Een boerenjaar? (vangst #3)

Literatuur is de manier bij uitstek om de wereld in te trekken wanneer er een lockdown of ophokplicht geldt. Deze week nemen we dat nogal letterlijk. 

Jan Van Mersbergen ziet in zijn herwonnen liefde voor het karige proza van Cormac McCarthy een grote liefde voor de nostalgie en de vertraging. In Party schrijft De Rode Valies over de ratten naast de rode bomen en hoe we ons ook in de online ruimte moeten heroriënteren. Als laatste geheimtip verwijzen we jullie graag door naar het stukje van Walter van den Berg die met zijn zachte stadshart de harde handen van Boer Wim trotseert.

Wanneer woorden ademen en adem zijn:

‘[De boeren in mijn familie Van Mersbergen en de arbeiders van Groenenberg] kennen het geloof, ze kennen hun mensen, in vertrouwen en in wantrouwen, ze kijken niet gek op als iemand stelt dat schapen helderziend zijn, ze begrijpen dat je soms naar de wereld kunt kijken en dat een dier meer kan zien dan dat jij ooit kunt zien. Het ritme, de strekking, het verhaal, de personages, de woorden, ik ontdekte dat dit de taal was die ik wel machtig was.’

Uit: Cormac McCarthy – de kruisiging van Jan van Mersbergen

‘Straks geef ik online les. Met wat geluk ben ik tijdig terug thuis. Ik kom bij de tent, een beetje te vroeg. Ik mag in de voortent wachten. Ironisch. Deze partytent in een tijd zonder party’s, deze zonnetent in de herfst. Er hangen zelfs feestelijke vlaggetjes. Iemand hier heeft gevoel voor humor. Of hangen ze er omdat de koning op bezoek was?’

Uit: Party van De Rode Valies

‘Er zit een boer in Heesselt die veel runderen in de uiterwaarden heeft staan, en daar lopen kalfjes bij. Die beesten hebben het goed, ze gaan van veld naar veld, worden niet aan een melkmachine gehangen, de kalfjes groeien op bij hun moeder — maar tot welk punt groeien ze op?’

Uit: Stadshart van Walter van den Berg

Ochtendlijk geluk (vangst #2)

Het zal de verrassend vroege lente zijn, maar plots geloven we met zijn allen weer in de vredigheid van het leven, en dat alles goed komt. Het zijn dan ook ochtendlijke blogs, die we u vandaag onder de aandacht brengen.

Dagvinder staat onder de douche, Rimpelingen leest de krant tijdens het ontbijt en Herman, toch ook nog een beetje slaapdronken, kijkt terug op tien jaar huwelijk terwijl hij examens sociologie afneemt.

Ja, het leven kan mooi zijn, ook in Covid-tijden.

 

‘De ochtendlucht heeft een kleur van roest, ze bijt in mijn longen. Ik stap door de poort, de straat op, activeer mijn pols. Ik ren beheerst, het natte asfalt rolt onder me door. De wereld, een loopband zonder uitknop.’

Uit Dagvinder, 5 februari.

 

‘Mijn man houdt dan zijn vinger op de regel die hij net aan het lezen is, kijkt geïnteresseerd en luistert ondertussen intens naar mij. Of doet op zijn minst alsof – iets wat je heus niet van iedere man kan zeggen.’

Uit Boude beweringen van Rimpelingen.

 

‘Maar zoals dat in de politiek dan heet: het is wat het is. (C’est ce que c’est. En dan op z’n Antwerps uitgesproken. Sèskes sè. De sèskes, dat krijgt ge daarvan.) ‘

Uit: C’est ce que c’est van Herman Loos.

 

Tom Waits is God (vangst #1)

Zoals elke dinsdag klokslag elf uur houdt de wereld ook nu een moment de adem stil en buigt zich over die ene vraag die er werkelijk toe doet: wat zou de selectie van de week van Aanlegplaats zijn? Laten we de wereld niet langer in spanning houden. Omdat één van de redactieleden – die liever anoniem wenst te blijven – jarenlang op zijn nachtkastje een foto van Serena Williams had staan, mocht het prachtige stukje van Jan Devriese over de rechterarm van God niet ontbreken. Ook Martha, een liefdesverhaal over de oprukkende tijd en de smaak van curry, maakte indruk. Net als de illegale sluiptocht van Henk van Straten, de meest aaibare bink van lichtstad Eindhoven, in de verduisterde straten van zijn thuisstad na de avondklok.

Wat hebben Serena Williams, Tom Waits en een Vincent Black Schaduw gemeen? Niets. Behalve dat ze alledrie in de selectie van de week van Aanlegplaats zitten.

 

‘Ik vond ze wel mooi, die tranen. Niet omdat ik tuk ben op aanstellerij. Want dat was het volgens mij niet. Aanstellerij is het kronkelen en schreeuwen van een voetballer die iemand aan z’n kapsel voelt zitten. Aanstellerij is het nuffige neusje in de lucht van een diva die als sterveling wordt behandeld. Aanstellerij is het zelfbeklag van de aanklager.’

Uit: Vier van Jan Devriese.

 

‘Wij hadden geen haast en geen bestemming, draaiden de plaat nog eens om. We lieten, lui als we waren, de tijd het werk doen, lieten ons niet verleiden bruggen te bouwen op wat onderaards verschoof. Wij dreven als vanzelf uiteen en op tijd, zonder kinderregeling.’

Uit Martha van Johan De Crom.

 

‘Ik dacht weer aan dit citaat toen ik een paar dagen geleden om 21:46 zonder licht van het huis van mijn ex naar mijn eigen huis reed. Ik wilde een boek halen dat daar eerder die dag bezorgd was. Pas toen ik de straat al was uitgereden dacht ik aan de avondklok. Meteen doofde ik de lampen. Als een schim reed ik, stapvoets, over de gladde, besneeuwde, compleet verlaten straten. Als een weerwolf dus. ‘

Uit: Weerwolf van Henk van Straten.