Marieke Groen

Met jeugdige frisheid, typerend voor iemand die in 1966 werd geboren, schrijft Marieke Groen over haar dagelijks leven. Ze doet het zo sprankelend dat je meer zou willen te weten komen over de enige Hard Gras-medewerker die niet van voetbal houdt. En vooral: meer van haar zou willen lezen. Dat kan gelukkig want ze debuteerde in 1999 met Net als Barbapapa en publiceerde sindsdien al verschillende romans.

Die keer dat ik net een nieuwe liefde had en aan hem vroeg: ‘Wat wil je doen?’ Waarna hij met een bravoure die ik vertederend vond zei: ‘Neukend het nieuwe jaar in.’ Het was even plannen, maar het lukte, en toen we na afloop op de wekker keken was het precies 00:02. Gelukt, glunderden we. Alleen was ik vergeten dat de wekker vijf minuten voorliep.

Kotsen op woensdag

In meeslepende, gebalde miniaturen weet de zelfverklaarde cynicus Sam Sterckx, de poète maudit achter Kotsen op woensdag, ons zijn wereld vol lethargie en Chandleriaanse spitsheid binnen te trekken. Geen licht in de duisternis voor romantische zielen, althans niet voordat het donderdag is geworden.

‘In gedachten sleep ik mijn voeten door de straten van mijn verloren jeugd. Alles stinkt hier naar onvervulde dromen en opgebrande tijd.  Mijn vingers beven en met de grootste moeite steek ik de vijfde sigaret van de dag aan. Terwijl ik mijn longen teer laat proeven, kijk ik met verkleinde pupillen naar mijn oude buurt. Mijn grootouders hadden velden en veen gekend, ik moest het stellen met betonnen appartementsgebouwen en vestimentair gefaalde marginalen die hun dun gezaaide hersencellen opzadelden met meerdere xtc-pillen per week’

Anton Voloshin

thans regent het weer stront

Anton Voloshin kreeg naar eigen zeggen de schrijfmicrobe reeds te pakken als kind van acht, en sindsdien verdwijnt hij niet alleen in verhalen maar schrijft hij ze ook. Niettemin waren wij in het bijzonder getroffen door zijn rake poëzie. Klaar of onklaar, daar zijn we nog niet uit (en dat is misschien exact het punt). Wie echter op zoek is naar humor, zachtzinnigheid, scherpzinnigheid, woede –  escheriaanse schaduwen, vlinderende geliefden, potscherven in balzalen – vindt hier het lexicon.

De Honingpot

Schiep Bouazza dan letterlijk een gevleugeld woord?

Wie zijn hoofd in De Honingpot stopt, blijft plakken. Bezieler Marc Kregting publiceert sinds 1989 teksten in tijdschriften, kranten en boeken, en beheerde het literaire tijdschrift de Biels. Als pianist en componist verzorgde hij jazzfunkoptredens, en maakte onderweg de animatiefilm Used to be a. In De Honingpot verwent hij zijn lezer met bedenkingen over alle vormen van literatuur, muziek en politiek – kortom, het menselijk wezen – gedrenkt in recente gebeurtenissen of bekende figuren.

Thijs Feuth

Elias is diep in gedachten. Als ik naar hem omkijk, lijkt hij het niet op te merken. Pas als ik zijn aandacht trek begint hij te lachen. De druktemaker die hij binnen vier muren is, verandert in de buitenlucht in een filosoof van amper acht maanden oud. Ik geloof dat de mens een buitendier is, en dat de personen die we binnenshuis zijn eigenlijk fictieve karakters zijn die een eigen leven zijn gaan leven. Hoe meer je binnen zit, hoe meer je gaat geloven in dat bestaan, maar werkelijk bestaan doe je binnen niet.

Thijs Feuth is arts, schrijver, filosoof, en ‘no-nonsense’ marathonloper. Wat doet het deugd om hem te lezen, sentimenteel en doordrongen van liefde voor alles in het algemeen en zijn kroost in het bijzonder. Hij woont in Finland.

Anne Broeksma

Wanneer dichter Anne Broeksma wandelt, kijkt ze naar beneden. En naar links, en naar rechts en naar boven. Ze hoeft niet ver te turen om te vinden wat haar mateloos interesseert: het kleine, schijnbaar onbeduidende leven.

Maar hoe moet dat dan, je weet wel, straks, wanneer wij niet meer bestaan, de wereld een nucleaire afvalberg is geworden en nergens meer iets te eten is? Want ook rennende sissende geleedpotigen moeten toch eten? Kakkerlakken kunnen tot veertig dagen zonder. Een Bijbels getal, en dat voor de Apocalyps op stekelpootjes. En wat eten de meeste soorten dan? Alles. Gewoon, wat wij zoal eten. Plus boeken. Ik geloof dat ik me alvast gewonnen geef.

Ruud Verwaal

Voor de Nederlandstalige lezer, die houdt van Franse literatuur en poëzie, met appreciatie voor een licht humoristische insteek, maar bovenal gedreven door een liefde voor taal, is er nu de blog van Ruud Verwaal, leraar Frans uit de Lage Landen.

Leestip voor alle Proustofielen: De Recherche in Kwatrijnen kon onze waardering in het bijzonder wegdragen.

Dat waar je onophoudelijk naar smacht,
loopt juist vertraging op door het verlangen,
maar als de hunkering het hoofd laat hangen,
voltrekt het zich misschien wel onverwacht.

René van Densen

De prettig gestoorde Tilburgse taalvirtuoos René van Densen (pseudoniem voor René van Densen) houdt al sinds jaar en dag een blog bij waarin het heerlijk verdwalen is. En alsof het niet op kon, is hij ook nog eens gezegend met tekentalent. Terecht verhuisde deze renaissanceman dan ook naar Gent.

‘Ah, en de conducteurs droegen bij aan de jolijt. Even meldden ze dat we in Brussel-Zuid zouden aankomen, om direct te corrigeren dat het vanzelf Antwerpen was en we niet ineens een stuk landkaart versprongen waren. Alle druk bijeengepakte mensen moesten gniffelen. Alle mensen aan boord van de trein waren maar mensen. Veel mooie mensen, zowel mannen als vrouwen, maar gelukkig allemaal maar mensen. Daar kan zich iemand mee troosten.’

Dit hoeft niets te worden

Dit is het dan

Wat ik te bieden heb

Niets meer

Dan een sneeuwvlokje

Onderweg

Naar een plek

Om te landen

Op deze stille plek vind je parel na parel, fijnzinnig neergepend door Arne Schoenvuur – ook wel gekend als Hannes Couvreur. Ofwel kunstenaar, fotograaf, schrijver, filosoof. En hier dus in het bijzonder, als dichter. En dichter als in: dichterbij de dingen. Volledig naar eigen gevoel en verlangen. Het hoeft immers niets te worden.

Mark Cloostermans

Een man die The Code of the Woosters van P.G. Wodehouse tot zijn favoriete boeken rekent én een zwak heeft voor Frasier, heeft bij ons een streepje voor. In een trefzekere stijl schrijft Mark Cloostermans in dagboeknotities over zijn dagelijks leven. En in een al even trefzekere stijl fileert hij het literaire landschap. Noel Coward leest goedkeurend over zijn schouder mee.

Ik droomde vannacht dat ik Heleen Debruyne was. Er kwam een man van een jaar of vijftig met mij flirten, en die zei: “Volgens mij zijt gij deep down best wel een sympathiek wijveke.” “Dat laat Heleen nooit over haar kant gaan,” dacht ik nog, voordat ik wakker werd. Ik zal niet zeggen dat het gepaard ging met een angstkreet, maar het scheelde toch niet veel.’