Andere woorden

Al sinds 2013 zoekt Eliane De Bleser naar andere woorden, en geeft ze ons, argeloze lezers, een inkijk in die zoektocht. Soms laat ze ons peinzend achter, zoals in een lijst van culturele hoogtepunten, getiteld Honderd – die dan stopt bij nummer tachtig.

Zekerheden zijn er niet, met andere woorden.

Een stapel slimme boeken links en een andere stapel rechts. Ik kies voor de niet-slimme en haal er een Simenon uit. Ik lees over een politieman en zijn vrouw, over een sigaar, over een kuststad en een lijk. Om een me onbekende reden stop ik met lezen en schud ik eens met het boek. Er valt een varken uit.
Het varken zegt dat de mensen dom zijn. De oever- en bodemloze discussies van de politiek, zegt het. Het Wilde Westen in het Oosten, zegt het. Duizenden bommen, duizenden granaten, duizenden kogels, zegt het.
‘Ze zijn echt dom,’ herhaalt het.
Het varken zwijgt, blijft nog even aan mijn voeten zitten en verdwijnt terug in het boek. Ik lees voort: Er hangt mist over de kuststad, er hangt mist over het grijze water, de boten blijven in de haven en de schippers zitten in een dampige kroeg.

Philippe Diepvents

Het is al goed dat Philippe Diepvents enige fysieke gelijkenis vertoont met de jonge Charlie Watts, en niet met de oude, want die is ondertussen dood. U kent Philippe Diepvents van zijn romans of van zijn tijd bij Charlie en zo dadelijk weet u meer van hem dan u had gewild.

Maar leest u toch maar zijn blog. Want die is goed.

Mijn schort wordt omhoog getild en een luid zoemende tondeuse gaat tekeer. Terwijl de ene scheert, lopen de andere twee vrouwen heen en weer, wisselen ze lijsten uit en stellen ze me de vragen die op hun papieren staan neergeschreven. Lengte? Gewicht? Kan u uw mond gewoon opendoen? Allergieën? Ja, flink wat haar heeft u mijnheer. Alcohol? Drugs? Laatste operatie? Kinderen? Contactpersoon? Allergieën? Oeps die heb ik al gevraagd.
Zoem zoem zoem.
Hoe weerloos kan een hot dog zijn?

Cento (vangst #63)

Je ziet meer wanneer je reist. Dat doen ook de Nederlandse schrijvers in deze vangst, die in België de eigen identiteit net wat scherper onder ogen zien dan thuis. Een diep begraven schip, een dranklokaal met zwijgzame mannen, een feest dat maar niet wil lukken.

En net zo: je leeft meer wanneer je leest. En dat maakt van deze vangst, haast geheel toevallig, een cento, een verhaal samengesteld uit citaten.

Dat zit zo. Volgens de familiemythe zijn we ooit vanuit het verre Friesland naar de Rupelstreek getrokken, vanwaar, zoals dat gaat in moderne tijden, we uitzwermden over het grote Vlaanderen, tot in Brussel toe.

Diep onder het zand ligt het wrak van een schip,’ vertelt Marcel. ‘Het wordt een Vikingschip genoemd, maar waarschijnlijk is het veel ouder, misschien waren het Friezen die hier kwamen vissen.

Uit: Te Diep van Gert-Jan van den Bemd

We kwamen niet voor de kerk naar Hellegat maar toen we ernaast parkeerden, en ons oog viel op de verroeste klok in de toren, die één uur sloeg toen het tegen elven liep, werden we nieuwsgierig.

Uit: Hellegat van Gert den Toom

Rond één uur ’s nachts fietste ik naar de Blaesstraat, een tocht van zo’n zeven minuten. De sfeer was er een beetje grimmig. Een willekeurige feestganger kreeg onenigheid met een groepje jongeren dat voor een wasserette tegenover Fuse aan het hangen was.

Uit: Nooit meer sluiten van Lucas Gortemaker in Babel

(r) Gert den Toom

Polaroid van de dag

Tussen de steekwoorden waren de contouren ontstaan van waarover we spraken: een enigszins vage constellatie, zoiets als de arbitraire knooppunten van een wandelroute, of de verbindingslijnen die van sterren een stelsel maken.

Communicatie is wat je ervan maakt. In zijn Polaroid van de dag geeft schrijver Gert den Toom – bijgestaan door beelden, citaten uit de meest uiteenlopende boeken en flarden van gesprekken – ons voldoende steekwoorden en knooppunten om een heel universum aan op te hangen. Een genoegen om te lezen.

Grand Foulard

In Grand Foulard bedient schrijver/ kunstenaar / wetenschapper Gert-Jan van den Bemd ons zeer regelmatig van observaties, belevenissen en foto’s. Vluchtig, terloops en schijnbaar licht, totdat de waarachtigheid je dwingt om een paar stappen terug te doen. En het nog eens te lezen.

Hoe moet ik kijken? Moet ik lachen of juist niet? Is recht vooruit het beste, of is een nonchalante blik naar opzij misschien beter? Wanneer komt de flits? Zit ik niet te hoog of te laag? Allemaal onzekerheden. En dat zie je. 

Bene Van Eeghem

Er is iets met de zee en schrijvers. Of met de zee en mensen in het algemeen, dat kan natuurlijk ook. In elk geval koppelt Bene Van Eeghem haar liefde voor golven en getijden aan haar passie voor taal en tekst in teksten over het leven zoals dat zich afspeelt. Met uitzicht.

Ik por de kinderen en zeg dat we moeten vertrekken. Ze weten dat tegensputteren geen zin heeft. Mama wil de zon zien zakken in de zee.

Kort voor zeven uur zijn we op post. We parkeren aan de stormkering, een zachte bries doet de touwen tegen tientallen masten van aangemeerde zeilboten tikken. Het is een bezwerend concert dat de natuur zelf in gang zet. Intussen kleurt het zwerk oranje.

Johan Bosmans

Op vijf voor twaalf vuurt Johan Bosmans zijn redelijk gekke gedachtengangen op u af, wars van wat u er wel over zou kunnen vinden. Een wonderlijke mix van kritieken, filosofie, losse zinnen, citaten en ander fraais.

Met als bonus zijn wonderlijke boek Vluchtig als een steen

Elke dag weer
een poging tot
schrijven wat je gedacht had
en keer op keer
schrappen begot
tot je de orde had gevat.En toch, het vrat.
Misschien was het Woord
dat wat je geschra

Joost Elli

Als de grot van Ali Baba. Zo vol is de site van Joost Elli.

Blogberichten, podcasts, allerhande projecten, muziek, er is voor ieder wat wils. Zoals het antwoord op de vraag hoe je nu het best een tom poes / tom pouce / millefeuille / glacé verorbert (en ja, ook over de herkomst van al die namen leer je iets)

De ‘omgekeerde dakdekker’: het dakje wordt gelicht en de onderkant komt op het dakje. Nooit meer knoeien bij het snijden en toch het hele pakket van pudding, deeg en suikerlaagje in je mond. Want het is toch dié totaalbeleving die het ’t hem doet. Revolutionair. Dàt is voortschrijdend inzicht.

In het land van de zevenjarigen (vangst #62)

Voor de meeste schrijvers kent de achteruitkijkspiegel geen geheimen. Deze week leunen de drie voor u geselecteerde bloggers achterover in de hangmat van een gelukzalige jeugd. Philippe Clerick haalt in zijn sprankelende stijl herinneringen op aan de mooiste film die hij ooit zag. Vincent Merckx – nieuw in onze haven – maakt meteen indruk met een ode aan Michel Preud’homme: een nationale doelman die sierlijker kon vliegen dan de Concorde en de Ollanders in het verre Amerika tot wanhoop dreef. Tot slot willen we graag de aandacht vestigen op een schitterend initiatief: de podcast ‘Drie boeken’ van Wim Oosterlinck. Wekelijks gaat de radiopresentator langs bij een schrijver en telkens stelt hij dezelfde vraag: wat zijn de drie boeken die iedereen zou moeten gelezen hebben? Keer op keer ontspint er zich een boeiend tweegesprek. Het haardvuur, de digestief, de Cubaanse sigaren, de regen en mist en de lange winteravonden moet u er zelf bij verzinnen. 

Toen ik zeven jaar was heb ik de mooiste film van de wereld gezien. Je kunt nu zeggen dat iedereen iets anders mooi vindt, en dat is waar, en dat we op verschillende momenten van ons leven iets anders mooi vinden, en dat is ook waar. Ik zou nu een heel andere film de mooiste film van de wereld vinden. Cold War, bijvoorbeeld, met Joanna Kulig, maar toen ik zeven was, was dat Fanny, met Leslie Caron. En wat je op je zevende het mooiste vindt, is mooier dan wat je op je zevenenzestigste het mooiste vind.

Uit: De mooiste film die ik ooit heb gezien van Philippe Clerick

Op precies hetzelfde moment, je zou bijna tegelijk kunnen zeggen, stapten twee jongetjes de bus op, ze droegen een knalrode training van de Kosovaarse voetbalclub aan het park, buiten bloesemden de bomen. Ze kozen een plaats naast me en met de dodelijke ernst van iemand die heden, verleden en toekomst heeft gezien, sprak de een de ander toe, “Honoré, un jour tu vas devenir le joueur qui est en toi”.’

Uit: Preud’homme van Vincent Merckx

“Ik denk dat ik zeven of acht was, ik las al veel, ik ging al naar de bibliotheek, ik wist dat boeken van een uitgeverij kwamen, en toch had ik het naïeve idee dat boeken in één exemplaar bestonden. Eén exemplaar. Sterker nog, ik heb een tijdje gedacht dat schrijvers hun boek ook zelf maakten: met karton, papier, plakband enzovoort.”

Uit: Drie Boeken – Bart Moeyaert van Wim Oosterlinck

Vincent Merckx

In de week waarin de winterzon uitbarstte alsof het al drie weken later was, braken alle huisdieren van Schaarbeek uit.

Een kat nam tram 25 naar Meiser, ze had haar baasje meegenomen, ze praatten in een ochtendlijke dialoog van klaaglijk gemiauw en “ça va ma chérie”, “je kent de tram toch”, “stop nu toch, de mensen kijken”. De kat vertikte het zich te laten troosten, het was nog vroeg, na vier haltes besloot ze zich ceremonieel de tram uit te laten dragen.

Dat zijn de eerste paragrafen uit de eerste wekelijkse nieuwsbrief van Vincent Merckx. Sindsdien zijn wij abonnee. Omdat er nu eenmaal niet genoeg parallelle werelden kunnen bestaan, en die van hem ons uiterst bewoonbaar lijkt.