De man met de spiegel (vangst #253)

Een vrolijke kerstvangst, dat is alles wat we wilden. Echter, de staat van de wereld, de condition humaine, etc. Het leven is nu eenmaal geen ponykamp, zelfs niet met kerst. Wat zeggen we, het lijkt eerder alsof de feestverlichting en zeemzoete deuntjes ons menselijk lijden extra in de verf zetten!

Loïs Blank van Hard//hoofd is boos op Pantone omdat die gebroken wit tot kleur van het jaar heeft verkozen en ze pleit voor een bontgekleurde glitteroutfit op de barricaden. Kotsen op woensdag pleit er dan weer voor onszelf op te sluiten in het lichaam en te sterven van de pijn. Ik moet me toch ergens aan vastklampen, als jij niet vast te klampen bent? Hoop komt van Johan Bosmans, die met de ontmoeting tussen Marcel en Ella welhaast een alternatief kerstverhaal te pakken heeft. Merry Christmas lieve lezers!

Wat Cloud Dancer betreft: Pantone beschrijft de samenleving als een ‘die de waarde van stille reflectie herontdekt’. Wanen we ons in 2026 straks allemaal stille, reflecterende dansers tussen witte wolken van visuele zuiverheid?

Ik denk zacht gezegd dat het een goed idee is als we dat proberen te voorkomen. We moeten stille reflectie niet herontdekken, we hebben een gebrek aan luide reflectie – voornamelijk van de huidige wereldleiders, techbazen en ultrarijken. We hebben geen toevluchtsoord voor visuele zuiverheid nodig, we willen een wereld waarin niemand op de vlucht is.

Uit: Een klein manifest voor tierelantijntjes op Hard//hoofd

Wat bezielde mij ook? Denken dat jij en ik een wij konden zijn. De mens is niet meer capabel om degene die de spiegel voorhoudt graag te zien. Laat ons maar lijden door onze gedachten en emoties. Het eerste de beste voorwerp nemen en slaan. Uiteindelijk zijn we allen onschuldig, gekweld door schaamte en schuld die we zelf creëren.

Uit: Denken dat jij en ik een wij konden zijn op Kotsen op woensdag

De vinger van Marcel wees nog altijd naar de kader. Voor zover ze kon nagaan zat er alleen een wit papier in de kader. Ze had al zeer dikwijls naar de merkwaardige decoratie gekeken. En even dikwijls had ze hem om uitleg willen vragen, en even dikwijls had ze op haar tong gebeten.
Langzaam haalde hij de kader van de muur.
“Heb ik lang lang geleden van Helga cadeau gekregen.”
Ze wist dat hij zijn hele leven met zijn jeugdliefde Helga getrouwd was geweest. Ze wist ook het was misgelopen bij de eerste zwangerschap en dat ze hun droom van kinderen daarna hadden moeten opbergen. Een jaar of tien geleden had hij van haar afscheid moeten nemen.
“Voor deze kader ophing had ik hier een kattebelletje met een citaat van Rilke op de muur gespeld. Ken je Rilke? Rainer Maria Rilke. Een dichter. Niet erg als je er nog nooit van gehoord hebt, behalve de naam wist ik er destijds ook nauwelijks iets van. 
Ik leerde het citaat kennen in het Engels.

The brightness of a new page
Where yet everything can happen

Uit: Rainer Maria Rilke op Vijf voor twaalf

Gaten stoppen is verleden tijd (vangst #252)

Ter voorbereiding van gedwongen familiereünies met luid getaterwater en geleuk, trauma’s onder de mat geveegd en eten wat de doofpot schaft, kleffe vla en opvulblabla die angstvallig moet vermijden dat de bomma racistische liedjes begint te zingen na haar derde glas, schenken wij u ideeën over de taal en het weefsel. Interessante weetjes, handige tips, filosofische bedenksels. Laat de pijnlijke stiltes maar komen, mijmert u vooral heerlijk voort.

Mark Nankman van Verwoede Noten heeft een voorstel om bepaalde woorden te laten vallen. Aron Groot leidt ons naar het pad van het woord ‘pad’. Kristien Bonneure vertelt iets moois over textielconservators.

Daar wij wollig taalgebruik voortaan te allen tijde dienen te verbloemen zou ik willen voorstellen om per ommegaande rigoureus te snijden in het gebruik van daar in de betekenis van omdat. Nu omdat al voldoende alternatieve synoniemen kent zoals aangezien en nu, kunnen we mijns inziens prima daar daar niet meer voor gebruiken.

uit: Daar dus niet op Verwoede Noten.

van Verwoede Noten

Dan nu ons woord pad. Niet de amfibie, maar het woord dat ‘weg(getje)’ of ‘route’ betekent. Dat wordt door taalhistorici in verband gebracht met het Latijnse pōns (accusatief pontem, ‘brug’), de voorloper van onder andere het Franse pont (‘brug’, denk aan de Pont Neuf in Parijs). Ook het Griekse πόντος (pontos, ‘zee’) zou aan pad verwant zijn. De Proto-Indo-Europese oervorm wordt gereconstrueerd als *pónt-eh₁- (‘pad’).

Uit: Waarom de p in ons woord ‘pad’ op een Iraanse oorsprong wijst van Aron Groot

van Gevleugelde Woorden

Gaten stoppen is dus verleden tijd. “Vroeger werd er veel meer hersteld. Dat zie je ook: oudere reparaties waarbij gaten werden gestopt of stukken werden herweven. Maar na verloop van tijd creëert dat net meer spanning en schade.” Achter deze werkwijze zit een filosofie:“Wij willen niet meer teruggaan naar de originele staat van het wandtapijt, maar de huidige staat net behouden. Ook om te vermijden dat we een eigen invulling zouden geven aan de lacunes,” verduidelijkt Emma Damen. Een textielconservator stelt zich bescheiden op. 

Uit: Engelengeduld en precisiewerk: op bezoek in de Koninklijke Manufactuur De Wit van Kristien Bonneure

Straks maken we weer vrolijke vangsten (vangst #251)

Voor we met kerst of yule of wat je ook als feest verkiest weer volop de kaart van de hoop trekken, is er eerst de meest duistere periode van het jaar. Op Hier herkent het kerkhof mijn naam nog met een heerlijke tongue-in-cheek, bij Henk van Straten al wat serieuzer, over de vele manieren om met trauma om te gaan, om bij Marijke Van Thielen te eindigen met de rauwe, onblusbare pijn van het overlijden van haar echtgenoot.

Straks maken we weer vrolijke vangsten, maar eerst toch even deze.

Het kwam tot die tijd vaker voor, dat bepaalde mensen de gave van het zicht hadden. Wanneer hij iemand op straat tegenkwam kon hij diegene zo vertellen of de dochter des nachts met een duivel lag te flikflooien of dat er een gebochelde distels op zijn akkers aan het zaaien was, of, juist op dat moment, er een demoon met een vinger vol ziektekiemen haar lippen aan het beroeren was. Kijk, ik zeg niet dat het prettig is om te weten, maar het zijn toch van die zaken die je desondanks wel wil weten.

uit: Advent op Hier herkent het kerkfof mijn naam

De toename van het aantal bezeten mensen was toe te schrijven aan de moderne tijd. Specifieker: aan trauma’s. Een trauma is een wijde opening voor de duivel en zijn—hoe ze te noemen—fladderende hellebeesten? Iedereen voelt zich verloren in deze wereld. In feite staat leven gelijk aan getraumatiseerd raken; doen is oplopen. De duivel kan dus overal zo naar binnen, bij iedereen. 

uit: Hoe de duivel binnenkomt van Henk van Straten

‘Om kwart na elf heb ik de laatste dingen meegemaakt’, verkondigde mijn man toen hij verlamd in bed lag. Of hij dan wist hoe laat het was, vroeg ik hem. ‘Kwart na elf’, zei hij, en de klok sloeg drie uur. Kwart na elf gebeurde vier dagen later. Sindsdien beweegt de tijd verder vooruit, stroef en onverschillig. Aan zijn stolsels blijven ervaringen kleven, want zo ontstaat herinnering. Klonters worden meegesleept, samengedrukt, opgenomen en weggebracht. Alles wordt meegenomen, niets houdt stand en tussen toen en straks zit slechts acht minuten oud zonlicht.

uit: De rand, de val, de tijd van Marijke Van Thielen

De vangst van Kimme Tigra (#250)

Blogs die ik toch wekelijks tracht te vangen zijn die van Byzeebroek – de dochter van Kamagurka – en de verzen van Johan Sebastiaan Stuer, huisdichter van de Humo.

Byzeebroek (Zij heet in het echt Aurelie Zeebroek) ontdekte ik pas een paar maanden geleden. Ik vind het lachen, wat ze schrijft. Er zit veel absurditeit in, maar volgens mij is het overgrote deel van wat ze schrijft echt gebeurd of beter gezegd: echt gehoord. Ze luistert vaak mensen af op terrassen of op de trein. Dat doe ik ook geregeld en dat levert inderdaad vaak goud op. Ik blijf het vaak herhalen maar de realiteit overtreft de fictie A-L-T-I-J-D.

Een vriend van me is seksverslaafd. Hij schrijft de goorste verhaaltjes in een klein notitieboek zonder fysieke intimiteit op te zoeken. “Soms is het zo erg dat ik zelfs de top van een ijsberg zie spuiten”, vertrouwt hij me toe. Ik bedenk me dat ik nooit ijsbergen zie. “Echte seks verveelt me, het zou zelfs verboden moeten worden”, gaat hij verder.

Door Byzeebroek op Instagram

Johan ken ik van samen mee op te treden. Ik vind zijn versjes niet minder dan geniaal. We traden ooit eens samen op in de gevangenis van Ieper. Hij had veel succes bij de gedetineerden, ze lagen in een deuk.

Na meerdere zessen en vijven
Heeft zij mij het huis uitgezet
De hond daarentegen mocht blijven
Wellicht is hij beter in bed

Door Johan Sebastiaan Stuer op Instagram

Als laatste vangst had ik graag nog iemand aangedragen waarmee ik geregeld optreed. Ze heet Pierrette Coffrée en haar teksten zijn veelal geïnspireerd door het Christendom, godencultussen en tabak. Ze is daarenboven een heel bijzonder specimen. Als je de kans krijgt om haar eens te zien performen, zeker doen!

Mijn moeder ooi zei ooit profetisch
O jij mijn kind wordt ooit
een sterke mooie ooi,
een prooi, dat nooit.
Ik werd een Lam Gods
dat wegneemt de zonden der wereld.
En toen pataboem
verdwenen cafés en
verschenen teevees
en werd ik fokschaap
dat alle fuck en fake der wereld
wegfret

Door Pierrette COffrée

Kimme Tigra, het interview

Het is een druilerige woensdag namiddag in Kortrijk. Op mijn weg naar de oudste DIY underground muziekvenue van België, kom ik een hond tegen. Deze hond is van plan dezelfde richting uit te gaan en wacht op haar baasje dat achterwaarts de deur uit komt: een paar benen in luipaardprint, gevolgd door een regenjas en rosse haren. Dat moet Kimme Tigra zijn!

Kimme Tigra, geboren Kim Lefevre, kennen we bij Aanlegplaats van de vaak hilarische zkvtjes (zeer kort verhaal) op haar Instagram, waar romantiek, criminaliteit en pitagroentjes laconiek door elkaar gehusseld worden en robotmaaiers net zo goed gevoelens hebben. In 2022 werden ze gebundeld met teksten van K.RJ Tochthond en uitgegeven in het boek Prozac en gezelschapsdieren (Fluxenberg).

We wandelen samen verder naar de legendarische locatie in kwestie, die The Pit’s heet en waar Kim vrijwilliger is. Daar worden we warm onthaald met een lokaal Blauwke en een fortuinlijke poging de chauffage aan te zwengelen in de backstage. “Kimme,” vraagt de barman, “voordat jullie helemaal filosofisch worden: zijn er nog bouillonblokken?” Terwijl Kim de voorraad checkt, springt haar hond die Fran heet, met een balletje het podium op. Hier speelde dit weekend nog de populaire Amsterdamse punkband Hang Youth. “Normaal gezien niet te betalen voor ons, maar uit sympathie hebben ze hier een stop gemaakt. Ze hebben zelfs hun T-shirts zwaar afgeprijsd.”

Je zou denken dat een mens na vier jaar interviews wat ervaring opbouwt, maar ik loop met open ogen in de val waar Julie Cafmeyer eerder bij Jo Komkommer thuis in was gelopen: ik gooi met het balletje. Een vrolijk doch hardnekkig probleem hijgt in mijn oor; één keer gooien is blijven gooien. ‘Jezelf verplaatsen van locatie is volgens mij de snelste manier om van hardnekkige problemen af te komen,’ schreef een jonge columniste waar we later nog op terug zullen komen. Ik volg het advies, maar Fran volgt harder en beter. Negeren dan. Het is erg moeilijk, ze heeft een vlekje op haar neus en haar oren staan zo guitig en bovendien drukt ze het balletje nogal grensoverschrijdend in mijn weke delen. Hoog tijd om de eerste vraag te stellen.

Waarom ben je begonnen met je zkvtjes?

Ik schreef langere teksten, maar toen ik ergens in 2019 werd uitgenodigd om voor te lezen op Punk, Proza en Pannenkoeken in de Kinky Star, heb ik eens geprobeerd iets heel korts te maken. Dat ging eigenlijk vrij vanzelf en ik vond het heel tof om aan die tekstjes te sleutelen en te knutselen. Dan ben ik daarmee doorgegaan op Instagram. Eerst elke week, maar dat lukt niet meer; ik merkte dat de kwaliteit begon achteruit te gaan.”

Zijn ze echt gebeurd?

70% is echt gebeurd… maar het is niet altijd met mij gebeurd.

Mogen we van een alter ego spreken?

Jawel, sommige dingen zou ik toch echt niet zelf doen. Maar er zit wel veel van mij in.

Ik ben blijven optreden met de zkvtjes. Bij de Sprekende Ezels en de Dinsdagclub, maar ook in Nederland: Op Ruwe Planken in Nijmegen en in De Poetsclub in Rotterdam. Ik treed vaak op met Tine Moniek en Pierrette COffrée. Hier in Kortrijk ben ik samen met Siebrand Craeynest Veel Vijfen en Zessen gestart, een reizend woordkunstpodium. Er is wel veel hoor op vlak van woord, maar het is heel niche en blijft daarmee vree onder ons.

Ik heb een drang om te schrijven, om verhalen te vertellen. Ik vind het heel leuk om daarmee bezig te zijn.

Zou je graag meer schrijven?

Ja, ik zou wel graag meer schrijftijd hebben, maar mijn probleem is dat ik veel graag doe. Ik ben hier in de Pits verantwoordelijk voor de boodschappen en het koken, ik heb een atelier in het Textielhuis waar ik teken en creatief bezig ben – momenteel maak ik een mozaïek voor in mijn keukentafel; ik heb een lief, een hond, een vriendenkring – die ook nog eens graag dingen organiseert – en werk fulltime. Het is veel.

Eerlijk: als ik het zonder optredens zou kunnen doen, graag. Voordragen geeft me toch altijd wel wat stress. Maar al mijn volgers komen van de voorleesavonden.

En je wordt wel graag gelezen?

Ja, dat wel. In Antwerp Music City werd ik eens aangesproken door iemand die ik volg op Instagram en echt heel cool vind. Bleek dat zij mijn zkvtjes fantastisch vind! Dat vond ik een hele eer. Ik treed ook graag op met mensen als Tine en Pierrette: ik vind dat niet alleen leuke mensen, maar ik vind hun werk ook echt heel goed.

Wat maakt een blog voor jou goed?

Er moet een verrassingselement in zitten, dat vind ik heel belangrijk. En ik grijp altijd terug naar het tragikomische: als ik schrijf én als ik lees. Het donkere trekt me aan, ook in muziek. Tegelijkertijd gaat het om lachen met jezelf of een situatie, niet altijd alles serieus nemen.

Het was An Olaerts die ons in haar interview wees op jouw account. Heb jij ook tips?

Er zijn niet veel anderen die zkvtjes posten, Joke Van Caesbroeck doet het en ByZeebroek, de dochter van Kamagurka misschien ook, alhoewel dat al meer columns zijn. Wel echt goed, vind ik. En verder Frank D’hanis, die staat al in jullie haven. Ik ken hem al van in onze studententijd, we hebben samen een hoorspel gebracht op Urgent FM. Abraham Von Solo vind ik goed, Johan Sebastiaan Stuer en Ken Van Roose alias Tochthond natuurlijk, maar die is gestopt. Sarah De Grauwe, dat is heel iets anders maar ook goed gedaan. Oh en Sarah Van Heuverzwijn, haar vind ik de max, haar schrijfsels zijn soms echt van de pot gerukt.

Ooit ben ik in een of ander rabbit hole op Instagram Marc van der Holst tegengekomen. Die schreef jaren geleden ook zeer korte verhaaltjes en één zin eruit is mij altijd bijgebleven: ‘Er zullen altijd meer tepels dan mensen op de wereld zijn’. Zoiets vind ik fantastisch; mijn lief heeft het op een tegeltje laten zetten. Hoe kom je d’r bie?

Van wie zou je graag een blog lezen?

Mag het iemand zijn die niemand kent? Mijn grootmoeder. Ze is op 8 oktober 99 jaar geworden en vertelt ook heel graag. Nu, tegenwoordig zijn het vaak dezelfde verhalen: over de oorlog, over haar moeder die vroeg gestorven is door een medische fout… Ik had graag nog meer verhalen van haar gehoord, verhalen die ik nog niet ken. Soms lees of kijk ik iets over de geschiedenis en dan denk ik: tiens, mémé was daar gewoon bij!

Ze is gelukkig wel nog in mijn podcast geweest. Ik heb ooit een reeks gemaakt ‘In mijn tijd was ’t beter’, waarin aan de hand van verschillende onderwerpen, verschillende generaties vrouwen aan het woord kwamen over hoe het eraan toe ging in hun tijd. Over anticonceptie, uitgaan, … Mijn grootmoeder heeft dan verteld over een meisje dat gestorven was na een clandestiene abortus. En over hoe ze na het dansen door haar moeder werd betrapt met mijn grootvader.

Welke boeken zitten er in je tas?

Ik heb er acht meegenomen: Handleiding voor poetsvrouwen van Lucia Berlin, 6 tot 8 zwarte mannen van Davis Sedaris, Fight Club van Chuck Palahniuk, The first bad man van Miranda July, Mijn jaar van rust en kalmte door Ottessa Moshfegh, The Death of Bunny Munro van Nick Cave en Vrolijke verwoesting van Delphine Lecompte.

Delphine Lecompte heeft mij door een zware periode geholpen. Enkele jaren geleden zat ik echt diep: ik ging uiteen met mijn man en ik moest mijn huis uit, wat ook het einde betekende van het kattenpension dat ik daar had. Toen ik Lecompte’s werk leerde kennen – per toeval eigenlijk, ik was in de bib op zoek naar hedendaagse dichters – dacht ik echt: what the fuck? Zij heeft ook veel meegemaakt: een alcoholverslaving, misbruik in de psychiatrie, de nodige problematische relaties. Ze schrijft overal over – en ze is ook pas later bekend geworden.

Ik heb haar ooit ontmoet, op een koffietafel voor Paul Snoek die hier in crematorium Uitzicht werd georganiseerd. Zij heeft daar voorgedragen. Haar hondjes waren mee en dan ben ik op haar afgestapt. Ze heeft over onze ontmoeting geschreven in Humo.

Na mijn speech word ik aangesproken door een jonge authentieke gekwelde vrouw met prachtige rode haren en een goddelijke pancreas, elke dinsdag fietst ze naar de bibliotheek om met haar smartphone foto’s te nemen van mijn Humo-column. Ze heeft niet genoeg geld om Humo te kopen.

(De titel van de column is ‘Humo is schandelijk duur geworden en zelden de moeite om afstand te doen van je vier euro’, red.)

Nu, ik ben vooral fan van haar gedichten, hoor. Minder van haar proza.

Maar mijn meest favoriete schrijver is toch wel Charles Bukowski. Toen ik 18 jaar was wist ik niet wat ik wilde doen. Mijn vader was postbode en zo kwam ik op een postsorteercentrum in Gent. St. Pieters terecht. Daar heb ik één van mijn beste vriendinnen leren kennen. Ze was negen jaar ouder dan ik en leerde me heel veel kennen van boeken en muziek. Ook Charles Bukowski. En dat resoneerde kweeniehoe hard. Hoe heelder dagen zuipen een mooi boek kan opleveren.

Die vriendin is ondertussen gestorven aan een maagbloeding. Zij kon ook heel goed schrijven. We hebben heel veel mails uitgewisseld, ook in die stijl: donker, tragikomisch en heel grappig.

Zou je zelf een roman willen schrijven?

Goh, ik heb dat wel eens geprobeerd. Ik heb Literaire Creatie gevolgd en een manuscript opgestuurd, waar wel wat interesse voor was maar uiteindelijk niks mee gebeurd is. En als ik dan naar het programma van Boektopia kijk en influencers als Jitske Van de Veire zie staan, besef ik dat daar niet tegenop te boksen is: uitgeverijen kiezen tegenwoordig voor het veilige, voor een naam die zeker zal verkopen. En ik denk dat ik dat eigenlijk ook niet wil.

De backstage is warm, de Blauwke’s zijn op en hoewel het aangenaam rock-&-roll aftappen is in Kims nabijheid, kan ik mezelf niet langer voor de gek houden. Tijd om afscheid te nemen van Kortrijk en van Kim. Maar niet voordat ze me haar domein heeft laten zien: de keuken van The Pit’s, waar de muren vol bandnamen, piemels en andere inspirational quotes staan en waar Kim eigenhandig gekleurde flikkerlichtjes boven het fornuis heeft geïnstalleerd, zodat ze in stijl kan koken. Al was dat zonder vast ook gelukt. Saluutjes é!

Grensovergangen (vangst #249)

Ingrid van der Graaf, de vrouw achter de blog Werk in uitvoering, slaagt er telkens weer in om een bijzonder licht te werpen op haar alledaagse bezigheden. Deze keer neemt ze ons mee naar een bezoek aan de kringloopwinkel van een dorp in de Veluwe. In wezen gaat het om een gesprek met een man uit voormalig Joegoslavië die geen lidwoorden kent, zijn spraakzaamheid als twee jonge meisjes hem een vraag stellen en het inpakken van porto glaasjes – en toch is het zeer bijzonder.

Op de vraag of Vlaanderen en Nederland zouden moeten samensmelten tot één land antwoordde Kees van Kooten ooit: ‘Neen, want dan ontnemen we elkaar onze enige kans om ook in het buitenland beroemd te worden.’ Zoals o.m. Gerbrand Bakker, Christien Brinkgreve en Nicolien Mizee recent mochten ervaren valt het met die beroemdheid in Vlaanderen reuze mee. De auteurs waren samen met een rits anderen uitgenodigd door Steven van Ammel op Boektopia op Toer. Wereldberoemd tussen Roosendaal en Groningen, maar bij de grensovergang verdampte hun faam. Over lege zalen en felle toneellichten schreef Gerbrand Bakker een leuk, meanderend stukje.

De moeder van Joe Duncair, van de blog Ontaarding, krijgt van de oncoloog te horen dat ze kanker heeft. In een aangrijpend verhaal blikt Joe terug op wat zijn moeder voor hem betekend heeft en kijkt hij vooruit naar het beetje toekomst dat hen nog rest vooraleer ze de grens zal oversteken waarvan niemand ooit is weergekeerd.

De meisjes waren nu als echte meisjes met elkaar in gesprek. Of de drie kandelaars, die door de man van de winkel omwikkeld waren met papier, in de ook gekochte pan pasten. Ze legden de kandelaars in de pan. Het paste. Toen deden ze de pan in een van de tasje. Waarna ze opgewonden pratend de winkel uitliepen. De man van de winkel zag eruit alsof hij iets verspeeld had maar niet wist wat.

Uit: Iets om in te pakken van Ingrid van der Graaf

Een gedachte die vroeger dan wel eens opkwam was: ‘Ben ik nou helemaal hierheen komen reizen om voor een tiental mensen te gaan zitten praten?’, maar aan de andere kant denk ik momenteel eerder: ‘Nou ja, ik krijg ervoor betaald, het is werk en de nazit is vaak gezellig, vooral als er wat te roddelen valt.’ Ik telde de volgende ochtend bij Nicolien Mizee maar liefst elf bezoekers.

Uit: Ruis van Gerbrand Bakker

Kanker is overal. Drie weken geleden verscheen zijn lelijke kop weer. Het doelwit: mijn moeder, die nog maar net 65 werd. Ik probeer het nog steeds te bevatten. Ben ik al op die leeftijd waarop mensen afscheid horen te nemen van hun ouders? Is zij al op de leeftijd dat ze afscheid hoort te nemen van haar geliefden, van het leven? Het is moeilijk om de wanhoop te weerstaan.’

Uit: Chemoschipper van Joe Duncair

Ach wereld (vangst #248)

De wereld draait door en de mensen zijn gek maar dat levert gelukkig goed voer onze haven. Suzanne Brink ziet geesten als ze fietst door een hip parkje. Sjors buigt zich over de moeilijke Moerdijkse vraagstukken en Kimme Tigra beschrijft vrolijk de dystopie met fitnessvolk en midlifecrisismacho’s.

Ik fiets over de Oosterspoorbaan in Utrecht, een spoor dat omgebouwd is tot park, en zie iemand in een fel oranje hesje een dansje maken in de groenstrook. Aparte plek, denk ik. En zo te zien zonder camera erbij.

uit: Zie ik daar een geest? op https://suzannebrink.nl/

Hoe plegen we dan wel verzet, zonder vrouw en kinderen te laten huilen? Tegen een bulldozer boks je niet op. Je verstopt een industriële schoorsteen niet met twee emmers sop. Ieder pionnetje kan met iemand anders ruilen. 

uit: De Entlösung voor het Moerdijkse vraagstuk van Hier herkent het Kerkhof mijn Naam

Vanmorgen las ik in de krant dat er iemand vermoord werd in de Lange Levenstraat. Ik hoop vurig dat de kwinkslag met voorbedachten rade was.

Op een bepaalde leeftijd wordt de wereld volgens mij onvermijdelijk een dystopie: cafés worden gestaag vervangen door Basic Fits en sociaal onaangepasten verplaatsen zich vandaag met elektrische steps in plaats van Harleys. Enkel de oorlog voelt vertrouwd aan.

uit: Vanmorgen las ik in de krant dat er iemand vermoord werd in de Lange Levenstraat van Kimme Tigra

Henk van Straten

Henk Van Straten zat in de allereerste vangst van de week, hier op Aanlegplaats. Daarna verdween hij achter een betaalmuur, kwam dan terug met losse emails, om dan nu op substack te landen.

Daar zijn we blij om. Omwille van de zelfrelativering. En de tattoos.

Het is niet per se érg hoor. Zo gaat het nu eenmaal met cultuur, met mode. Ja, mij persoonlijk maakt het somber, omdat ik vaak terugdenk aan hoe het vroeger was, maar dat is mijn probleem. En dat ik anno nu met mijn tatoeages bij de hippe koffiezaak om de hoek een flat white met havermelk en een zoete kardemom-croissant bestel, is niet minder tragisch dan die Temu André van Duin uit Groningen die met zijn tatoeages bij Omroep Max komt zitten.

Sturm und Drang (vangst #247)

Winteruur! De lucht wordt donkerder, het gemoed zwaarder…

In de blogs van deze week drie mannen die actief bezig zijn met hun mentale gezondheid. Jan-Paul van Spaendonck deelt over zijn stemmingswisselingen en hoe de wild-romantische kant van de herfst hem de put in kan sleuren. Henk van Straten (terug in de haven!) wordt voorbereid op schematherapie en probeert niet te laten merken hoe omgevingsdetails hem uit het moment halen. “Bovendien stormt er achter dat ongeduld en die verveling een maalstroom van onbegrijpelijke, beangstigende emotie, dat weet ik ook heus wel.” 

Van Vitalski tenslotte, ook niet bang om in zijn blog gedachten en gevoelens te benoemen en te analyseren, kiezen we evenwel een filmbespreking. Hij keek Del Toro’s Frankenstein en maakt zich er druk over dat ook deze frankensteinfilm niet ontsnapt aan de cliché’s van het victorianisme, terwijl het boek eigenlijk ten tijden van de ‘regency’ werd geschreven. “dit is niet de verwaterde romantiek, maar de oer-romantiek; lord byron; en dat is dé frankenstein.” Aldus, een omgekeerde ode aan Sturm und Drang in al zijn harde kaalheid.

Magie en neurobiologie hebben veel gemeen, vertelde mijn vriend. Denkbeelden en gevoelens sturen het immuunsysteem aan, net zo goed als farmacie dat doet, de twee zouden elkaar moeten tegemoetkomen in plaats van te bestrijden. (Ik hoop dat ik hem goed begrepen heb.) De dag ervoor, na de woensdagse koorrepetitie, had een andere tenor me gevraagd hoe het met me ging. We keken naar de volle maan, waarlangs wolken streken. Ik aarzelde met antwoorden. Ik had nog steeds vrij veel last van de naweeën van een euforisch reisje door het oostelijke buurland. Mijn aangeboren stemmingsstoornis speelde op, aangewakkerd door de sturm und drang van de zinderende herfst, de wisselende decors van het Teutoburger Wald en een teveel aan spraakwater (vooral Dunkelweizen en Grauburgunder).

Uit: Stemmingen op Voorheen Rookzanger

En zijn armen, die allebei volledig zijn getatoeëerd, met alleen maar zwart en grijstinten, met namen erop in sierlijke letters, leiden me ook soms af. Armen die me doen denken aan de armen van profvoetballers. Wat me vooral uit het moment haalt is dat er op één onderarm heel groot—ook weer met grote sierletters—Por Vida staat. ‘Voor het leven.’ Ik wil weten wat de aanleiding was. Ik vermoed de liefde voor zijn vrouw, of misschien voor een vriendengroep. Ik moet niks zeggen over domme tatoeages. Ik heb ergens een G-sleutel. Want ik hou van muziek? In tegenstelling tot alle andere zeventien miljoen mensen van Nederland?

Uit: Wat je een kat niet kwalijk kunt nemen, kun je ook een mens niet kwalijk nemen op Henk van Straten

het acteerwerk, de setting, de soundtrack, de dialogen – het is allemaal heel goéd – maar: het had echt onvergetelyke Kunst kunnen zyn geweest. in plaats van de verhoopte oerromantiek, de verhoopte oer-werther, kryg je toch maar weêr, eigenlyk, biedermeier. dit is niet mary shelley dit is wééral bram stoker. in films is alles altyd maar 1900 in plaats van 1800.

Uit: @the Movies op Vitalskiblog

De grote herfstschoonmaak (vangst #246)

Nu de herfst in het land is, is de blog van Kristien Bonneure meer dan ooit een baken in cultuurland. Er kan geen tentoonstelling geopend worden of Kristien vereert deze met een bezoek en schrijft er een sfeervol en goed gestoffeerd artikel over. Haar stuk over de expo van de Antwerpse kunstenares Marthe Donas, haar partner Archipenko & La Section d’Or leest als een warme oproep om deze te gaan bezoeken. Dat hebben we dan ook gedaan. En we hopen van u hetzelfde.

Op zondag 16 november om 14.00 uur mag ik op uitnodiging van Boektopia op toer Marieke Groen interviewen in Cronopio over haar boek Het verhaal van mijn schaarste. Al vanaf het eerste stuk dat ik op haar blog las, hield ik van de onderkoelde manier waarop ze haar leven belicht. In Aanwezig probeert Marieke met de hulp van een masseuse de afstand tussen haar hoofd en lichaam te overbruggen.

Vertel het niet verder, maar ik ben al jaar en dag een grote fan van de blog van redactielid Marjon Meijer: Marjon Werkt. Haar laatste verhaal – over een zware herfstvakantiedip – is opnieuw bijzonder sterk. Met haar heerlijk lichtvoetige pen fileert Marjon haar donkere dagen. Steeds weet ze bij mij een glimlach te ontlokken. Had ik al gezegd dat ik haar de Nora Ephron van Drenthe vind?

Rond Donas hing een zweem van mysterie. Ze tekende haar werk eerst met ‘Tour Donas’, mogelijk geïnspireerd door de verzen van Apollinaire over de Tour Eiffel. ‘Tour’: een genderneutraal pseudoniem. Waarom? Adriaan Gonnissen legt uit: “Vrouwen werden gezien als kunstenaars die goed bloemen en portretten konden schilderen. Maar als ze zich waagden aan de bevrijde, krachtige, kubistische kunst, werden ze gewantrouwd.”’   

Uit : Ontdek Marthe Tour Donas van Kristien Bonneure

Zul je altijd zien, heb je eindelijk succes, weet die kop weer roet in het eten te gooien. Aan de andere kant, als ik die kop niet had gehad, was er geen aanleiding geweest om dat boek te schrijven en dan was in elk geval dít succes aan me voorbij gegaan.’

Uit: Aanwezig van Marieke Groen

De herfstvakantie is korter dan een liter Griekse yoghurt van de Lidl, korter dan een pak koffie, korter dan dit boek hier op mijn schoot, korter dan de bedenking of ik het misschien toch niet al eens heb gelezen. De herfstvakantie is langer dan mijn zak geheime winegums, te lang voor voortdurende blijdschap over geen wekkers of brooddozen, te lang om te ontkomen aan vakantiedepressie.’

Uit: Herfstvakantie van Marjon Meijer