We weten dat het pijn doet (vangst #240)

Deze week rekken we de grenzen van het toch al niet kraakheldere begrip ‘literaire blog’ nog wat verder op. Net als Kathy Mathys geloven we namelijk dat de waarneming het woord vooraf gaat. Zij geeft ons wat oefeningen om verder te kijken dan onze neus lang is.

Over neus gesproken: Aron Groot (wiens Gevleugelde woorden bezwaarlijk een literaire blog kunnen worden genoemd, maar we houden nu eenmaal heel veel van woorden) leest meer in Elsschots Het huwelijk dan wetten en praktsche bezwaren, wat hem naadloos brengt bij veest, het woord dat u uw kinderen nooit hebt bijgebracht wanneer ze een stille scheet losten.

Eindigen doen we met minder. Met zo veel dank aan Eliane De Bleser in Andere Woorden.

Wij zijn zo sterk visueel ingestelde wezens dat we dikwijls voorbijgaan aan wat de andere zintuigen ons laten voelen. In deze oefening luisteren we naar wat onze vingers vertellen.

-Vraag aan een huisgenoot, vriend of buur om een tas te vullen met spullen. Je kunt dit ook zelf doen, maar dan is de inhoud geen verrassing meer.

-Trek blind een object en houd je ogen gesloten. Betast het grondig zonder te gluren. Je kunt het object ook tegen je andere lichaamsdelen aandrukken. Probeer een open geest te bewaren, blijf nieuwsgierig, ook wanneer je weet welk object het is.

Uit: In de vingers van Kathy Mathys

Maar het Proto-Indo-Europees kende ook de nagenoeg identieke wortel *psd-. Het enige verschil met *prd- is een s in plaats van een r. We hebben het hier dus over het laten van een scheet die niet zo veel geluid maakt. Voor de Proto-Indo-Europeanen kennelijk een belangrijk onderscheid.

Uit: Twee onomatopeeën voor scheten op Gevleugelde Woorden

(We horen slechts 1 stem)
Ik wil uw linkerooglid.
Ja, ik weet dat het pijn doet.
Nu wil ik een kies.
Ja, ik weet dat het pijn doet.
Nu een hap uit uw linkerdij.
Jaja, ik weet dat het pijn doet.
En een van uw duimen. U mag kiezen dewelke.

Uit: Een ooglid of zo op Andere Woorden

Nummerplaten maken de man (vangst #239)

Al sinds het jaar 1999 hou ik een dagboek bij in een al bij voorbaat mislukte poging het grote vergeten te slim af te zijn. Veel van wat Suzanne Brink in haar zwierig geschreven stuk over dagboeken schrijft – de eerlijkheid, de ongepolijste stijl – en de slimme woorden van Ian McEwan vond ik herkenbaar. Hoewel niemand er ooit in zal slagen mijn handschrift te ontcijferen.

De verdwenen werelden van gisteren die Jan Devriese telkens weer in enkele paragrafen weet op te roepen maken dat ik verslaafd ben geraakt aan zijn onvolprezen blog De week van Devriese. Staand voor zijn kleerkast wordt Jan overvallen door gedachten aan vroeger en aan de vele Jannen die de huidige versie zijn voorafgegaan. Want meer nog dan nummerplaten maken kleren de man.

En dan is het nu tijd voor een scoop! Op zondag 14 november heb ik de eer om in het kader van Boektopia op toer in boekhandel Cronopio Marieke Groen te interviewen over haar rijk boek over een jeugd in armoede: Het verhaal van mijn schaarste. Het is genomineerd voor de Boekenbon Literatuurprijs. De Aanlegplaats-redactie was er unaniem lovend over. Nu de rest van de wereld nog.

Dagboek schrijven, realiseerde ik me, is de kern van mijn bestaan. Het is persoonlijke hygiëne. Het is schetsen in een kladblok. Geen paniek als het geen likes oplevert. Het hoeft niet mooi. Het moet eruit. Als ik dat niet doe ga ik literatuurderig schrijven: in de derde persoon, over mensen die langs betekenisvolle bomen lopen en ‘denkramen weven van humaniteit met eilandjes van borsten, billen en buiken.’ Citaat uit stokoud eigen werk.’

Uit: Emotioneel lek van Suzanne Brink

Dat was alweer veel te lang geleden. Je gooit niets weg, want je weet maar nooit. Je weet maar nooit dat je plots vrijwillig tien kilo vermagerd blijkt. Je weet maar nooit dat dat gerafeld vod morgen weer hip is. Je weet maar nooit. Alles komt terug. Modeontwerpers doen tenslotte niet veel anders dan recycleren. Met een flamboyant smoezensausje eroverheen.’

Uit: Kleerkast van Jan Devriese

Dit was literatuur ontdaan van zijn heilige status en het oogde bedrieglijk eenvoudig. Ik zal niet de enige wannabe schrijver zijn geweest die in die tijd heeft gedacht: dit kan ik ook. Het enige probleem: ik was geen grootgebruiker van Boliviaans marcheerpoeder, ik had geen McJob en ik was te arm om gedachteloos te kunnen consumeren – mijn Levi’s 501 kwam niet uit een exclusieve boetiek annex expositieruimte, maar uit een muf ruikende dumpstore waar ze kleding per kilo verkochten.’

Uit: Generatie Nix van Marieke Groen

De vangst van Marthe van Bronkhorst (#238)

‘For sale: baby shoes, never worn’ is misschien wel het bekendste korte verhaal ter wereld. Precies zulke readymades en verhalen, maar dan waargebeurd en anoniem, lees je op het weblog https://postsecret.com/ (voorheen postsecret.blogspot.com). Het idee is simpel: Amerikaan Frank Warren opende een brievenbus waar mensen anoniem hun geheimen per postkaart naartoe kunnen sturen. Om die geheimen te verzamelen verstopte hij duizenden blanco ansichtkaarten, geadresseerd aan zichzelf in boeken, bibliotheken en op openbare plekken, met de uitnodiging ‘send me your secret’.

De korte verhalen en kunstwerkjes die per ansicht aankomen en elke zondag online worden geplaatst – dat is misschien wel de top internetcontent van de eeuw. 

Denk aan foto’s van een echo, met een viltstift opschrift ‘she’s not his’, of ‘I’m glad my mom died.’ Vroeger was er ook een Nederlandse variant – briefgeheimen.nl . Die geheimen zijn nu door de beheerder meegenomen in het graf, zo te zien. 

Ik zat daar echt voor klaar, elke zondag zat ik die twee pagina’s te refreshen.

Zoek je een verhaal? Elke zondag dus, postsecret.com.

Ik ga jullie nogmaals meenemen naar vroege jaren 00 Y2K internetcontent: https://failblog.cheezburger.com/thereifixedit

Dit is een spinoff van het ‘icanhascheezbburger’blog: een fenomeen waarop mensen kattenplaatjes plaatsten met stomme, kinderachtige onderschriften met expres veel grammaticale fouten. Ja, denk aan: I CAN HAS CHEEZBURGER?, bij een plaatje van een kat die een bord aflikt. Dat soort ongein.

De site was zo immens populair dat er talloze spin-offs ontstonden, zoals failblog: een blog waarin mensen hun funniest home video instuurden. Of totallylookslike.com een handige blog ooit bedoeld om de namen van beroemdheden op te zoeken die qua uiterlijk op iemand anders lijken – die werd natuurlijk al gauw misbruikt om lookalikeplaatjes van Trump te plaatsen naast een plak bezwete kaas op een ham,en dergelijke.

Tegenwoordig zouden we dit brainrot noemen. Ik verlang wel terug naar deze y2k tijd van het internet: geen social media, de enige populariteit die je verzamelde was een upvote op reddit.

Als je het internet wilt begrijpen, dan is deze website een soort casestudy.

Maar er zat ook een duister randje aan dit netwerk. Je kon. Er zelf memes maken en die ontstonden ook – zoals allerlei varianten van Pepe the Frog en Wojzeck. Dit zijn memeplaatjes die later een racistische en seksistische connotatie kregen en extreem populair werden in alt-right kringen op 4chan en elders. En daar hebben we nu nog steeds politieke last van: een bloeiende, extreemrechtse subcultuur die makkelijk communiceert en ideeën deelt in memes.

De schattigste spinoffsite vind ik denk ik https://failblog.cheezburger.com/thereifixedit 

Mensen sturen foto’s in van hun reparatieprojecten. Ze zijn allemaal,.zonder uitzondering, verschrikkelijk slecht gedaan. Als je je zelf slecht voelt over je gebrekkige onderhoud aan je huis, of je schaamt je voor je onhandigheid, kijk dan af en toe eens naar deze parels, van balkons die worden omhooggehouden door ladders, houtjetouwtjecomputers, en architectonische rampen zoals doorzichtige badkamermuren.

Tiradeblog

Het kan eigenlijk niet: dat ik als hardhoofd-columnist de conculega’s van literair tijdschrift Tirade ga aanraden – en hun prachtige tiradeblog. Ik heb een reputatie hoog te houden, en daar past heulen met andere literaire pareltjes niet bij.

Dat doe ik dus niet, dus bij deze: mensen,  ga absoluut niet naar https://www.vanoorschot.nl/tirade-blog/ ! Blijf daar weg.

Het tiradeblog kent verschillende auteurs van Van Oorschot die wel eens bloggen. Een van mijn favoriete schrijvers, en een heel fijn mens die ik zeer hoog heb zitten, is Gilles van der Loo. Zijn boek Café Dorian verhaalt over een man die een nieuw leven start in een café en zo langzaam een bron van werk, zingeving en liefde wordt voor de mensen om hem heen: iedereen bloeit op. Behalve de man zelf, die worstelt met een geheim. Het is een ontwapenend boek, en die ontwapenende stijl lees je precies terug in het blog waarin Gilles dan weer over zijn dochter op logeerpartij, dan weer over zijn eigen boekverkoop schrijft.

En natuurlijk: Twan Vet, bij lezers van Hard//hoofd ook wel bekend als stadsdichter T. of goede vriend T., schreef hier lange tijd mooie mijmeringen, waar intertekstueel ook nog wel eens een verwijzing naar ene Em in voorkwam. https://www.vanoorschot.nl/tirade_blog/de-belofte/ https://www.vanoorschot.nl/tirade_blog/het-vergeten-van-de-dingen/ 

Ga dit NIET lezen of uitzoeken. 

Wie doet maandag en dinsdag? (vangst #237)

De moedigsten aller bloggers houden vast aan een vaste dag om te posten. Wekelijks! We hadden al Kotsen op Woensdag van Sam Sterckx en de Vrijdag van Vincent Merckx, nu is daar ook Dave (Schut) op Donderdag bij. Tijd voor ons om de onvermijdelijke vraag te stellen: wie durft maandag en dinsdag te doen?

Ik heb vuur gemaakt. Daar waar de dag de nacht trof. Handschoenen aan, sigaret tussen de lippen en een plek uitzoeken waar geen ziel mij stoort. Zonnebril de neus op en een jerrycan vol pijnlijke herinneringen over het brandhout uitgieten. De ogen sluiten en horen hoe de laatste druppel het vat verlaat. Afstand nemen, om dan op het juiste moment de sigaret tussen de duim en wijsvinger af te vuren. In een boog de stapel op. De inslag zorgt voor een steekvlam die de leegte opvult. De vlammen vreten al wat was op. Door de knieën zakken, de heupen kantelen en bedwelmd rond, wat ooit van mij was, dansen.

Woensdag 13 – 08 – 25 op Kotsen op woensdag

Erdbrink reageerde niet. Ik googelde op ‘deskundigen iran’ en vond enkele namen. Van Maaike Warnaar (Universiteit Leiden) kreeg ik een autoreply waarin zij vertelde dat zij niet meer op mediaverzoeken inging. Ik kon beter bij Peyman Jafari (ook ooit Universiteit Leiden, nu de William & Mary-universiteit in de VS) zijn, schreef ze, die ik eveneens had gemaild. Ik had naar iedereen hetzelfde bericht verstuurd, alleen de naam had ik aangepast, en vreesde voor mijn imago dat Warnaar de mail zou doorsturen naar Jafari, waardoor ik als sjabloonverzender door de mand zou vallen.

Ach, sprak ik mezelf toe. Wie in een geopolitieke mediaoorlog belandt, maakt vuile handen.

Uit: Hoe ik in een Iraans magazine belandde op Dave op Donderdag

Jaren geleden vroeg de man in de zetel me met een zekere professionele aandrang waarom dat precies kwam, waarom ik het er zo moeilijk mee heb om mensen te ontgoochelen, waarom ik altijd alles maar wil oplossen. Ik kon daar en toen geen gepast antwoord bedenken, het achtervolgt me tot vandaag, ik kan alleen maar hopen dat hij sindsdien rust heeft gevonden, zelf schrijf ik er misschien ooit nog eens een boek over.

Uit: Vrijdag 22 augustus: Duivel op Vrijdag

Marthe van Bronkhorst, het interview

Foto: Oscar van Beest

Het heeft bijna vijf jaar geduurd, maar nu heeft Aanlegplaats eindelijk een interview kunnen versieren op het water. Ik ben in een Amsterdamse haven bij schrijver en psycholoog Marthe van Bronkhorst.

Van Bronkhorst (1993) heeft een driewekelijkse column in het literaire tijdschrift Hard//hoofd, deed mee aan het Das Mag-schrijverskamp en maakt (jeugd)theater. Verhalen en gedichten van haar verschenen in onder meer NRC, de Standaard, De Revisor en DW B; ze publiceerde artikelen in Trouw, De Groene Amsterdammer, de Volkskrant en de Standaard. In januari verschijnt haar debuutroman Het ontduiken van Lo Laan bij uitgeverij De Geus.

Marthe maakt een zeer frisse indruk voor de drie dagen Lowlands die ze achter de rug heeft. Ze stelde er voor Hard//hoofd de show ‘Sex, drugs & poetry’ samen. In de boot geeft ze me een rondleiding waarbij ik niet hoef te bewegen – “toilet, keuken, woonkamer en alles” – om me vervolgens het dek op te begeleiden, waar we met een kussen in de rug plaatsnemen in de stralende zon. Ze trekt haar roze gympies uit om nog even haar voeten in het water te steken en dan kunnen we beginnen.

Je wordt omschreven als een schrijver die de grote thema’s niet schuwt.

Ik denk dat ik voor Hard//hoofd nu wel iets heb geschreven over zo’n beetje alle onderwerpen die ik wilde behandelen. Vrije wil, de agro-industrie, klimaatangst, polyamorie, AI, armoede, zogenaamde tegennatuurlijkheid,… Ja.

Is een column hetzelfde als een blog?

Een column kan ook heel sec zijn natuurlijk, maar de columns die ik schrijf voor Hard//hoofd vertrekken wel altijd van een persoonlijke anekdote. Daarmee onderscheidt het zich in mijn ogen van een essay of een opinie. Korter is ‘ie ook – heel belangrijk voor mijn redacteuren. Het moet over iets actueels gaan; niet de waan van de dag, want daar verschijnt hij te weinig voor. De column moet daarnaast prettig te lezen zijn. Aandacht is iets dat je moet verdienen – er is geen enkel woord voor een lezer verplicht om te lezen.

Oh ja en ook literair: hij moet verhalend zijn, je moet mooie taal gebruiken.

Is jouw…

En ik sluit de column af met een gedicht, dat op zichzelf staat en een nieuw licht werpt op de zaak.

Is jouw column belangrijk voor je?

Ja, heel. Ik vind het een voorrecht om te mogen maken en voel ook een grote verantwoordelijkheid: niet iedereen heeft een plek om zijn ideeën te verspreiden. Natuurlijk zijn we maar een speldenknop in het literaire landschap, maar ik voel hierdoor wel dat mijn column meer moet zijn dan mijn persoonlijke uitlaatklep. Meer dan deze boot. Het water mag er niet direct uit klotsen, het moet wat rondjes maken. Het mag niet zomaar een dagboek zijn. Taal schept de wereld.

Heb je van die columns waarin aan alle criteria werd voldaan? Waarin je iets nieuws hebt geschapen?

Het lukt nooit helemaal, maar ik hoop dat ik in mijn columns over online haat en over het hypocrisieverwijt wel mensen heb kunnen bewapenen met de juiste taal.

Zit daar een overlap met je werk als psycholoog?

De gemene deler is het opkomen tegen onrecht. Mensen maken allerlei shit mee en ik wil aan hun zijde staan als anderen, politiek of reguliere media, verstek laten gaan. Voor de rest ben ik heel kritisch voor psychologenpraat.

Ik heb een theaterstuk geschreven over een man die naar de psychiater gaat. Hij legt uit dat hij last heeft van het overview effect (waarbij je je bewust bent van de grootte van het heelal en de kwetsbaarheid van onze planeet, red.). Waarop de psychiater, die zich helemaal heeft blindgestaard op de kleinheid van een hersencel, zich getroost voelt en zegt ‘hèhè, u heeft me goed geholpen.’

Zou je je columns ook schrijven als je geen plek had bij Hard//hoofd?

Oh ja zeker, ik heb altijd geschreven en op alle platforms geprobeerd binnen te raken.

Hoe ben je bij Hard//hoofd binnengeraakt?

Dat was nog heel lastig. Een middelbare schoolvriendin schreef voor Hard//hoofd en had me eens meegenomen naar een borrel. Het was daar heel ons-kent-ons en ik was volop aan het babbelen, dus ik dacht ‘jeej, ik ben goed bezig’. Totdat ik via andere kanalen hoorde dat er ook borrels waren waar ik niet werd uitgenodigd. Er was sprake van een buitenring met enkele binnenringen, waar ik nog niet bij hoorde.

Ik stuurde wel eens een idee op, maar dan werd het teruggestuurd. Of ze vonden het goed maar dan kwam het toch niet van de grond. Het heeft geduurd tot een vaste redacteur zijn beide polsen gebroken had en ze dringend iemand nodig hadden, tot ik iets mocht schrijven voor Weerwoord, de toenmalige vrije rubriek. Dat heb ik drie keer gedaan. Toen er een positie van vaste columnist vrijkwam, moest ik alsnog solliciteren voor die plek.

Het is een verhaal dat ik graag vertel, want het toont dat je naast netwerken en jezelf niet te goed voelen om een paar keer opnieuw van onderop te beginnen, alsnog veel toeval nodig hebt om als schrijver-die-gelezen-wil-worden, een plek te krijgen. En ondertussen blijven schrijven. Je moet honderd keer proberen om één keer raak te schieten.

Schreef je anders in het begin dan nu?

Ik denk dat ik toen wat dromeriger schreef, nu is het wat bozer. Hoewel: mijn eerste column ging ook over revolutie en aan de verkeerde kant van de geschiedenis staan.

Welke columns lees je zelf graag?

Die van Tobi Lakmaker, daar moet ik vaak hardop om lachen. Hij wisselt humor af met sérieux en je voelt niet aankomen wanneer het omslaat, dat vind ik heel prettig. En zijn zelfspot natuurlijk. Pieter Derks’ radiocolumn vind ik ook héél goed, net als de tv-recensies van Jonasz Dekkers.

Lees je ook blogs?

Een blog lees ik voor verhalen die ik elders niet vind. Sommige nieuwsbrieven lees ik heel graag, zoals Graafnotities van Nikki Dekker, die ze bijhoudt vanuit haar hyperfixatie op dieren en gedierte. Maxime Garcia Diaz maakte een soort blogdagboek voor de Internet Gids terwijl ze deelnam aan de Iowa Writer’s Workshop, heel tof: een mix van notities, poëzie, memes en foto’s. Maar ik moet zeggen dat ik aan de meeste Substacks die ik in mijn mailbox krijg, evenveel waarde hecht als aan de reclameboodschappen waar ze tussen staan.

Waarom vind je ze niet goed?

Ik vind er geen enkele poging tot contact maken in terug, geen enkele moeite om uit te leggen waarom ze een gevoel graag met ons willen delen. Gewoon: ‘ik deed dit en ik vind dat’.

Stoor je je dan aan autobiografisch schrijven überhaupt?

Nee autobiografisch is het probleem niet, ik vind het eerder jammer dat er zo weinig origineel wordt geschreven. Mensen snijden steeds dezelfde thematieken aan. Terwijl ik toch eerder op zoek ben naar de Wednesday Addams, the odd one. Mensen die met niemand vergeleken kunnen worden. Het hoort er natuurlijk bij, maar ik kreeg zelf zowat een identiteitscrisis toen de uitgeverij wilde bepalen met welke schrijvers ze me ging vergelijken voor de verkoop van mijn boek. Dit wil ik helemaal niet! Uiteindelijk is het iets van ‘in de lijn van Adolescence’ geworden denk ik, daar kan ik nog wel mee leven.

Maxime Garcia Diaz is zo’n onvergelijkbare schrijver, maar ook Yentl Van Stokkum bijvoorbeeld, met haar bundel Ik zeg Emily over Emily Brontë. Hierin beschrijft ze fandom dat compleet uit de hand loopt, uiteindelijk ligt ze naast Brontë’s graf en laat ze zien wat het betekent om ‘jezelf helemaal verliezen in iemand’: niet op een zoetsappige manier, maar op een gestoorde, grappige manier. En Twan Vet vind ik ook heel goed. Die wordt trouwens altijd vergeleken met Ingmar Heytze, wat hem volgens mij helemaal geen recht doet. Hij is een oude ziel in het lichaam van een jonge man, die mijmerend schrijft over onverklaarbare heimweegevoelens in een tijd dat dat helemaal niet in de mode is. Nu moet alles hysterisch en in your face.

Je zei dat je zelf vroeger ook dromeriger schreef. Heb je je stijl aangepast?

Ja, ik pas me ook wel aan aan de Zeitgeist. Ik ben sterk bezig met wat ik schrijf en voor wie. Soms is dat gevaarlijk, wordt het moeilijk om tussen al die verschillende geuren van de tijd en de lezer en het spel van borrelen en pitchen je eigen stemgeluid en plezier in het oog te houden. Bij mij helpen mijn gedichten me daarbij. En soms denk ik ook: ik stop ermee. Ik word heks in een verlaten boerderij op Texel.

Wie zou wat jou betreft dringend een blog moeten beginnen?

Deze vraag bracht me terug naar de roman Zorba de Griek. Heb je die gelezen? Fantastisch boek. Zorba is zo’n beetje een gast van 12 ambachten 13 ongelukken en de ik-figuur is een schrijver die met hem meereist. ‘Wat zit je nou de hele tijd in dat boekje te schrijven?’ zegt Zorba tegen hem. En hij terug: ‘Joh, als je het allemaal zo goed weet, dan schrijf je het toch lekker zelf.’ ‘Ik ben veel te druk met al mijn avonturen,’ zegt Zorba dan, ‘ik heb geen tijd om te schrijven.’ Daar vrees ik voor, dat alle mensen van wie ik graag iets zou lezen, het veel te druk hebben om daarover te schrijven.

Ik denk bijvoorbeeld dat het heel goed zou zijn als Savriël Dillingh en Nina Zeelen, twee mensen waar ik mee samenwerk, op regelmatige basis iets zouden schrijven dat terug te lezen is voor anderen. Hij is politiek filosoof en een kei in het eenvoudig uitleggen van moeilijke thema’s, zij doet heel belangrijk werk als fact checker. Maar ze hebben het allebei te druk, met proefschrift schrijven en een revolutie ontketenen in de journalistiek.

En verder… ik houd heel erg van ‘slashies’: mensen die het een én het ander zijn. Die denken ‘nee schoenmaker, ik blijf niet bij m’n leest’, die niet bang zijn om iets totaal anders te proberen. Het lijkt me leuk om te lezen over die verschillende petten. Collega Hard//hoofd Loïs Blank bijvoorbeeld, is modefilosoof en natuurkundige, een heel coole combinatie. Emma Zuiderveen is schrijver/ chemicus en weet heel veel van forellen, hoe gaaf zou het zijn moest zij geregeld een dag in haar leven beschrijven? ‘12 januari – stalen genomen van de Maas, toch niet zo vervuild als gedacht, hypothese overboord en opnieuw beginnen; 17 februari – oh nee corruptie in het onderzoek, het is allemaal nog veel erger; 4 april – laatste hand gelegd aan mijn roman over pornoverslaving.’

Sowieso denk ik dat er veel mogelijkheden zijn om klimaatwetenschap interessant te brengen. De zus van mijn beste vriendin is aardwetenschapper en doet veldwerk bij Spitsbergen. Jaarlijks keert ze terug om de wisselwerking tussen planten en klimaat in kaart te brengen. Ze doet al aan publiekscommunicatie hoor, ze maakt tekeningen van haar bevindingen en daar bestaat zelfs een strip van. Maar ik zou het leuk vinden als ze ook zou vertellen over dat ze door een vertraagde vlucht te laat was voor de schiettraining die nodig is als je daar onverwachts een beer tegenkomt. In een blog, of een podcast.

Maar daar heeft ze het te druk voor?

Ja. Nu, ook relevant werk bevat natuurlijk heel veel onzintaken. Vergaderingen en Zoom zouden gewoon afgeschaft kunnen worden. Op emails zou een beperking moeten staan.

Waarom doen we het dan toch?

Omdat we doordrongen zijn van een psychologische en maatschappelijke druk om productief te zijn. Die onzintaken bieden ons een gevoel van schijnproductiviteit en dat is altijd nog beter dat het gevoel van falen en lui zijn. Maar dat is een uitputtende levensstijl, zowel voor onze grondstoffen als voor onze psyches. Het enige dat we eraan overhouden is geld, waarmee we in het beste geval wat tijd kunnen kopen.

Marthe is nog niet uitgesproken of er komt er een enorm cruiseship van Virgin Voyages de haven in gevaren. Zeventien verdiepingen hoog, slaat het een schaduw over de tientallen bootjes in de haven. “Weg hier!” roept Marthe met haar handen om haar mond. “Boe!”

“Niemand heeft hier iets aan: de aarde niet en die mensen ook niet. Ze krijgen niks mee van de reis en hebben waarschijnlijk allemaal buikloop.”

Wat kunnen we doen om cruisetoeristen en slashy’s te bevrijden?

Een basisinkomen invoeren, als je het mij vraagt. Minder tijd naar het onzingedeelte van werk. En de journalistiek moet meer doen om relevant werk inzichtelijk te maken.

Het valt me altijd op hoe enthousiast iedereen is als er dan eens een wetenschapper in Zomergasten zit. Ook in onze interviews komen zwarte gaten en diepzeevissen vaak voorbij in de categorie verborgen interesses.

Ja, mensen zijn op zoek naar magie en verwondering. Tegelijkertijd ben ik ervan overtuigd dat elk onderwerp, hoe saai ook, boeiend gemaakt kan worden als je maar de juiste metaforen gebruikt en duidelijk maakt wat erin zit voor de lezer. Kijk bijvoorbeeld naar het afschaffen van de hypotheekrenteaftrek. Dat is zó slecht geframed. Niemand heeft ooit zelfs nog maar de moeite gedaan om daar een beter woord voor te verzinnen! Terwijl het heel interessant is en heel belangrijk is voor veel mensen.

Zo brengt een lelijk woord een einde aan een mooi gesprek. Rest ons enkel nog de foto met het favoriete boek. Marthe heeft een hele stapel: Great Expectations van Charles Dickens, The Catcher in the Rye van J.D. Salinger, dichtbundels van Yentl Van Stokkum en Hannah van Binsbergen en een roze met de boeiende titel Geef geen namen aan koeien die je van plan bent te slachten. “Oh nee, ik ben helemaal vergeten mijn Hard//hoofd-collega Elianne van Elderen te noemen!”

Ik zou kunnen stellen dat het typisch voor een millennial is om geen keuze te kunnen maken, maar de waarheid is dat deze schijnproductieve Xennial haar geen tijd gunt een weloverwogen keuze te maken – ik ben al tien minuten te laat voor mijn volgende afspraak aan de overkant van het IJ. “Houd ze maar gewoon allemaal voor je gezicht.” Het lukt. Natuurlijk lukt het.

Terwijl ik even later op een drafje langs de kade hobbel en per sms lieg dat ik er bijna ben, denk ik aan koeien en hypotheekrenteaftrek. Aan alles wat geen naam heeft maar toch bestaat. Aan alles en iedereen die wel een naam had en niet meer bestaat, aan iedereen met een naam die zomaar wordt weggevaagd. Waar blijft dat overview effect? Een zwart gat klinkt heerlijk. Ik ren en ren, de hitte van de stad tegemoet.

Chrétien Breukers

Chrétien Breukers hoeven we u niet meer voor te stellen. De oude Contrabas, De Nieuwe Contrabas (als podcast), een WordPress blog en nu dus een Substack, gepast getiteld Chrétiens Substack, allemaal uitlaatkleppen voor de vele meningen en bedenkingen over literatuur die hem eigen zijn.

Hij schrijft natuurlijk ook zelf, en het is misschien goed om eens naar zijn poëtica te luisteren, als achtergrond van al die meningen:

Schrijven zou ergens over kunnen, of misschien wel moeten, gaan. Over jezelf. Over je plek in de wereld. En nooit, nooit zou schrijven moeten gaan over de goede daden die je verricht, in je dagelijkse leven of in de grote wereld. Schrijven is nooit een vorm van straten maken. Als je een straat wilt maken, ga je maar een straat maken. Als je lief wil zijn tegen je medemensen: good for you, en veel plezier. Als je bommen en granaten naar Oekraïne wil brengen: be my guest, maar wat heeft het met je werk te maken? IJdelheid heeft vele maskers. Leg ze af en kijk wat er dan gebeurt.

Wie schrijft die verdwijnt (vangst #236)

Tijdens onze zomervakantie in Noorwegen luisterden we in de wagen haast onafgebroken naar afleveringen van de podcast Drie boeken van Wim Oosterlinck. Zoals het cliché voorschrijft overtrof de Noorse natuur onze verwachtingen – maar de gesprekken over de drie boeken die mensen zouden moeten gelezen hebben volgens de gasten van Wim al evenzeer. Een van de memorabelste afleveringen vond ik die met Tom Van Laere – ook bekend onder zijn artiestennaam Admiral Freebee. Met de wilde frisheid van een geest die niet door een academische mal is platgedrukt geworden, enthousiasmeerde hij me voor boeken van dode Russen, dode Portugezen, dode Amerikanen en gepensioneerde tenniskampioenen.

Wie me telkens opnieuw nieuwsgierig maakt naar de boeken die ze gelezen heeft is Ingrid van der Graaf. In uitnodigende zinnen verwoordde ze wat haar trof tijdens het herlezen van Praxis van Fay Weldon. Ze besprak het op zo’n manier dat er in mijn achterhoofd een zaadje werd geplant: vanaf nu ga ik in antiquariaten op zoek naar vergeelde exemplaren van de roman waarin een dochter als oudere vrouw terugblikt op haar jeugd en op het leven en de liefdes van haar moeder.

Reinder Storm schreef een boek over de bibliotheek van schrijver E. du Perron. Het knappe aan de bespreking van Chretien Breukers is dat hij de vergankelijkheid van de literatuur op droefgeestige wijze onder woorden weet te brengen. Vergetelheid is wat de schrijver wacht. Tenzij hij ooit als tenniskampioen op Wimbledon glorieerde.

‘Hij is gek op boeken, kan er letterlijk niet over zwijgen, is ook bevriend met verschillende schrijvers. Hij vertelt in ons gesprek hoe hij te werk gaat om zijn liedjesteksten te schrijven, hoe romans hem inspireren om te schrijven.

Het gaat over vrolijke wanhoop. En over zijn gloednieuwe boekenkast, die staat op de plek waar voorheen zijn wc-papier stond.’

Uit: Drie boeken: Tom Van Laere van Wim Oosterlinck

‘In koel, beschouwelijk proza schrijft Weldon over Lucy, moeder van twee dochters, Praxis en Hypatia. Het verhaal begint met fotobeelden bekeken door Praxis als oudere vrouw. In haar herinneringen was er veel heimelijk gedrag, gekonkel over dit en dat. Gedachten over haar moeder (of ze nu wel of niet met de man die tijdelijk bij hen inwoonde naar bed ging). Praxis wist: ‘Moeder zou het ontkend en in die ontkenning geloofd hebben, of ze het nu wel of niet had gedaan. In een tijd dat de instincten van de vrouw op zo gespannen voet verkeerden met de regels van de samenleving kon je dergelijke gelokaliseerde amnesieën alleen maar verwachten.’’

Uit: Mijn eerste Fay Weldon op Werk in Uitvoering

Even voor de zekerheid en ter afsluiting: ik vind het een mooi boek, van Reinder Storm (en mooi uitgegeven door Fragment); ik voel me alleen, als altijd, bijna machteloos tegenover de geur van vergankelijkheid die eruit opstijgt. Dit waren de mensen die er ooit toe deden en nu zijn ze al vijfentachtig jaar dood. Dat is geen land van herkomst meer, dat is een begraafplaats.’

Uit: Over het al dan niet mishandelen van boeken van Chrétien Breukers

Verse vis! (vangst #235)

The Fish Market on the Beach, Hastings, door Joshua Cristell

Deze zomer stuurden we de redactieleden van Aanlegplaats uit om aan de rafelige randen van de wereld, waar water het overneemt van de vaste grond, te speuren naar nieuwe boten en nieuwe stemmen.

Daarvan stellen we er in deze vangst drie voor (er volgen er komende weken nog!). Marijke Van Thielen, filosofie en frictie, schrijft korte en langere essays over tal van onderwerpen; in ontAarding leidt het leven en de dood naar reflecties over taal en wat het betekent om mens te zijn; en in Hier herkent het Kerkhof mijn Naam fulmineert Sjors tegen alles wat fout is gegaan sinds hij het dorp heeft verlaten (of teruggevonden, dat is niet helemaal duidelijk).

Drie stemmen met karakter, ver weg van de eenheidsworst. En daar houden we van, hier bij Aanlegplaats.

De menselijke ijdelheid staat de mens niet toe om een mogelijk ongelijk te bekennen, door die spleet vind ik mijn licht. Ze willen slechts steriel pus. Ze vreten het vlees, maar alleen in stukjes, vacuüm verpakt. Geef het ze niet. Wat je ook zegt, het wordt tegen je gebruikt. Spreek daarom niet. Leg je rauwste gedachten nooit voor aan het volk. Laat hun leegheid een andere vorm kiezen. Want de maden vreten niet, omdat ze je karkas walgelijk vinden, maar uit honger. Laat het rotten. Laat het stinken.

Uit: Verontwaardiging als houvast van Marijke Van Thielen

Dit appartement is waar ik zowel het gelukkigst als het ongelukkigst ben geweest in mijn leven. Ik sluit dit hoofdstuk af, maar voel me niet droef. Het voelt juist. Het voelt licht. Ik loop naar de kamerplant waar Martha intussen zo’n twee jaar woont. Haar web is leeg. Ik kijk wat dichter en zie haar uitgedroogd onder een blad hangen. De dood is haar komen halen. Nederig sluit ik de deur achter me. Ik zie je graag. Bedankt voor alles.

Uit: Spinnenlicht op ontAarding

Ik heb nog een oude fiets die al meer dan tien jaar dronkenschap heeft overleefd. Geen licht, versnelling, steunder of voldoende lucht in mijn banden, maar je komt er met wat geweld mee vooruit, zij het betrekkelijk langzaam. Daarmee ga ik op die heetste dagen, waarvan ik door een rotsvast geloof in de klimaatwetenschap weet dat ze nog gaan komen, met die roestige oude fiets beginnen aan mijn pelgrimage in eigen dorp. Een tocht van minimaal 250 kilometer godsdienstig trappen in kleine rondjes om het centrum van ons dorp. Rondjes om de kerk die nog op spaarzame momenten de deuren opent.

Uit: De pelgrimage-tip van deze zomer! op Hier herkent het Kerkhof mijn Naam

ontAarding

Ik stel me de vraag of het mogelijk is te aarden op de rand van de diepte. Wat groeit daar? Wie kom je er tegen? Kan er kleur bestaan naast het zwartste zwart? Hoe geef je de leegte betekenis? Zit er schoonheid in het niets?

ontAarding gaat over rouw en pijn, over afscheid en zoeken naar redenen om te overleven, en over wat taal allemaal al dan niet vermag, over wanneer taal ophoudt.