning. Een vrouw zoals ik, met dezelfde normen en waarden, die ook opgescheept zit met een multifocale bril en het leven met verwondering aanschouwt. Vaak zit ik instemmend te hummen als ik jouw blogs lees, soms verheugd als ik me realiseer dat ik niet de enige ben die liever iets lekkers eet dan dat er bewogen moet worden. Een van jouw zinnen heb ik ooit opgeschreven: “De geest is gewillig, het vlees is sterker.” Een tegeltjeswijsheid, ik overweeg het op de koelkast te plakken. En op iedere andere kast waarin voedsel valt te vinden.

Met de tijd kwam ook een gevoel van genegenheid bij mij naar boven drijven. Wat was ik trots  toen je je eerste boek uitbracht. Dat moest ik natuurlijk ook kopen. Het duurde even voordat ik het boek kon bestellen in Nederland, ik was van ongeduld al bijna afgereisd naar België. Dat ik dat niet gedaan heb, kwam omdat ik me afvroeg of het boek wel in iedere boekwinkel te koop zou zijn en naar welke stad ik dan zou moeten reizen. De stress werd me bijna te veel. Enfin, uiteindelijk heb ik het boek in mijn bezit gekregen en heb het met veel plezier gelezen.

Toch is het bijzonder. Wat maakt dat je iemand die je nog nooit hebt ontmoet en gesproken, bijna gaat beschouwen als een goede vriendin? Geeft het geschreven woord een goed beeld van hoe iemand in werkelijkheid is? Met mijn blogs geef ik maar een klein deeltje van mezelf bloot, er zijn zoveel dingen waarover ik zou willen schrijven maar (nog) niet durf. Feller, iets minder lief. Ik ben benieuwd hoe jij dat ervaart.

Als we elkaar in het echt zouden ontmoeten, zouden we dan een goed gesprek hebben of heeft het ongemak van een doodbloedend samenzijn de overhand? Of zouden we in stilte ook van elkaars gezelschap kunnen genieten? We zullen het waarschijnlijk nooit weten en dat is niet erg. De vraag van wat had kunnen zijn, laat ons waarderen wat we in ieder geval hebben en dat is het genoegen van het lezen van elkaars blogs.

Veel liefs,

Marita

Nvdr: deze brief maakt deel uit van onze nieuwe rubriek Flessenpost. Lees er hier alles over.

Bah! Reisverhalen! (vangst #182)

Ik moet een onhebbelijkheid bekennen: ik hou niet zo erg van reisverhalen. Of toch niet van de doorsnee variant. Na elke zomervakantie kijk ik met enige tegenzin aan tegen het terugzien van vrienden en collega’s. Niet uit mensonvriendelijkheid, maar omwille van de onbedwingbare noodzaak die mensen blijkbaar voelen om te vertellen over de reizen die ze maakten tijdens hun vakantie. We deden route zus en zo van een streek wiens naam je helemaal niets zegt. De citytrip naar stad X was echt de moeite waard, moet je ook eens doen. (Ik moet niks!) Vier uur vliegen, twaalf uur vliegen, een hele dag rijden met slechts een paar tussenstops aan de Aire de la I don’t care. Het was warm, het regende, het eten was oké. Ik heb mijn surfrecord gebroken en mijn vrouw haar enkel op de zwarte piste. Per fiets beklom ik de Mont-je-m’en-fout en pintjes erna, veel pintjes. 

Uit: Ulysses poseert van Philippe Diepvents.

Kijk, wanneer een blogger over Odysseus en Ulysses schrijft en tegelijk beweert niet van reisverhalen te houden, zoals Philippe Diepvents hier (welkom terug trouwens, Philippe, we hebben je gemist!), dan halen wij er meteen twee niet zo doorsnee reisverhalen bij. Met de fiets, dat ook nog.

Herman Loos zoekt tevergeefs heil op het kerkhof van Grimbergen, Marc Kregting vervloekt Vlaamse kasseien en ander wereldlijk onheil, om uiteindelijk zoals elke schrijver weer uit te komen bij Flaubert.

Na jaren dommigheid weet ik precies wat mijn lijf en leden doen na ruim tien uur fietsen: ze functioneren. Wat mijn hoofd doet, weet ik ook: het zeurt maar dat doet het eigenlijk altijd en het heeft dus minder invloed op mijn Dasein. De Duitse cultrenner Jens Voigt maakte school met zijn uitspraak Shut up legs! maar bij mij zijn het nooit de benen die hun bek moeten houden.

uit: Hey you don’t be silly op Here comes herman

Als ouder en lezer dwing ik mijn gezelschap naar het Flaubert-museum. Of als lezer van een lezer, want mijn gang wordt geleid door een opgezette papegaai. Het is de wegkapitein die hem eerder ziet dan ik, zoals het onze kinderen zijn die bij de balie het griezelig witte standbeeld rustig aankijken en besluiten dat zijn wimpers trillen.

uit: Hors Service op De Honingpot

Aan Marita

Dit is de eerste brief in de eerste ketting van onze reeks Flessenpost.

Beste Marita

Gastvisser Johan Petit is juist gepasseerd op Aanlegplaats en zijn karakterisering van een sterke blog zweeft al dagen door mijn hoofd. Op onze vaste vraag wat een blog echt goed maakt, heeft hij niet over literaire kwaliteit, of over het overstijgen van het particuliere waarin veel gastvissers hem voorgingen, nee: van hem mag een blog gewoon een openbaar dagboek zijn. Een dagboek dat een glimp geeft van een uniek leven, waarin liefst het banale en het diepe naast elkaar bestaan. 

Daarom ben ik fan van jouw blog, Marita. Je laat zien wie je bent, terwijl je schrijft over katten en de dood, over hartzeer en per ongeluk de verkeerde kamer inlopen in een hotel. Zonder metaforen of moeilijke woorden. En – en dat vind ik natuurlijk het allerleukst – je schrijft over je werk. Ik weet niet wat je precies doet, maar wel dat het ‘stervensdruk’ kan zijn.

Ik herinner me de blog waarin je schrijft over hoe je, als de stress teveel wordt, met je collega’s fantaseert over het opendoen van een broodjeszaak. Gewoon een simpel volkoren broodje kaas of ham, lekker met gluten en aan vegan beginnen we niet. Misschien schenken we zwarte koffie of thee, maar misschien ook niet.

Ik weet dat ik twee minuten geleden nog suggereerde dat een blog voor mij het particuliere niet hoeft te overstijgen, maar die broodjeszaakdroom komt wel vaker terug. Mijn zus heeft hem ook, denk ik.

Waarom toch een broodjeszaak? Met een liefde voor eten lijkt het weinig te maken te hebben. Als je culinaire ambities hebt, droom je eerder over een restaurant of tapasbar. Sterker nog, jij geeft zelfs toe dat je helemaal niks met broodjes hebt: Ik doe de administratie, lekker vanuit huis en om te voorkomen dat ik opeens broodjes moet gaan smeren. Of erger, schoonmaken.

Broodjes – en zeker gewone simpele broodjes – zijn overzichtelijk. De broodjeszaak lijkt wel een metafoor voor de behapbare job: knallen in een klein team met algemene tevredenheid tot gevolg. Zo anders dan de gemiddelde kennisjob vandaag, waar verwachtingen sluimeren, verandering een constante is en je eindeloos kunt wachten op een schouderklopje. 

Vier minuten geleden had ik het nog niet zo op metaforen, maar ja, Johan Petit zei ook dat de mens een vat vol paradoxen is.

Zodoende heb ik net zo goed mijn dromen. Geen broodjeszaak, maar wel een hele lijst andere beroepen die ik nog wil proberen te doen. Te weten: postbode, psycholoog, journalist, uitbater van kattencafé, uitbater van ruime en educatieve hangplek voor jongeren (die reeds over de nodige vergunningen beschikt en geen last heeft van opkomend vocht), aerobicslerares.

In tegenstelling tot jou ben ik er nog niet aan toe om toe te geven dat er van deze dromen waarschijnlijk niets meer in huis komt. Ik heb nog maar net geaccepteerd dat ik geen carrière in de showbizz zal hebben. Beyoncé is weliswaar van hetzelfde bouwjaar als ik, maar ik heb ergens het gevoel dat ik eerder had moeten beginnen. Toen ik twaalf was en met een Donald Duck onder de trap zat, bijvoorbeeld. 

Wat is de functie van een droom, als je weet dat hij niet gaat uitkomen? 

Nee, de echte vraag is: wat is de functie van een carrière in de showbizz, als je geen tijd meer hebt om te dromen?

Een vat vol paradoxen, ik zeg het.

Groetjes

Marjon

En het thema van deze zomer is… (vangst #181)

We bevinden ons in het epicentrum van de zomer. Waar komen we vandaan? Waar gaan we naartoe? Om te ankeren in deze zee van mogelijkheden, helpt het om je zomer een thema mee te geven, zoals enkele van onze bloggers voordoen.

Stef Bos die dwars door de dood wil zingen, is de titelsong van de zomer van Fien. Eveline Vanheverbeke kiest voor een focusexperiment door deze zomer zonder sociale media door te brengen. En voor de mensen die juist gaan voor de goede schermprikkel, zijn er dit jaar ook enkele toernooitjes georganiseerd. Joke Vander Laenen haalt zomerse herinneringen op aan haar vader. Allez, demarreren!

‘Je bent de reïncarnatie van een oude man,’ zegt Pieter.
‘Ik ben de reïncarnatie van een oude vrouw,’ zeg ik. Ook vrouwen kunnen op eenzaamheid gesteld zijn en naar kleinkunst luisteren. Hij weet dat natuurlijk, hij kent me al lang.

Uit: dwars door de dood zingen op uittreksels.

Het is slechts dag twee. En nu al voel ik wat deze pauze met me doet. Minstens vijftig keer grijpt mijn hand gedachteloos naar de telefoon. Vijftig keer vertel ik mezelf dat ik er niets heb te zoeken en trek ik diezelfde hand terug. Wanneer ik op het jaagpad langs de Leie fiets, hou ik halverwege spontaan halt. Even deze mooie omgeving filmen, denk ik, en in mijn story posten. Maar dan herinner ik me weer dat ik geen stories maak. En vervolg ik mijn weg.

Uit: Het focus experiment – de start op Flow with life

Juli. Hoogzomer en eindeloze vakantie. Mijn vader riep ‘Allez, demarreren!’ tegen de tv. Mijn zus en ik moesten buiten spelen, Want Mijn Vader Keek Naar De Tour.

Daar zat hij dan, zijn zetel dicht tegen het scherm, de krant met de lijst gestarte wielrenners op zijn schoot. Met een rode balpen doorkruiste hij namen. ‘Opgegeven.’, zuchtte hij met een mengeling van compassie en misprijzen. De leraar in hem, die ging niet met vakantie.

Uit: Voor W., uit liefde op Wings & Wonders

Karel van het Reve heeft echt bestaan en andere verhalen (vangst #180)

In Brieven aan mijn zoon leest Dennis Pauwels zijn minst favoriete sprookje voor aan zijn jonge zoon: Doornroosje. Het is de aanleiding om in zijn gekende trefzekere stijl te mijmeren over vaderliefde, ontwaken – ook al word je niet door een prinses gekust – en de gelaagdheid van de liefde. Een bijzonder ontroerend verhaal. 

Vorig jaar zag ik met Les Rendez-vous d’Anna mijn allereerste Chantal Akerman-film en ik vond deze zo sterk dat ik het nog steeds niet heb aangedurfd om Jeanne Dielman, 23, quai du Commerce, 1080 Bruxelles te zien. Zo kan ik mezelf blijven wijsmaken dat Akerman een film maakte die Les Rendez-vous d’Anna in cinematografische schoonheid nog overtrof. Pascal Cornet ging de uitdaging wél aan. Net als de blogger uit Brugge las ik Akermans boek Mijn moeder lacht, ging naar verschillende tentoonstellingen over haar leven en werk en begon zoetjesaan aan een lichte Akerman-obsessie te lijden. Het genuanceerd stuk dat Pascal Cornet over de Belgische cineaste schreef en op Pascal Digital plaatste, heeft die obsessie alleen maar verder aangewakkerd. De door hem opgemerkte glimlach van Chantal Akerman is daar zeker niet vreemd aan. 

Van alle obsessies waar ik ooit onder gebukt ging, was die voor Karel van het Reve het hevigst. Lang hield ik mezelf voor de grootste Karel van het Reve-liefhebber en kenner van België, tot ik Philippe Clerick ontmoette. Nu lees ik Philippe Clerick sowieso graag en niet alleen vanwege zijn ironische Reviaanse stijl en zijn klare kijk op complexe zaken. Maar Philippe Clerick over Karel van het Reve: dan is het feest compleet. Daarom was ik zo verheugd toen ik begin deze week ontdekte dat Philippe alle stukjes die hij in de loop der jaren over Karel van het Reve had geschreven in een nieuwe blogpost had bijeengebracht. Want waar de wereld, meer nog dan aan een rijbewijs op punten, nood aan heeft is de nuchtere Reviaanse blik.

‘We moeten het over opa hebben. Niet mijn vader, of de vader van je moeder, maar je échte opa, de opa die er altijd was. Als mannelijke baken in de laatste twintig jaar van mijn leven, is hij van een grotere invloed geweest dan ik vaak durf toe te geven. Tegen mensen die hem niet kennen, noem ik hem wel eens de bevrijder van je nona. Hij heeft de moed om te blijven staan als het winderig is, om tegen te spreken als hij overtuigd is van zijn gelijk, om er te zijn als het goed gaat én als het slecht is.’

Uit: Doornroosje van Dennis Pauwels

‘Mijn moeder lacht spoort me aan om Akermans films opnieuw of volledig te bekijken. Om nog meer van haar oeuvre te ontdekken, eerlijk en zonder vooroordelen. Dan kan ik in die prachtige lach, die zo nadrukkelijk naar voren springt op het blad dat Google Afbeeldingen toont als ik daar haar naam intik, een lach waarin ik nu vaak, misschien onterecht, gekweldheid zie – hopelijk kan ik in die lach dan eindelijk ook vreugde en trots lezen.‘

Uit: Chantal Akerman ‘Mijn moeder-lacht’ van Pascal Cornet

‘Wat we over Karels karakter te weten komen is niet nieuw, maar ik word het nooit beu. Hij was gierig voor zichzelf en vrijgevig voor vrienden; hij koketteerde met zijn luiheid maar werkte hard om geld te verdienen; hij was een meester van de ironie, maar meende wat hij zei en schreef; in zijn omgang met studenten was hij hartelijk maar terughoudend; hij hield niet van moraliseren maar was erg gesteld op rechtvaardigheid; hij hield hartstochtelijk van de Russische literatuur maar ontkende het bestaan van de Russische ziel; hij was professor in de letterkunde, maar hij publiceerde amper in vaktijdschriften; hij schreef een prachtig gedenkstuk over zijn leermeester Bruno Becker, maar in zijn brieven noemde hij hem bij leven ‘de oude lul’; hij verafschuwde geweld, maar hij joeg op een literair debat de schrijver A. Moonen* met ‘een paar welgerichte stompen’ van het podium waar die ongevraagd was opgeklommen; hij was buitengewoon rationeel, maar in de politiek stemde hij voor de sociaaldemocraten wier programma hij op rationele gronden verwierp; hij deed niets liever dan lezen en schrijven, maar hij ging nog liever zeilen.’

Uit: Karel van het Reve van Philippe Clerick

Dat is altijd ok (vangst #179)

Wat doen schrijvers tijdens de vakantie?

Ze herlezen een boek (liefst een klassieker, Proust is altijd ok), komen samen met andere schrijvers (met wat afgunst, dat is altijd ok) en vinden het dan te warm, of ze zijn erg druk met vanalles (Gentse feesten zijn altijd ok). In elk geval: ze zijn gelukkig (en dat is meer dan ok).

En dus schrijven ze daar een stukje over, dat u dan weer kan lezen. Wij hebben het alvast voor u op het droge gelegd, zodat u zich even goed kan voelen als zij.

Wie als volwassene een boek herleest,
voelt zich terstond opnieuw adolescent:
degene die je in het heden bent,
is nog dezelfde die je bent geweest.

is het 42e kwatrijn uit de hervertelling van La recherche du temps perdu door Ruud Verwael. Doe uzelf een plezier, en lees er meer.

Het is zo warm dat de woorden smelten. Dus zit een groep schrijvers samen in een achtertuin. Normaal staan ze graag in de aandacht, maar vandaag gaat het om de schaduw. Met argusogen zien ze de schaduw krimpen en weten dat ze er vroeg of laat om zullen moeten vechten. Maar nu is er nog net plek genoeg.

Uit: Warm van Rene Van Densen

gelukkig intussen myn lange gedicht “takkenbossen” nog eens helemaal kunnen opzeggen, achter het stuur. tot waar ik was gebleven, 60% van dit gedicht is klaar… een goeie meditatie: verdwynen in taal, om verder dan eventjes niks ànders aan je kop te hebben…
    ik ben gelukkig.

Uit: Blog op donderdag, 25 juli van Vitalski

Kirsten Malfroid

Net zoals we graag bloggers lezen die de werkelijkheid versieren, bedekken en bijkleuren met taal, houden we ook van bloggers met het hart op de tong, met kwetsbaarheid en openheid als wezenskenmerk.

Ook dan doet taal haar werk. Kirsten Malfroid is zo’n blogger (slash grafisch kunstenaar). Een en al kwetsbaar en verleidelijk zelfportret.

Zelfportretten zijn het moeilijkst en het makkelijkst om te maken. Het moeilijkst, want je moet steeds wisselen tussen je papier en de spiegel en daarbij exact dezelfde houding proberen aanhouden. Het makkelijkst, want je hebt een model dat altijd voorhanden is.