In een wereld waar alles gestoord is, zijn wij normaal (vangst #261)

Noodpakket (r) Vangelis7

Een aantal belangrijke dingen des levens treffen we nauwelijks in onze blogs aan: seks bijvoorbeeld, of de zucht naar zuiverheid. De dood wat vaker, maar toch.

Deze week is het er allemaal. Kirsten Mafroid levert de titel van deze vangst met een verhaal over diepe noden, Jan-Willem Lubbers treft in het uitgepuurde design van zijn website een spiegel van zijn diepste wijsheden aan, en op ontAarding wordt melancholie ingezet tegen een naderend einde.

De nervositeit aan mijn voordeur verdwijnt snel. Toch blijft ons bloed kloppen, voelbaar verder kruipen, bijna de eigen schil buiten en de andere binnen. We pellen elkaar als een artisjok tot het zachte hart, het lekkerste deel. Slurpen elk restje angst voor de wereld weg. De lucht is dik met onze meest dierlijke damp. Jij bijt me tot ik openbarst en rijp sap op je kin kleeft. Ik weet niets van je maar wel hoe elke druppel van je smaakt (naar vinaigrette op avocado).

Uit: Noodcontact van Kirsten Malfroid

Gelukkig zijn kan een eigen keuze zijn (als de omstandigheden dat toelaten) en als ik daarvoor kies zie ik de wereld anders (niet per se beter, anders). Er schijnt een boeddhistische wijsheid te bestaan die beweert dat er geen weg naar geluk is, maar dat de weg geluk is. Ik herkauw die gedachte vaak en ik denk dat het geen onzin is. Overigens denk ik dat mijn weg die ik zou moeten gaan niet bestaat, maar ontstaat door te gaan, te leven, op welke wijze dan ook.

Uit: 2107 van Jan-Willem Lubbers

Ik liet tieners nadenken over de situatie in Soedan, prutste een website in elkaar om relevant te blijven als aspirant-leerkracht in de 21ste eeuw en blokte gedwee het onderwijs-apparatchiks van de Vlaamse Overheid. Ondertussen richtten de cytostatica in mijn moeders lichaam een ravage aan. Het liet de tumoren onverschillig. Die groeiden drie maanden gewoon door.

Uit: Donkertijd op ontAardingen

Dagen zonder zeehonden (vangst #260)

Bene Van Eeghem was die avond op de luchthaven in Oostende de juiste vrouw op de juiste plaats. Laat haar in het midden van de nacht een echtpaar observeren dat tegen de verveling en tegen de huwelijkse sleet vecht en ze puurt er een verhaal uit dat me doet hopen dat ze nog regelmatig in dergelijke situaties mag verzeilen.

Gerbrand Bakker is een van de meest gevierde schrijvers uit onze haven. Niet dat zijn autobiografische schetsen me telkens even hard boeien, maar deze keer had hij me onmiddellijk mee. Na een openhartig begin, volgt wat gezellig geroddel, een schimpscheut links en rechts en tot slot een gouden podcast-tip.

Naast tal van andere kwaliteiten blinkt Lennart Vanstaen eveneens uit in het beschrijven van dagen waarin ogenschijnlijk niets gebeurt. Met een vriend wandelt hij rond in Oostende. Ze halen herinneringen op, vertellen elkaar verhalen, maken toekomstplannen en vergeten ‘Aline’ van Heleen Debruyne te kopen. En ze verwonderen zich over de afwezigheid van zeehonden in de koningin der badsteden.

Wanneer de man voor de tigste keer een ringtone op de smartphone uittest, wordt zijn eega kregelig. Ze streelt liefdevol over het kopje van het dashondje dat meereist, maar de genegenheid richting wederhelft is ver te zoeken.’

Uit: Luchthaven Oostende 4u45 van Bene Van Eeghem

Ochtenden zijn soms ‘lastig’, in de zin dat je (ik) uit bed komt en dat er dan een hele dag voor je ligt. Mijn therapeut zei altijd: ‘Voor veel depressievelingen is de ochtend het moeilijkst.’ Dat was goed om te horen, want dan ben je niet alleen. Koffie, sneetje brood, wat wordfeudjes en dan Trouw.’

Uit: Ziekig van Gerbrand Bakker


‘‘Eigenlijk ben ik wel eenzaam,’ zeg je plots. Je zegt het alsof je het al lang geleden hebt geaccepteerd.
Hoewel dat voor mij niet als een totale verrassing in de oren klinkt, is het toch gek om dat te horen van iemand die extreem sociaal en extravert is. Je komt werkelijk overal en iedereen lijkt jou te kennen.
‘Alles hangt aan elkaar,’ zeg je. En ik denk: daar zorg je zelf mee voor.’

Uit: Kamer in Oostende van Lennart Vanstaen

De vangst van Bo Vanluchene (vangst #259)

De cover van de Transformatiemachine op je bord. Het kan.

Slijmbal! Ik hoor het je denken, maar er zit geen strategie achter mijn keuze voor een stukje van een redactielid van Aanlegplaats. Marjon Meijer keek naar een zangprogramma en schreef daar met veel humor, schwung en durf over. Als je weet te vinden waar WordPress die abonneer-knop verstopt: doen.

“En dan al die deelnemers die zeggen dat het achter de schermen zo leuk is. Begrijp je het dan niet? Het moet vóór de schermen leuk zijn.

Uit: ‘I can see your voice’ van Marjon werkt

Mijn brein, in salamisneetjes gesneden door MTV en later in chips-schijfjes door Tiktok, is altijd dankbaar voor een kort stukje tekst. Fien De Block selecteert daarbij exact genoeg woorden om spanning op te bouwen, totdat het ergens landt tussen proza en poëzie. Deze keer over een keerpunt in het leven.

Het lijkt een theaterstuk. 

Ik zet twee maal een paragraaf en een maal een handtekening op de slotakte.

Hij doet dat ook.

Wij zijn nu echt echtgescheiden,

hij en ik.”

Uit: ‘Slotakte’ van Fien De Block

De blog van Tom Wouters staat al langer op de Aanlegplaats-radar, maar eigenlijk lees ik hem het liefst nog op Facebook. Daar post hij al jarenlang vaak korte, waanzinnige stukjes, die starten als een bekentenis en eindigen in absurdisme. Een feest. Ik kijk dan ook enorm uit naar zijn kortverhalendebuut, dat in mei verschijnt.

Morgen begin ik het lofdicht voor te dragen dat ik speciaal voor de gelegenheid voor onze alom geliefde leider heb geschreven en afronden zal ik het binnen vijftig dagen, uitgerekend op zijn vijftigste verjaardag. Stiltes heb ik niet ingebouwd, dus zal u me de komende tijd steeds pratend aantreffen: in de trein naar mijn werk, murmelend tijdens online vergaderingen, woorden kauwend tussen het echte eten door, pratend in mijn slaap.“

Uit: ‘Morgen begin ik…’ van Tom Wouters op facebook

Bo Vanluchene, het interview

Bo met wat favoriete boeken, niet van de grond geraapt

Erg trouwe lezers van het Nieuwsblad kennen hen nog van de column Bo luistert af, maar zelf leerde ik Bo Vanluchene pas kennen in de lessen Creatieve Bronnen aan de SchrijversAcademie.

We hebben het daarin over typische schrijverskwaaltjes zoals writer’s block, het impostersyndroom en die ene vaststelling waar we echt wanhopig van worden: niet schrijven is geen optie. Ik moest hen soms even porren voor die zich uitsprak over het ene of andere onderwerp, want Bo is meer van het geschreven woord dan van het spreken.

Met dat geschreven woord gaat het ondertussen steeds beter. Bo werkte onder andere mee aan De ogen van de uil, een poëziebundel over slapeloosheid (en wakker zijn, dat hoort samen), en publiceerde gedichten in allerlei tijdschriften, waaronder Het Liegend Konijn. Voor die bijdrage overlaadde Tzum hen wel twee keer met erg veel lof.

En dit jaar, op zaterdag 7 februari stelde die hun debuutbundel De transformatiemachine voor.

In afwachting van die grote dag houdt Bo zich schuil in Londen, van waaruit die elke zondag verslag uitbrengt van het leven daar op Bo Vanluchene in Londen, een schitterende blog die in no time is uitgegroeid tot een favoriet van de redactie hier op Aanlegplaats.

We spreken elkaar op een avond, want Bo heeft net ook een echte Londense job gescoord, met kantoor op Canary Wharf en al. Eat that, Linkeroever.

“Het voelt alsof alles samenvalt,” zegt Bo. “De verhuis naar Londen was al langer gepland, maar nu start ik hier met werken én komt dat debuut eraan. Dat zorgt voor stress, natuurlijk, maar ook voor een soort verscherping.”

Het boek heeft Bo nog niet in handen gehad. “Brexit. Veel te duur om naar hier te sturen. ’t Zal voor op de boekvoorstelling zijn, maar de pdf’s zagen er goed uit.”

Een belangrijk spoor doorheen de gedichten is gender en transidentiteit, maar wie de bundel leest als een thematisch pamflet, mist volgens Vanluchene de kern.

“Ik heb voor mezelf nog niet alle antwoorden. Het gaat over onderzoeken, over beweging. Dat ik dan straks gecast word als ‘die trans dichter’? Labels werken,” zegt Vanluchene. “Voor marketing, voor positionering. Maar ze zijn altijd versmallend.”

“En ik ben lang niet de eerste of de enige. Hannah Chris Lomans bijvoorbeeld, of Lucas Rijneveld. En Alara Adilow natuurlijk, daar kijk ik echt naar op.”

“Ik wil dat de bundel gelezen wordt als poëzie. Dat blijft het vertrekpunt. De zichtbaarheid van het thema boezemt me ook wel angst in. Mensen bijten zich er snel op vast. Ik wil niet per se publiek aantrekken dat alleen komt om te reageren, te polariseren. En tegelijk is terugplooien geen optie. Je kan niet alles controleren. Uiteindelijk moet je vertrouwen op het werk.”

“Ik had al eens eerder een blog, toen ik op Erasmus was in Tallinn. Net als bij Bo in Londen was die er in de eerste plaats om familie en vrienden op de hoogte te houden van mijn reilen en zeilen – dat spaart tijd om iedereen apart berichtjes te sturen. Maar de nieuwe blog is natuurlijk publiek, en ondertussen heb ik volgers die ik helemaal niet persoonlijk ken. Dat brengt verantwoordelijkheid mee: ook, en misschien zelfs vooral  een tekst die vlotjes leest en lijkt alsof die makkelijk uit de mouw is geschud, vraagt tijd en aandacht. En meer herschrijven dan je eigenlijk aan jezelf wil toegeven.”

“Er is een risico dat zo’n wekelijkse blog je leven gaat koloniseren. Dat je denkt: ik moet iets meemaken zodat ik erover kan schrijven. Het gebeurde soms bij Bo luistert af, waar ik schreef over flarden gesprekken die ik afluisterde. Moest ik weer buiten terwijl ik daar geen zin in had. Dat wil ik niet meer.”

“Die column eindigde met de lock-down. Toen zijn we allemaal plots veel eenzamer geworden. En het zijn die mensen die ik wil aanporren om zich, als het niet in real life wil lukken, dan toch op het digitale papier uit te drukken.”

“Een blog van de eenzaamste mens ter wereld, die wil ik lezen.”

“En erop reageren. Likes, comments. Want een blog, veel meer dan de huidige sociale media, gaat altijd over community. Dat doen jullie bij Aanlegplaats toch ook? Mensen samenbrengen? Niet dat ik eenzaam ben, hier in Londen, maar de reacties en likes op mijn blog doen me toch altijd deugd. Al blijf ik wel weg van de statistiekpagina. Want dan wordt het zo verleidelijk om alleen daar nog op te focussen en rekening te gaan houden met dat publiek.”

“Maar wanneer iemand me vraagt en betaalt voor een column vanuit Londen, dan wil ik graag wel eens een extra uitstap doen. Nu, met de blog, is het echt gewoon van mij.”

“Ook mensen die niet willen schrijven moeten een blog beginnen. Over wat ze elke dag doen. De vuilnisbakken buiten zetten. Of ophalen. Over de fabriek. Het kantoor. Het dagelijkse leven.”

“Ik ben eigenlijk nog altijd aan het afluisteren, merk ik. (lacht)”

“Wat maakt een blog goed? Humor. Dat zeker. En zelfrelativering. Het is allemaal niet zo belangrijk. Jij bent niet zo belangrijk, je hoeft de wereld niet op je schouders te dragen. Een zeker Bridget Jones-gehalte.”

“En niet te lang. Geen massieve tekstblokken, al nodigt Substack daar wel toe uit. Lange essays. Een uitdaging voor de lezer soms, maar we moeten onze aandachtsspier ook wel nog eens oefenen, toch?”

“Ik lees vooral Engelstalige blogs nu, over schrijven, queer blogs ook. En die van mensen die ik ken van de SchrijversAcademie of elders. En ik luister naar podcasts over dezelfde thema’s.”

“Wat er volgt na De transformatiemachine?”

“Eerst leven,” zegt Vanluchene. “Wennen aan Londen. Werken. En verder schrijven, natuurlijk. Altijd schrijven.”

Ik kijk via hun camera naar de boeken in Bo’s Londense flat. “Ik heb te weinig plek om al mijn boeken kwijt te kunnen,” verontschuldigt die zich. Boeken woekeren nu eenmaal, bevestig ik. Ze zijn ook hier overal.

“Ook op de grond, in stapels?”

Ik hoor de twijfels in hun stem. Mag het, die stapels, of mag het niet? Ik weet niet zo goed waar die daar precies in staat.

“Nee,” zeg ik. “Boeken zijn overal, maar echt nooit op de grond.”

Ik hoor opluchting in de lichte zucht uit Londen. “Bij mij ook niet. Dat lijkt op een of andere manier zo respectloos. En dan die beestjes! Nee, op mijn boeken kruipt er niks.”

De Transformatiemachine zal in mijn huis straks eerst een typisch dichtbundel zwerversbestaan leiden. Van tafel naar sofa naar nachtkastje naar aanrecht en weer verder. En daarna? In het rek met boeken van schrijvers die ik persoonlijk ken, en in hoge mate respecteer en waardeer.

Wat is een droom, wat is waar? (vangst #258)

Wat een wereld! De krantenkoppen doen ons terugverlangen naar niet zo lang geleden, toen fake news het probleem was. ‘Het zijn monsterlijke tijden’, citeert Wendy Kroy, in navolging van de premier, Gramsci. Temidden van chaos en waanzin is de voorspelbaarheid van zotte dromen een welkome afwisseling. Vincent Merckx ziet zijn grootmoeder terug, in een stukje dat hij Anders heeft genoemd (hij was eerst). En anders, als de slaap niet komt misschien, kunt u altijd nog naar Holland Casino Leeuwarden. Noam Grünfeld pende zijn surreële ervaring in deze speelhal op meesterlijke wijze neer voor Babel Magazine. Al zijn politieke referenties ook daar niet ver te zoeken: ‘Het is makkelijker om Noord-Korea binnen te komen dan het Holland Casino,’ luidt de openingszin.

De monsters schieten brutaalweg burgers dood in de straten van Minneapolis en Teheran. Gangsters zijn het, sadistische psychopaten met een chronisch gebrek aan menselijkheid en mededogen, maar met een geweer. Ze weten zich straffeloos want de Belialszonen in het Witte Huis scheuren gierend van het lachen de wetboeken aan stukken. Hun taal is die van het geld, veel geld. Zoveel geld dat ze alles kunnen kopen: de televisie, de radio, de krant. De maan en de zon en de sterren. De scholen, de klassen en de universiteiten. De apps en de websites. De senatoren en hun kiezers. Groenland of IJsland, het is maar hoe de wind waait.

Uit: Ice ice baby op Elke dag wel iets

In de week waarin mijn grootmoeder kort van stof was, een oude gewoonte, belandde ik in een ijssalon. Het was nog vroeg in de ochtend, enkele minuten voor het ontwaken. Ik tuurde naar het roomijs in de toonbank, de bollen waren wit en groen, anders dan ik gewoon ben, het werd me verboden naar de smaak te vragen.

Uit: Vrijdag 16 januari: Anders op Vrijdag

Binnen in de speelzaal word je omver geblazen door de veelvoud aan glinsterende, blinkende, tierende apparaten. Alsof je op Times Square staat, maar dan tijdens een lockdown. In de hoek, achter de roulettetafel, geniet een vrouw van een bordje kipsaté. In het midden gaan twee vrouwen van middelbare leeftijd op in het spel van de fruitmachine en bij de bar bestelt een man een Fanta. Voor de rest heerst er niets dan leegte. 

Uit: Holland Casino Leeuwarden op zaterdagochtend op Babel Magazine

Tussen twee strofen door (# vangst 257)

Een dichter sterft rond Kerst. Daarna kan je schaatsen op de vennen en plots valt de sneeuw in vlokken als eieren zo groot. Op de radio hoor je over de wereldbrand en dat de blaaskaak met de oranje lok nieuwe landen wil kopen als een kilo appeltjes en nog wat later doet de zon al een beetje lente voor. Hier een vangst tussen seizoenen, tussen uitersten. Een zwijgend landschap middenin de wereldrommel. Met de ene voet nog in het donker maar de deur al op een kier. Kaal en kiemend. De tijd van studie en niet weten. Wordt het straks een slaapmutsje of een potje detoxthee?

Chrétien Breukers mijmert over Leonard Nolens, over dichters in het algemeen en het dichterswereldje in het bijzonder. Hij bespreekt de zaken op zijn typisch pedante toon met pretoogjes en een hilarische anekdote af en toe.
Marijke Van Thielen beschrijft putje winter met demonen en begrippen onder de modder. Heerlijk veel schaamte, tovenarij en nachtschade. Cyclische nachtmerries, verlangen naar het ochtendrood.
Dan, plotsklaps, neemt Bruno Willaert je mee van een voetbalploeg in Diksmuide tot Mauritius: een luchtig reisverslag. Alles komt goed!

Wat ik niet snap, is waarom iedereen altijd meeloopt in de rij bewonderaars, als die zich eenmaal heeft gevormd. Wanneer ontstaat het moment waarop een auteur niet langer het onderwerp is van kritiek? Waarom loopt iedereen, ook mensen die kunnen lezen en zich geen knollen voor citroenen laten verkopen, op een gegeven moment toch in de polonaise mee?

uit: De Nederlandstalige poëzie – een eigen geschiedenis – Leonard Nolens van Chrétien Breukers

Nietzsche had een afkeer van vrouwen. Dat treft, want ik heb een hekel aan Nietzsche.

uit: Ijsblauwe weerzin van Marijke Van Thielen

Een korte hotelinspectie leert me dat duurzaamheid erg belangrijk is. Ik vond het al vreemd dat er een lege minibar in de kamer stond, maar de bedoeling is dat je die zelf vult met wat je daadwerkelijk gaat opdrinken.

uit: Braden in Pamplemousse op Reloaded

Opgepast! (vangst #256)

kaart van Brigida – en stuurt u vooral zelf ook eens een postkaart!

Elke vangst van de week begint met een leeg net, en voor de eerste van het jaar staan daarnaast goede voornemens netjes in het gelid. De rauwheid van het leven wat meer toelaten, bijvoorbeeld, en wat minder sugar coated kamerblues – hoe mooi ook geschreven.

Dennis Pauwels schiet me daarbij meteen ter hulp. In zijn eerste stuk sinds anderhalf jaar vraagt hij zich af hoe eerlijk je moet zijn tegen een kind. Marieke Groen heeft het ook over een kind, en het onwaarschijnlijke en triestige verhaal achter Johnny come home van de Fine Young Cannibals – voor mensen van onze leeftijd een all time classic.

Omdat er toch licht aan het einde van de tunnel mag zijn, sluiten we af met het goede voornemen van Suzanne Brink om elke maand een postkaart te versturen. In januari alleen al zit ze aan de derde, want maanden, ach, die zijn ook dit jaar weer relatief.

Er wordt vandaag veel gesproken over weerbaarheid en de rol van kennis. We moeten allemaal beter kunnen onderscheiden wat waar is en wat niet. De Sint lijkt me een uitstekend begin.

Uit: Echt op Brieven aan mijn zoon

Hoe Tommy zich in leven houdt wordt niet verteld. Eén keer gaat hij naar een daklozenopvang om daar de nacht te kunnen doorbrengen. Hij wordt ontvangen door een man die hem vraagt zijn jasje en overhemd uit te doen, waarna de kledingstukken worden geïnspecteerd op luizen en wantsen. Als de man Tommy daarna opdraagt zijn broek uit te trekken, weigert die. ‘Dan krijg je ook geen slaapplek,’ zegt de man. ‘Dan niet,’ zegt Tommy.

Uit: Johnny come home van Marieke Groen

Voor interieurstylisten is geen eer te behalen aan dierenartsen. De praktijken die ik ken zijn wit en kaal, of ronduit smoezelig, met rekjes vergeelde folders uit de vorige eeuw en op het prikbord een briefje uit 2005 waarop een buurmeisje van acht haar oppasdiensten aanbiedt. Vaak hangen er ook I.M.’s die dankbare baasjes sturen van hun geëuthanaseerde honden en katten. Ik weet niet wie daarvan opkikkert. 

Uit: Kaart van de maand: Claire van Suzanne Brink

Ps Suzanne, als het je aan kandidaat kaartontvangers ontbreekt: op eenvoudig verzoek bezorgen we je de adressen van de Aanlegplaatsredactie.

De vangst van Lieve Van de Velde (vangst #255)

Henk van Straten over zijn solo kerstdiner. Over hoe fijn het op zich kan zijn om kerst in je eentje door te brengen, zolang het ‘op zich’ is, in een bokaaltje, zonder toeschouwers. Zodra die er zijn, wordt het iets om je voor te schamen, triest om alleen te zijn. Gek hoe eenzaamheid pas eenzaamheid wordt als anderen zien wat je zelf voor allenigheid aanziet. 

‘Nog even wat laatste dingen kopen. Dat is wat ik zei. Nu kon ik mezelf voorhouden dat ik daar de pizza en kwark mee had bedoeld, maar dat was natuurlijk niet zo en dat wist ik zelf ook wel. De implicatie was: de laatste paar items voor het kerstdiner. Blijkbaar wilde ik dat hij dat van me dacht.’

Keeping up appearances. We doen het allemaal, op momenten en in bepaalde situaties. Ik had alleen gehoopt dat dit, voor mij, niet zo’n situatie was. Dat mijn lat voor het inzetten van een façade wat hoger lag dan dit.’

Uit: Ho ho helemaal alleen van Henk van Straten

Ingrid van der Graaf heeft het in Werk in uitvoering over een van de majeure stressfactoren in een mensenleven en ze slaagt er toch in om het aantrekkelijk voor te stellen. Moet ik onthouden voor mijn volgende verhuis: dat het niet alleen de beuë daad van het inpakken is, maar ook het frisse herbeginnen. 

Ik denk vaak aan verhuizen, aan wakker worden in een vreemd nieuw leven. De gretigheid van het opnieuw beginnen. Er zijn dagen dat als ik een leegstaande boerenschuur zie bij mezelf zeg, dat moet te doen zijn. Ik stel het me voor, leven in een boerenschuur, drie bij vijf. Steeds weer dat verlangen naar een basis.’

(…)

Het is waar, ik ben op mijn best als ik midden in een verhuizing zit. Als de wijnglazen al (of nog) zijn ingepakt, er gedronken wordt uit kleine waterglazen. Het ontbreken van plinten, een ongeschilderde deur, stapels boeken. Er midden in dat hele opengebroken leven een vriendin langs komt. Er samenlopen van omstandigheden zijn. Dat ik even geen rekening hoef te houden met deze of gene, want ik ben aan het verhuizen.’

‘Verhuizen is als overbodige spullen van een tafel vegen. Eindelijk mogen al die opgespaarde kruimels weg.

Uit: Uit huis gaan van Ingrid van der Graaf

Bij de ijskoude jaarwissel kijkt Sarah De Grauwe van De grauwe gekheid naar foto’s van haar nichtje die in Panama zit om de liefde te vieren en overschouwt haar eigen zonnende leven met een herkenbare reflectie. 

Ik werp een blik op mijn Noorse sokken, die hun uiterste best doen mijn tenen warm te houden. Ik blijf zitten, badend in licht en muziek, en denk dat dit misschien wel de meest Vlaamse vorm van exotisme is: de binnenzon.

Uit: Binnenzon van Sarah De Grauwe

Lieve Van de Velde, het interview

Op wandelafstand van waar de redactie van De Standaard is gehuisvest, ligt Galerie Bortier. Het is daar dat ik met journaliste Lieve Van de Velde had afgesproken. Bortier is een historische gaanderij uit 1848, ontworpen door de visionaire architect Jean-Pierre Cluysenaar, die nog steeds de sfeer van de negentiende eeuw uitademt. Het zit tjokvol boekenwinkels waar bibliofielen op zondag speuren naar zeldzame eerste edities, terwijl koffiejunkies zich laten verwennen door barista’s die alles weten over de kunst van het klaarstomen van non-flat white cappuccino’s met havermelk. Het is een plek waar de oude en nieuwe wereld samenkomen. 

Lieve moest nog wat werk afronden en huppelde enkele minuten na het afgesproken tijdstip binnen. Ze is een fleurige jonge zestigster die uitstraalt dat ze beter dan wie ook weet waar de hippe nieuwste eettenten zich bevinden. Aan alles merk je dat ze een kosmopoliete is die er nooit heeft bij stilgestaan dat je koffers ook kunt uitpakken. Al van jongs af aan voelde ze de drang om verder te reizen dan de grenzen van haar geboortedorp Erps-Kwerps. Toon haar een woestijn en ze is er als reisbegeleidster met een groep dwars doorheen getrokken. 

Al meer dan drie decennia leeft Lieve van haar pen. Eerst maakte ze gedurende acht jaar bedrijfsmagazines voor Roularta, nadien ging ze aan de slag bij Planet Internet en sinds het begin van deze eeuw schrijft ze – met een onderbreking van drie jaar waarin ze voor Elle werkte – voor De Standaard

Als een zeldzaam relikwie uit vervlogen tijden blijf ik zweren bij de papieren krant en daarom valt De Standaard ook op weekdagen bij ons in de bus. Doorheen de jaren verjongde en vervrouwelijkte de redactie en de herinnering aan de witte overhemden van Manu Ruys vervaagde. Alvorens we het over bloggen zouden hebben, was ons weerzien een uitgelezen kans om te schermen met de namen van journalisten en medewerkers van de krant die ik graag lees. Ive Marx! Christophe Vekeman! Ruben Mooijman! Joke Van Caesbroeck! Rebekka De Wit! Steven van Ammel! Nele Van den Broeck! Mia Doornaert! Raf Njotea! Zo. Dit palaver is geëindigd.

Lieve en ik kunnen beiden nog steeds blij worden van goed geschreven teksten.

En over goed geschreven teksten gesproken. Tijdens de treinrit had ik zitten lezen in De lijst van mijn leven van Suzanne Grotenhuis en ik gaf het aan Lieve. Ze begon erin te bladeren en verdween in het boek. Als redactrice die er op moet toezien dat elke komma juist staat, geraakte ze gefascineerd door een tekst zonder interpunctie en ik merkte hoe ze meer en meer ondergedompeld geraakte in de wereld van Suzanne Grotenhuis. Hallo, Lieve?! Wel bij de les blijven! We moeten het nog over bloggen hebben.

Waarom ben je ooit met een blog begonnen?

‘Het is allemaal alweer lang geleden, hé Jo. In die tijd werkte ik voor Planet Internet. Het was rond de eeuwwisseling. Dat was het prille begin van bloggen en blogs. In 2001 was ik een van de allereerste bloggers van het land. Mijn blog heette Cybrrina en stond op de portaalsite van Planet Internet. Mijn chef Fréderic Marain raadde me aan om eerst een persona te verzinnen zodat ik in haar huid kon kruipen, alvorens via haar mijn observaties wereldkundig te maken. Daarom verzon ik een autobiografie van twee pagina’s. Pas dan was Cybrrina klaar om tot leven gewekt te worden. Elke week schreef ik als Cybrrina column-achtige stukjes.’

‘Twee jaar later – in 2002 – ben ik voor mezelf met een blog begonnen. Dat werd dan Sajaara. Ik reed toen rond met een Toyota en leerde op de avondschool Arabisch en het Arabisch woord voor auto is Sajaara. Stiekem hoopte ik dat Toyota een wagen op de markt zou brengen met de naam van mijn blog. Voor mijn gevoel zou de cirkel dan rond zijn. Ik poste twee tot vijf blogstukjes per week. Het waren observaties die recht uit het hart kwamen. Dingen die ik op straat zag. Randzaken waar ik me druk om maakte. Het was eigenlijk Facebook avant la lettre.’

‘Ik had geen bepaald doel voor ogen. Het vloeide meer voort uit de zottigheid van de redactie van Planet Internet: “Zullen we allemaal eens beginnen bloggen?” Uit dat wilde idee zijn toen een vijftal blogs ontstaan. Sajaara heeft zes jaar bestaan. De lengte van de stukken varieerde. Kort en lang. Dan gaf ik mezelf ’s morgens bijvoorbeeld de opdracht om drie observaties te noteren die iets met het woord ‘grijs’ te maken hadden. De lucht; de jas van een man in een boekenwinkel; mijn schoenen. De volgende dag gooide ik het over een andere boeg en begon ik met ‘Het is toch moeilijk om…’ en uit die openingszin ontstonden bedenkingen. Het ging ook over zaken die me dwars zaten, zoals de liefde. Ik was net weg bij mijn ex en schreef beschouwende stukjes over hoe lastig het is om alleen te zijn. Soms waren het niet meer dan zeven zinnen of een handvol paragrafen. De blog leefde wel. Via een teller kon ik zien hoeveel lezers ik dagelijks bereikte. Op sommige dagen waren het er meer dan tweehonderd. Het was tof.’

‘Planet Internet werd opgekocht door KPN en we kregen met z’n allen collectief ontslag. Ik ben dan beginnen freelancen en bloggen, tot er plots een aanbod van De Standaard kwam: of ik bij hen chef-online wilde worden? Iemand poste op de nieuwssite van het toenmalige magazine Metro dat blogster Sajaara chef ging worden van DS online. Dat maakte me oprecht kwaad, want uit het niets werd mijn identiteit zomaar prijsgegeven. Zo wisten mijn toekomstige collega’s plots meer van mijn onnozele gedachten dan wat ik hen op mijn eerste werkdag had willen toevertrouwen.’

‘Voor mij betekende die anonimiteit tijdens het schrijven een beschermhulsel. Ik vond het echt invasief. Want juist omdat ik me achter een persona kon verschuilen, gingen mijn observaties dieper. Het was allemaal net voor met de komst van sociale media de bom om te ‘sharen’ en te ‘oversharen’ zou losbarsten. Na twee dagen was ik het incident alweer vergeten. Achteraf gezien had het weinig belang. Uiteindelijk zinken we allemaal in de anonimiteit weg.’

‘Naast het bloggen en mijn journalistiek werk had ik tevens een zot plan om een roman te schrijven. Daarom begon ik met een derde blog: Psychokippen. Ik gaf mezelf de opdracht om elke dag één pagina van een verhaal te schrijven. Het was impulsief begonnen. Afin, het was in de periode dat ik bij Elle werkte. In de zomer hadden ze nood aan een minibijlage met een licht fictief verhaal. De deadline kwam dichterbij en we hadden nog niets. Tot ik voorstelde om mijn blog dan maar als zomerroman te gebruiken. Het was het liefdesverhaal van Tina en Ono en speelde zich in Brussel af. Het werd op dertigduizend exemplaren gedrukt. Onlangs vond ik er eentje thuis terug en ik heb het herlezen.’

‘De Nederlandse blogster Merel Roze was een van mijn voorbeelden. Ook zij deelde gedachten en gevoelens op haar blog, die trouwens nog steeds bestaat. Er staat een link op naar de schrijfcursussen die ze geeft. Ondertussen is Merel een moeder van grote kinderen. Verder waren er een paar andere Nederlandse bloggers waar ik me aan spiegelde en enkele collega’s. Er bestond een heuse blogcommunity. We lazen elkaar. Nadien is die band wat verwaterd.’

‘De blog Psychokippen bestaat niet meer. Van Sajaara duiken er hier en daar op het internet soms nog wat sporen op.’

‘Bij DS hebben we een blogsysteem om snel nieuws te brengen over grote thema’s zoals de Amerikaanse verkiezingen, Oekraïne of Gaza. Op de redactie ben ik lang afdelingschef geweest en twee jaar geleden wou ik weer meer gaan schrijven. Toen hadden we het plan opgevat om dat blogsysteem te gebruiken voor een rubriek die we Uit het hart doopten met persoonlijk getinte verhalen over herkenbare menselijke thema’s.
Het is een roulement van afwisselende stukken over het leven. Sinds de zomer bestaat het format enkel nog in de krant, niet meer online.’

‘In het begin stond ik er alleen voor mee maar dat viel op lange termijn niet vol te houden, want ik liep tegen de grenzen van mijn eigen hoofd aan. Daarom hebben we met een groepje van een zestal mensen een beurtrol systeem geïntroduceerd. Het concept was in die zin revolutionair dat we het mysterie van de redacteur doorbraken. De afstand tussen de redacteur en de tekst werd kleiner. De meeste van de stukken zijn in de ik-vorm geschreven. En er worden zeer persoonlijke verhalen gedeeld. In die zin is mijn blogverleden nuttig gebleken, omdat ik al vertrouwd was met een persoonlijkere toon.’

‘De wens om opnieuw te beginnen bloggen is er nog. Het verlangen om niet zozeer voor het werk, maar voor mezelf schrijven. Maar ja: gebrek aan tijd, hè. Het zal iets zijn voor later als ik op pensioen ben.’

Wie zou je willen dat een blog begint en waarom?

‘Cleopatra! Ik zou zoveel over haar willen weten. Ik zou in haar hoofd willen kijken. Was ze echt een mannenverslindster? Hoe dacht ze over het leven? Hoe was ze bezig met seks? Was ze met haar uiterlijk begaan? Van haar wil ik echt alle ins- en outs kennen. Welke kleren droeg ze? Het is mijn wens dat Cleopatra haar hoofd via haar blog voor mij opensmijt. ‘De autobiografie van de eerste bitch uit de geschiedenis’.’

‘Als je namen van tijdgenoten zoekt, denk ik spontaan aan een toevallige naamgenoot: Rinus Van de Velde. Zijn kunst en zijn teksten grijpen me aan. Maar ergens vind ik het jammer dat zijn werk zo verhalend is. Hij geeft weinig van zichzelf bloot. Wat gaat er in zijn hoofd om? Is hij bezig met emoties? Ik zou willen weten wat hij denkt. Ik zou wensen dat hij soms in zijn hart liet kijken in plaats van alleen in zijn brein.’

‘Ik heb zelden het gevoel dat kunstenaars wat meer afstand zouden moeten nemen. Mij spreken de autobiografische elementen in hun werk me juist erg aan.’

‘Wat me ook zou interesseren is om de blog van een kloosterzuster te lezen. Kortom: ik ben nieuwsgierig naar de binnenkant van mensenlevens.’

Wat maakt een blog goed?

‘Voor mij hebben goede blogs weinig of geen filter. Je valt meteen bij de blogger in huis. Het zijn de reflecties van het moment, zonder dat het te bedacht of te geconstrueerd is. Zo krijg je als lezer een beeld van hoe die mens is, leeft en denkt.’

‘Natuurlijk heeft Elmore Leonard met zijn uitspraak Your easy read is my hard work gelijk, Jo. Maar het gebeurt evenzeer dat ik al zo lang over iets hebt nagedacht dat het er tijdens het schrijven spontaan uitrolt. Dan is het geen hard werk. Met sommige van mijn columns gebeurt dat: op een uurtje schrijf ik iets waar ik dan zelf blij mee ben, zonder dat het me enige moeite heeft gekost. Gewoon omdat ik er op voorhand al lang over had nagedacht.’

‘Anders dan op mijn blogs schrijf ik voor de krant behoedzamer. Want het is niet mijn krant. Op substack vind je tegenwoordig zeer veel goed geschreven sociologische analyses. Alsof ze uit de lucht geplukt zijn.’

‘Naast ongefilterd moet een blog eveneens getuigen van een eigen stijl. En authentiek zijn.’

‘Als het korte observaties zijn hoeven ze voor mij niet opgefleurd te worden met afbeeldingen. Maar als het om lange lappen tekst gaat, dan wel. Als je afbeeldingen gebruikt moet je consequent zijn en moeten ze in het verlengde van de tekst liggen. Het visuele dient overeen te komen met de identiteit van de schrijver, zodat de twee samenvallen en een afgerond geheel vormen.’

‘Voor mijn blog Sajaara plukte ik lukraak foto’s van het internet en ik plakte ze erop. Het was super inconsequent van mij. Maar voor Psychokippen had ik een vriend die passende foto’s maakte. Zo herinner ik me een hele mooie, domweg van mijn been op een barkruk. Daar zat wél een lijn in. Dat was esthetisch wél doordacht.’

Het einde van het gesprek naderde en het ging over onontdekte talenten. Zou een immomakelaar in Gdansk een zeldzaam getalenteerde striptekenaar kunnen zijn? Een beenhouwer een grensverleggende architect? Of de bassist van The Beatles een grandioze tuinarchitect. 

‘Dat zal wel. Het kan toch niet zo zijn dat je al je talenten opgebruikt hebt. Zo was ik onlangs keihard verrast door het schrijftalent van fotografe Kaat Pype.’

‘Omgekeerd is een collega-redacteur naast journalist ook een begaafd fotograaf. Dat talent rijmt hij met een geordende geest. Zo publiceert hij op Instagram een duoreeks. Soms gebeurt het dat ik met hem voor een reportage door het land reis en als hem onderweg iets opvalt moeten we stoppen. Hij wil er dan absoluut een beeld van maken. Uit zijn archief van duizenden foto’s weet hij precies met welk ander beeld hij het kan linken. Hij is voortdurend bezig met kijken. Er zit veel dimensie in zijn foto’s.’

Het gesprek zat erop. Als trage schrijver sprak ik mijn bewondering uit over de snelheid van professionele pennen. Wat er ook gebeurt in de wereld – een dichter die sterft, een strafschop die gemist wordt, een bom die afgaat, een land dat een buurland binnenvalt – de volgende ochtend liggen er goed geschreven en degelijk onderbouwde analyses klaar.

‘Op de avond dat Prince stierf zijn we met z’n allen onmiddellijk naar de redactie teruggekeerd en ’s morgens hadden we twaalf pagina’s over het leven en de muziek van His Royal Badness geschreven.’

Gevraagd naar de schrijvers die ze graag leest, antwoordde Lieve: ‘Mijn absolute favorieten zijn Paul Auster, Douglas Coupland en Haruki Murakami. Vorige week heb ik mijn boekenkast nog eens uitgemest en vier zakken weggedaan. Het waren toffe boeken die ik graag heb gelezen, maar ik moet ze daarom niet bijhouden.’

Want ja, hoe vaak lees je in je leven een boek dat je echt nooit had willen missen?

We rekenden af en namen afscheid. 

Met dezelfde energieke tred als waarmee ze was binnengewandeld snelde Lieve naar buiten. Ze moest die avond haar koffers nog klaarzetten voor haar volgende woestijnreis.

De laatste bankzitters (vangst #254)

Afscheid is een aangrijpend en strak gecomponeerd verhaal over verlies. Iris van de blog Vleermuys verstaat de kunst om met weinig woorden veel te zeggen. Ze laat suggestieve stiltes vallen. In enkele paragrafen kleurt ze de laatste maanden uit het leven van haar geliefde moeder in en beschrijft ze de leegte die deze na haar dood achterliet.

Tijdens de wintermaanden zijn er weinig columnisten die ik liever lees dan Jan Devriese van De week van Devriese. Jan, zelf niet gespeend van melancholie, lijkt geboren te zijn om met zijn dartele pen de zwaarte van ons bestaan te verlichten. Zijn knap portret van een Brugse kroegtijger, die niet aan het klimmen der jaren kon ontkomen, moet niet onderdoen voor het beste van Simon Carmiggelt.

Al sinds het prille begin zijn de redactieleden van Aanlegplaats het er roerend over eens dat Tom Wouters – de Peter Pan van de blog Het ongerijmde – een uitzonderlijk talent is. We zijn dan ook zeer verheugd dat het eerste boek van Tom Wouters voor volwassenen volgend jaar in mei bij uitgeverij Tzara zal verschijnen. De titel is al even sterk als de cover: In mijn hoofd zwemmen vissen. Want het is hoog tijd dat ook de rest van de wereld Tom Wouters ontdekt.

Die ‘als’ is nu een vaststaand feit, met een datum en een uur. Vanaf nu kunnen we niet meer doorvragen. Wat, als je er niet meer bent? Welke liedjes wou je op je uitvaart, welke bloemen, welke urne, welke teksten? Het zijn vragen die ik nooit over mijn lippen heb gekregen. Maar nu zitten we hier en moeten we alles zelf beslissen in de eeuwige twijfel of het wel dat is wat je wou.’

Uit: Afscheid van Vleermuys

Wat wel hielp, was muziek. Maar dan enkel Echte Muziek. Als er geen gitaar in zat, groeiden zijn oren dicht. Van al die nieuwlichterij moest hij niet weten. Meer dan eens bespraken wij aldus de Werken van Led Zeppelin, of van Rory Gallagher, of een andere bestofte gitaarheld. Daarbij bespeelde hij weleens, met subtiel vingerwerk, zijn jagersjasje zonder mouwen. Waarna wij er samen nog eentje namen.

Uit: Slainte van Jan Devriese

‘Ik zit me te verstoppen in de verhalen in dit boek, en zoals bij elk spelletje verstoppertje hoop je gevonden en gezien te worden. Voor iemand die grote delen van zijn tijd in zijn verbeelding opgesloten zit, is het idee om te mogen bestaan erg aanlokkelijk. Ik hoop dat mensen dit boek met veel plezier en liefde zullen lezen.’

Uit: Binnenkort in de boekhandel: In mijn hoofd zwemmen vissen van Tom Wouters