De sprekershoek van de schrijverij

Soms duiken zomaar uit het niets mensen op die er al lang niet meer zijn. Alsof ze van over het graf de herinnering aan hun vroegere bestaan levend willen houden, bang om ooit te worden vergeten. Ik ben er nog, zeggen ze, en voor altijd. De vrouw aan de overkant van de straat die verschrikkelijk op mijn moeder lijkt. De stem van mijn maatje in mijn oor terwijl ik naar een film kijk: ‘Pakt er een pintje bij.’

De wereld van De Schrijverij blinkt zachtjes in de avondzon, lijkt het, maar vergis u niet. Ze zijn vaak op het scherp van de snee, zijn observaties en bedenkingen.

De Nieuwe Contrabas

Chrétien Breukers heeft het in De Nieuwe Contrabas veel meer over literatuur dan over het eigen leven (wat hij wel deed in de toepasselijk genaamde Chrétien Breukers), en bovendien slorpt zijn boeiende en groeiende podcast veel van zijn aandacht op.

Maar toch. Zinnen als Mensen die gedichten lezen zijn vaak heel erg irritant. Ze zien de meest erge gemeenplaatsen aan voor diepe gedachten; wat bijna niet te lezen is zonder harde brokjes op te hoesten, vinden ze ‘diepzinnig’ maken van ons een fan voor de eeuwigheid.

Ivo Victoria

Ivo Victoria was van zijn vijftiende tot zijn drieëndertigste het best bewaarde geheim van de Belgische rockmuziek. Net voor hij wereldberoemd dreigde te worden, kapte hij met muziek, verhuisde van Edegem naar het provincialere Amsterdam, begon een blog, debuteerde in 2009 met de roman Hoe ik nimmer de Ronde van Frankrijk voor min-twaalfjarigen won (en dat het me spijt) en schreef sindsdien nog vier andere goed onthaalde boeken. Het is heerlijk grasduinen in de meer dan duizend artikels op zijn blog. Uit alles blijkt dat Victoria meer dan terecht een gevierd columnist voor o.m. De Morgen is. Verder strekt het tot aanbeveling dat enkele redactieleden nog met zijn oudere zus hebben gestudeerd. En ooit woonde ik een tuinconcert van hem in Boechout bij. De roman Dieven van vuur liet een verpletterende indruk na.

Er valt helemaal niks te schrijven, fantasie is in een noodtempo irrelevant geworden, schrijvers die nu met een dystopische roman komen aanzetten hebben er niks van begrepen, dit is geen tijd om vooruit te kijken, dit is een tijd om weemoedig en melancholisch uit je raam staren, naar die bomen die machtig mooi geel kleuren, een tijd om je te vervelen terwijl je in het diepst van je gedachten ‘uit eten gaat’ met Gilles van der Loo, of in de gietende regen een slimme loopactie maakt waardoor je vrij voor de keeper komt, dan de bal van de zijkant, voor je slechte voet, er is geen tijd dus het moet in één keer, je raakt de bal compleet verkeerd, de verraste keeper grabbelt vergeefs, je scoort. En wanneer je jezelf omdraait en terug naar de eigen helft loopt, zie je Rob staan die met een brede grijns zijn duim opsteekt, naar ik vermoed omdat ook hij weet dat er een wereld bestaat waarin dit allemaal nooit voorbij zal gaan – dat soort gasten zijn wij namelijk, en dat soort gasten zullen wij altijd zijn.

Wim Oosterlinck

Wim Oosterlinck, de Gentenaar met de zoetgevooisde stem die knettert als een uitdovend haardvuur, is fan van John Malkovich, Cat Power en Jeroen Brouwers én won in een ver verleden het Groot Dictee der Nederlandse taal. Ondanks zijn goedgevulde radio ochtenden bij radio Willy houdt Oosterlinck een blog bij waarin hij regelmatig schrijft over zijn twee kinderen, oude filmzalen en zijn liefde voor boeken. Bijzonder mooi is de podcast drie boeken, waarin mensen – vaak bijna beroemde Gentenaars – spreken over de drie boeken die volgens hen iedereen zou moeten gelezen hebben. Uren luisterplezier verzekerd. Het haardvuur moet u er zelf maar bij verzinnen.

Zo gaat het in een kleine dorpscinema. Geen overbodig personeel dat in de weg loopt terwijl je alles gewoon alleen kan doen. Geen 7 soorten popcorn, geen 5 euro voor 100 gram snoep die overduidelijk maar 6 cent per kilo kost. Geen 2 euro om naar het toilet te gaan. Geen gsm’ende teenagers in de zaal die voedsel en schrijfgerief naar elkaar gooien. Geen cosy seats waarin je gemakkelijker kan foefelen met je lief voor de bescheiden meerprijs van 3,5 euro per ticket. Geen 26 zalen met 83 verschillende films in 13 verschillende digitale formaten. Gewoon Stan & Ollie beneden in zaal 1. Dumbo boven in zaal 2. Weliswaar in 3D.’

Merel de Vilder Robier

Wat wist ik van het leven, 25 jaar geleden?Toch stond ik op de top van de wereld met tonnen courage, solide als een rots. Ik slidderde door ’t leven als door de boter. Ik hakte knopen per dozijn.

Ik zag mij graag. Mijzelf en haar en hem.

En hem, zolang dat ’t duurde.

Is ’t dan begonnen? De lange dagreis naar de nacht? Naar ’t duister alom?

Merel de Vilder Robier is actrice, schrijver en creatieve duizendpoot met een heerlijk eigenzinnige stem en een missie om u tegen te zeggen: jongeren van alle leeftijden aansporen de confrontatie met zichzelf aan te gaan en met een opener, onbevangener blik in de wereld te staan.

Een poging tot dagboek

Een poging tot dagboek, noemt ze het. Zonder pretentie. Voor mezelf, in de eerste plaats. Bijhouden dagelijkse routine. Eten, drinken, slapen. Ziek, gezond. Feiten, meningen, kattebelletjes. Vallen en weer opstaan, zeker? Maar dan wel in een heerlijke stijl, drijvend op ritme en zelfrelativering.

Na de verbouwingen in zijn kop (haar man had een hersentumor) beginnen we volgende week met de verbouwingen in ons huis. Een nieuwe badkamer, met chique tegels tegen de muur en inloopdouche waarin je kunt gaan joggen. Een nieuwe ketel, een nieuwe vloer, een nieuwe trap, een nieuwe zolder. Een nieuw leven, een nieuw begin, een nieuwe lente, een nieuw seizoen.

De kat kijkt verlangend uit raam, net zoals wij allemaal. Van achter glas ziet het er allemaal heerlijk uit, maar de bomen dragen nog geen blad en voor de bijen valt er nog niets te zoemen.

Hard//Hoofd

Of Aanlegplaats nu een tijdschrift is, of een platform, of nog iets anders, een hub misschien, dat is het soort discussie waarmee we het einde van een redactievergadering met nog een glas uitstellen, om dan uiteindelijk, elk in onze eigen virtuele hoek, even op Hard//Hoofd te klikken.

Een écht tijdschrift. Met vaak heerlijke teksten.

Bijna lukraak, Lies Jo Vandenhende.

Je vraagt je af of je al genoeg splinters bij elkaar heb gespaard om kUnStEnAaR te zijn of te worden of het woord te gebruiken. Egon Schiele stierf op zijn achtentwintigste en al zijn werk is doordrongen van een douleur die mede door zijn leeftijd niet enkel de zijne lijkt.

Viktor Frölke

Geen likes: geld! Viktor Frölke, schrijver, filosoof en postbode, windt geen doekjes om de armlastige positie van gratis blogschrijvers. Maar het hoofd is vol, of het hart, of de buik, geen blogschrijver heeft door waar die stukjes vandaan blijven komen. Maar komen doen ze.

Eigenlijk had hij aan boeken genoeg, zo bleek na de dood van zijn vrouw nu twaalf jaar geleden. Toch miste hij nu en dan een gesprekspartner, iemand die hem weerwoord gaf, die het niet met hem eens was – liefst een vrouw trouwens, maar ook een vermogend man kon niet te kieskeurig zijn.

(We durven het nauwelijks te zeggen, want het houdt geen steek – maar als u van Tom Waits houdt, dan ook van Viktor Frölke.)

Lennart Vanstaen

Is niet elke volwassene een mislukt kind? En zijn de knoeiers, de kunstenaars, de eeuwige probeerders, de charlatans en de krekels dan niet de mislukt mislukte kinderen? Soms, meestal op zondagavonden, wanneer ik mijn leven overschouw, bekruipt me dit soort sombere gedachten.

En dan lees ik Lennart VanstaenHet is mijn overtuiging dat de kracht van ieder mens schuilt in het kind-zijn. In het niet tegen zijn verlies kunnen bij een spelletje. In het neuspeuteren wanneer niemand kijkt. In de schilderwerkjes aan de klasmuur in de lagere school. Mijn fantasie, creativiteit en oog voor detail zijn daar geboren. Mijn passie en bevlogenheid voor het leven, maar ook mijn vanzelfsprekendheid, luiheid en snel opgeven; en weet ik weer dat mislukt maal mislukt gewoon jezelf zijn is.

Brieven aan mijn zoon

‘Ik lieg. Ik noemde de bij die je stak een wesp. Wespen sterven niet na een steek, bijen wel, maar bijen zijn goed en wespen zijn slecht. Soms is het beter om te liegen, om het narratief te beschermen.
We hebben niet alleen hun honing nodig’.

Wie voedt er wie op? Wie helpt wie volwassen worden? De vader, of de zoon? We kennen het antwoord. Maar niemand verwoordt het zo mooi en kwetsbaar als (voormalig Aanlegplaats redactielid) Dennis Pauwels in zijn Brieven aan mijn zoon.