Springvlo

Of ze nog vaak springt, weten we niet met zekerheid, maar het archief van Margot ten Caat is alvast heel erg de moeite waard. Springvlo is een schatkamer van licht absurdistische, pijnlijk eerlijke en vrolijke poëzie.

Wij beginnen onze dag graag met woorden als deze.

Geluk
loert met een verkreukt gezicht
tussen de gordijnen door
ruikt zon
de lucht is stil
sportvliegtuigje zingt
nostalgisch geluid
van eindeloos warme zomers
OOIT
in de verte slaat de klok 10 magere slagen
de dag is begonnen

zacht bruTaal

Je had roomijs bij in een zak met koelelementen. Twee lepels. Ik kreeg de gele, je favoriete. Wat we gingen delen op de trein kreeg ik nu in mijn schoot geworpen op de passagiersstoel. Het smolt. Ik moest niet wachten op jou, drong je aan. Dus maakte ik vlekken, terwijl het ijs langs de kartonnen rand droop in de ondergaande zon. Een lied over de zonsopgang sprong op de radio, wij zagen het licht verdwijnen aan de horizon. Niet snel genoeg, en te veel wolken. We waren gehaast. Je ging me de sterren tonen.

Op zacht bruTaal delen Nele Bruynooghe en Wieland Heymans verhalen en gedichten waar de vonken vanaf spatten. Zinnelijke zinnen, brutalige zachtheid.

Reloaded

Bruno Willaert is blogger, West-Vlaming en webmaster in de reissector. Een Georgische tekenaar stuurde hem een met bloemen beschilderd houten pistool op, dat sindsdien fungeert als mascotte voor de blog Reloaded. Nochtans hebben we niet met een revolverheld van doen: “Je zal niet zo snel een meer vredelievende mens ontmoeten dan de auteur van deze blog,” zegt Willaert zelf. Op Reloaded deelt hij filmbesprekingen, poëzie en (reis-)herinneringen.

“Wie er nu bij ons aanbelt,” zei de vrouw des huizes. Qua acteertalent zat ik alvast in goed gezelschap, maar de ogen van de aanwezige brave kindjes blonken toen we binnen kwamen. Sinterklaas deed zijn zegje, Zwarte Rik voerde zijn plezante nummer op, ik deelde de pakjes uit en op de achtergrond zag ik nonkel Jos met de vader de financiële afhandeling doen. De kinderen hadden heel attent een raap voorzien voor het paard van Sinterklaas, die ik mocht bijhouden. Geen idee of ze ontgoocheld waren toen op straat geen paard te zien was, maar een saaie grijze Opel Kadett, waar we ons met zijn vieren in wurmden.

Mevrouw, u staat voor het bord!

Ruth Lasters is schrijver en leerkracht. Ze is op missie: niet alleen strijdt ze tegen de labels van A- en B-jeugd, ook de ‘burn-out-vampier’ in het onderwijs gaat ze te lijf – en wel met een blog! Op Mevrouw, u staat voor het bord! De anti-burn-out-blog voor en door leerkrachten schrijft Lasters stukjes die leerkrachten helpen mild te zijn voor zichzelf, te relativeren en vreugde te vinden in hun job.

Een startende leerkracht en een leerkracht met ervaring mogen dan nog roostermatig les geven aan dezelfde klas, in de praktijk geven ze elk les aan een ‘zich totaal anders gedragende’ groep. Er zijn verschillende Jeffrey’s  en verschillende Hopes, naargelang ze les krijgen van de ervaren meneer Kuaaz of de beginnende mevrouw Bermans. Leerlingen ruiken immers de onervarenheid van een personeelslid en enkelen van hen kunnen zich daardoor heel anders gaan opstellen ten opzichte van de lesgever.

De vrouw van tien miljoen en andere vrolijke verhalen (vangst #149)

Was het niet Ambrose Bierce die beweerde dat filosofie ‘A route of many roads leading from nowhere to nothing‘ is?

Al tijdens het lezen van diverse interviews met filosofe Ingrid Robeyns, naar aanleiding van de publicatie van haar boek ‘Limitarisme,’ zat ik te hopen dat Philippe Clerick hierop zou reageren. En kijk. Stiekem verdenk ik de Europese Commissie er trouwens van dat ze op krak hetzelfde zaten te hopen en Robeyns’ wetenschappelijk onderzoek naar de limieten van individuele rijkdom daarom zo rijkelijk ondersteunden.

Tom Wouters, ook bekend als de Franz Kafka van Grobbendonk, ontdekte in zijn boekenruilkast – naast uitgeknipte horoscopen van het jaar 2002, scheefgetrokken streekromans en persoonlijke geloofsboeken – een exemplaar van ‘De wonderparaplu’ van de negentiende eeuwse Hongaarse schrijver K. Mikszath. Wat volgt is een wondermooie liefdesboodschap aan boekenkasten in het algemeen en aan die van zijn grootouders in het bijzonder. 

Op de laatste vrijdag van het jaar kijken we samen met Erik Herbosch om naar wat 2023 allemaal bracht. Erik is een man die is aangekomen in de herfst van zijn leven en daar in een aangename beschouwende stijl openhartige stukken over schrijft. Ondanks het feit dat hij in de marathon die het leven is kilometerpaal 35 heeft bereikt, is zijn Reviaanse conclusie: Moedig Voorwaarts! Op naar de toekomst. Op naar 2024.

‘Ik was ook niet de enige die geld veil had voor zo’n Bernstein-plaat, wat verklaart waarom de dirigent-componist zo rijk werd. De film hangt een aantrekkelijk beeld op van de woningen die hij betrok. Een kleine zoekopdracht op het internet leert mij dat Bernstein bij zijn overlijden in 1990 rond de 10 miljoen dollar bezat, wat omgerekend naar hedendaagse waarde 22 miljoen zou zijn. Dat is veel meer dan de 10 miljoen-norm die Robeyns voorstelt in De Standaard en de 1 miljoen-norm die ze voorstelt in De Morgen.

     En nu zou Robeyns de vraag dus stellen of Bernstein dat geld ‘verdiend’ had? Hij had het in elk geval niet gestolen. Ik heb indertijd die plaat geheel vrijwillig gekocht.’

Uit: Tien miljoen euro min of meer van Philippe Clerick

‘Boeken die in kasten blijven staan, in welke staat dan ook, vertellen altijd een zekere liefdesboodschap. Onmiddellijk moet ik daarbij denken aan de boekenkast van mijn grootvader, die na zijn vroege dood in 1970 nooit meer werd aangevuld met een nieuw boek omdat mijn grootmoeder niet las. Ze stond in een onverwarmde kamer en zoals een bos dat niet onderhouden wordt, verwilderde ook de boekenkast, met doorhangende planken, romans die door het insijpelende vocht kromgroeiden en de onaangename geur van klammig papier die de kamer vulde.’

Uit: De wonderparaplu van Tom Wouters

‘Veel bijzonders zie ik niet als ik over mijn schouder kijk. U en ik verschillen niet zoveel, we lopen tenslotte allemaal min of meer dezelfde route. Ook ik heb weleens last van okselgeur of slecht humeur. Ook ik snauw weleens onbehouwen en schaam me daarvoor achteraf dan diep, ook ik maak voor een ander veel te weinig tijd, luister vaak te weinig en drink weleens te veel. En de splinter in uw oog zie ik sneller dan de balk in het mijne. We lijken meer op elkaar dan we denken.’

Uit: Voor jou van Erik Herbosch 

ps zoals u ondertussen weet, is meer fraais van Philippe Clerick en Tom Wouters te vinden in Kant en Wal #1 – dat fantastisch boek van Aanlegplaats. We begrijpen uw teleurstelling dat er geen exemplaar onder uw kerstboom lag, maar geen probleem: we hebben nog wat exemplaren opzij gelegd, en die kan u gewoon zelf kopen. Hier.


IJsta-ha-haaart! (Vangst #148)

De reden dat ik van seizoensdepressies houd?

Ze leveren goede stukjes op. Deze week verplaatsen we lucht en bladeren met Marijke Cornelis, steken we de haard aan met Gerhard Bakker en zorgen we voor trauma’s bij Bene Van Eeghem.

Ik kan niet wachten op de lente, maar eerst: “Ik wil ijstaart! Ik wil ijsta-ha-haaart!”

Wij wonen niet meer in de stad. Een burn-out hielp ons om een lang vastzittende knoop door te hakken. We verhuisden naar een groene plek.

De eerste nachten in ons nieuwe bed waren de bomen volgroen en de nazomerhemel gevuld met blinkende sterren. We werden wakker van de stilte.

Toen begonnen de bladeren te vallen. Buren kwamen met bladblazers post vatten in voortuinen en bliezen met brullende superslurven hun opritten kaal.

Mijn psychiater behandelt me ook dit jaar voor recidiverende seizoensdepressie.

Vallend blad op Zon, Zee en Murphy

Ik zal eens kijken of ik ook niet zo’n binnenfietsinstallatie kan krijgen. Er lijkt me weinig fijner dan fietsen met Matthieu van der Poel, zelfs al is dat slechts virtueel.

Uit: Vuur in de schrijfkamer van Gerbrand Bakker

Na dat statement heeft vaderlief het helemaal gehad. De stoïcijnse kalmte en pedagogische principes maken plaats voor een hoop onverbloemde verwijten richting de vierjarige. Vader roept dat de kleine moet stoppen met roepen en voegt er ongegeneerd aan toe:

“Het is altijd hetzelfde met jou! We doen iets leuks en dan word jij boos en dan is het voor niemand nog leuk.“

Uit: Wafel met papa van Bene Van Eeghem

ps meer van Marijke Cornelis? Ze is ruim vertegenwoordigd in het schitterende boekwerk Kant en Wal #1, waarvan u misschien tevergeefs hoopte het onder de kerstboom te vinden. Dan bestelt u het toch gewoon zelf?

Martin Pulaski (vangst #147)

De laatste blogpost op Hoochiekoochie is een in memoriam. Het is nog geen zes weken oud, en van ziekte bij Martin Pulaski zelf was nog geen sprake. Hoogstens van ongemak.

En zie nu. Vandaag neemt de wereld afscheid van hem. The last of the gentlemen. Twee decennia lang hoochiekoochie, waarin hij schreef over film, muziek, filosofie, literatuur, poëzie en kunst. Over het leven en de liefde dus.

Kroniek van een kamertjeszondaar is een schatkamer.

Hij vertelt er over zijn opgroeien als schipperskind en op internaat. Getuigt van de hippiecultuur in zijn jeugdjaren, doorzag er ook de excessen van, vrijheid die niet iedereen aankon. Heel zijn leven tastte hij de vrijheid af. Vrijheid? Dat is een verlangen. Dat neem je overal mee, en hij reisde veel. In boeken, elpees en landen.

Vaak droeg hij een hoed, vast om gedachten te beschermen.

Deze collecteur van het menselijke leek niet te stagneren, bleef kunstwerken en muziek ontdekken, filosofen lezen. De romanticus pur sang. Verfijnd, ironisch, melancholiek. Edgar Allan Poe altijd op z’n schouder, Walt Whitman in zijn hart, daar was voorts ook plaats voor Yeats, Sebald, Howlin’ Wolf, The Band, Nietzsche, Kant, Rembrandt, de sfeer van La double vie de Véronique, Easy Rider. Groot hart dat veel kon dragen. Namedropping kende hij niet, hij wekte elke naam tot leven, hield werelden in het licht. Hij gebruikte van die prachtige woorden op het juiste moment zoals catatonisch, deflatoir, abysnaal.

Voor Radio Centraal stelde hij maandelijks Zéro de conduite samen. Uit zijn rijke discotheek zocht hij songs per thema bij elkaar, bijvoorbeeld rond het getal 2, de tijd, kamers. Zijn culturele landschap was bijzonder uitgestrekt. Dat mag niet verkaveld worden.

Hij is vaak te vinden in de vangsten, hier op Aanlegplaats, ook in die van onze gastvissers. Ook in Kant en Wal #1 staat een mooi verhaal van hem.

We bladerden door de schatkamer die deze Kroniek van een kamertjeszondaar is, met onze gedachten bij Agnes, Jesse, de mensen die hem na stonden en die wij niet kennen. We bladerden door de teksten en lazen de mens Matti Brouns (de echte naam van Martin Pulaski).

Deze schitteringen hielden we even tegen het licht:

‘Een tijdje al schrijf ik niets meer. Ik verwaarloos onze taal, die ons nochtans met elkaar kan verbinden en ons mogelijkheden biedt om onze tegenstellingen te overbruggen. Om op bijna alchimistische wijze afkeer en haat in liefde te veranderen.

Dat ik niets schrijf betekent niet dat er niets mee te delen valt. Alles blijft in beweging en er gebeuren zowel goede als slechte dingen. Vaak krijgt wat slecht is meer aandacht, maar je zou het betere toch ook nooit uit het oog mogen verliezen.’

uit: Terugkeer uit Berlijn, en zwijgen

Je beseft dat mensen die wel afscheid kunnen nemen net zo goed eenzaam zijn. Dat ook zij wel eens in de spiegel kijken en daar het verval zien. Je weet dat zij in hun lelijke en gevaarlijke auto’s en in hun nachtmerriekantoren niet minder verlangen naar een vorm van bevrijding dan jij.

uit: Afbakening van een territorium

Ontsnap aan nieuwe slachtpartijen.
Ontsnap, herbegin.
Ook in deze oude, niet te tellen tijd.
Verzin verzinsels en ongenoegen.
Labyrinten van bijeengesprokkeldedroomspreuken.
Bedenk een woning in Alaska,in Valley Stream.
Een kachel en een ledikant.

Uit: Nieuwe verzinsels

Ik zal niet ontkennen dat films als Shane en boeken als De Graaf van Monte Cristo en de verhalen van Edgar Allen Poe dat ook al hadden gedaan. Maar op een zwoele zomerdag in een kleine roeiboot in Bocholt op de Zuid-Willemsvaart, die de Maas met de Schelde verbindt, hoorde ik uit mijn kleine transistorradio de gigantische sound van River Deep-Mountain High ten hemel stijgen. De stem van Tina Turner, aangevuurd door het genie van Phil Spector, die overweldigende wall of sound, met een echo diep als de Stille Oceaan, hoog als Mount Elbert in Colorado, raakte mij tot in elke vezel van mijn lichaam en ziel, die meer één werden dan dat ooit was voorgevallen in een van de vele Heilige Missen die ik in mijn kinderjaren, toen ik diepgelovig was, had bijgewoond. Ik was nu een missionaris van Tina Turner geworden. Meteen voelde ik ook aan wat seks werkelijk was, hoe uitzinnig verschroeiend en allesomvattend. River Deep-Mountain High heeft mij toen op die drie minuten en vijfentwintig seconden voor altijd betoverd.

Uit: De diepe rivier van Tina Turner

Betekent één enkele sequoia niet meer dan zo’n ideaal van je? Om nu nog een Cherokee te worden is het te laat. Om middernacht vertrekt de laatste trein naar Het Barre Land. Doe wat je moet doen en doe het goed. Omhels een boom, zoals Véronique.

Uit: Zonder de kleuren van Veronique

Op 16 mei 2012 vroeg ik me af wat ik nog eens een keer leuk zou vinden. Ik stelde vast dat ik alles al leuk had gevonden, dat er niets meer overbleef om leuk te vinden. Er bleef werkelijk niets meer over. Ik geloof dat ik vervolgens de hele tijd met het de handen in het haar heb gezeten. Vanaf dan ben ik vrij snel helemaal kaal geworden. Vooral omdat ik me zo heb moeten inspannen om toch maar weer dingen leuk te gaan vinden. Als ik nu eerlijk ben is het vandaag nog veel erger. In 2012 was ik nog ironisch. Nu is het allemaal echt: er is niets leuks meer onder de zon en de maan.

Tenzij dan de zon en de maan zelf, wat schaduw en wat regen. Een tomaat, een forel, asperges, een liedje van Ann Briggs, I Wish I Was A Mole In The Ground van Bascom Lamar Lunsford. Tenzij een boek of twee van W.G. Sebald (niet écht leuk, wel meesterlijk), een film van Jan Komasa (ook niet écht leuk, wel aangrijpend). Tenzij mijn allerleukste vrienden (en welke vrienden zijn nu niet leuk!). Tenzij de meeste rivieren en zeeën en de sterren in een donkere streek zonder lintbebouwing. Tenzij tapirs (die ik nooit in het echt heb gezien), olifanten en panda’s. Tenzij de verhalen van Heinrich Von Kleist. Tenzij… Laat mij er maar mee ophouden: er zijn te veel leuke dingen om ze allemaal op te kunnen sommen.

Uit: Leuk

Vaarwel, Martin/Matti.

De vangst van Ben de Graaf (vangst #146)

A.L Snijders ziet in een tram een zakkenroller een portemonnee rollen. Hij zegt dan: ‘Ik grijp nooit in, want ik ben niet sterk genoeg om het recht op straat te handhaven. Ik zou wel een officiële rechter willen zijn, in een toga met een witte bef. Rechtspreken in een zaaltje met centrale verwarming.’

Marieke Groen behandelt hetzelfde thema. In de bioscoop fluistert onophoudelijk een vrouw, ‘scherp als papier dat wordt doorgescheurd’. Zegt ze er wat van? Of ik mezelf zie zitten. En dan ook nog bij dezelfde film, want uit de termen ‘klassieke muziek’ en de beschrijving van de openingsscène weet ik dat het om de film Tár gaat. Ben ik ook geweest.

De hoofdrolspeelster verscheen in beeld. Ze zat in een stoel tegenover iemand die haar interviewde. Ik hoorde niet wat er werd gezegd, ik luisterde naar het gefluister aan het einde van de rij. Voor me zat een man die al een paar keer passief-agressief had gezucht en blikken naar achteren had geworpen, maar dat had weinig zin in het donker. Ik twijfelde of ik iets zou zeggen. Ik oefende zinnetjes in mijn hoofd. Kort, niet agressief. Doeltreffend.

Uit: Fluisterende vrouw van Marieke Groen.


Koen Vandenborre ontvangt een brief uit een ver land. Op de postzegel staat een oranje troepiaal, een prachtig vogeltje dat in onze contreien niet voorkomt. Koen beseft dat hij toe is aan een nieuwe hobby. Heerlijk hoe hij je op het verkeerde been zet. Ik neem aan dat zijn verbeelding hier een woordje meespreekt.

‘s Avonds post ik een wazige foto van de oranje troepiaal op een forum voor vogelaars. ‘Dit mij onbekende exemplaar gespot op Kesselberg, iemand enig idee?’
Gewapend met een verrekijker begeef ik me de volgende ochtend vroeg met koelbox naar het hoogste punt en wacht geduldig af. Op de eerste gegadigde is het niet lang wachten, rond de middag zijn ze al met een half dozijn, de volgende uren wordt het pas echt druk. Er zitten een paar zeldzame exemplaren tussen. Vogelaars spotten, het is weer eens wat anders.

Uit: Vogelspotters van Koen Vandenborre

Jan Devriese moet erbij – sowieso – omdat hij een prachtige definitie heeft gegeven van tekstschrijven: Mijn vak is schrijven. Ik schrijf teksten voor wie het zelf niet kan en gek genoeg is mij daarvoor te betalen. Wat ik ook doe: zieke teksten genezen, goeie teksten nóg beter maken en briljante teksten met rust laten. Soms is iets níet doen ook vakwerk.
Hij schrijft soepel, of het geen moeite kost, wat zijn vakmanschap verraadt. Zijn observaties zijn herkenbaar. Ik hou ook van zijn milde ironie.

Soms houden wij halt bij een kunstwerk. Dan doen wij alsof wij er verstand van hebben, en knikken wijsgerig wanneer wij naar drie aan elkaar gelaste ringen staren. En als wij denken dat niemand ons in de gaten heeft, werpen wij vlug een steelse blik op de titel van het kunstwerk, in de hoop dat die ons iets wijzer zal maken. Dan staat daar meestal: ‘Zonder titel’. Of ‘Drie aan elkaar gelaste ringen’. Op zulke momenten zijn wij dringend aan een koffie toe. Of drie glazen bier.

Uit: Lelijk van Jan Devriese

ps meer van Marieke Groen? In Kant en Wal #1 staat ook van haar een prachtig verhaal.

ps meer van Ben de Graaf? Hij verzamelde meer dan 100 stukken in Navelknagertje.

Ben de Graaf, het interview

Boekpublicerende bloggers – sinds we met Aanlegplaats onze eerste Kant en Wal in de boekhandel en onze voorraadkast hebben liggen, duiken ze plots overal op. We vermoeden dat ze vroeger ook al bestonden, zeker in Vlaanderen (nietwaar Jo Komkommer?), maar nu deint het fenomeen ook uit naar Nederland.

Ben de Graaf is tekstschrijver van beroep, en benoemt de dingen graag zoals ze zijn. Ben Tekstschrijver dus, en we voegen in onze wekelijkse vangst graag nog wat lezers toe aan zijn trouwe publiek, 950 volgers groot.

We stelden hem onze onze vragen en lieten daarbij het woord ‘navelknagertje’ in het midden. Ook zo benieuwd naar wat dat is? ‘Navelknagertje en 100 andere verhalen’, zijn boek, is gewoon te koop en wel hier.


Een blog. Waarom heb je er zelf een?
Ik werkte als tekstschrijver op de communicatieafdeling van ziekenhuis Tergooi in Hilversum. Sinds de start van mijn tekstbedrijf in 2010 publiceer ik elke maand een blog op mijn website. Eerst dacht ik: ik moet bloggen over mijn vak. Dus ik schreef een blog over de spatie. Bijvoorbeeld met de vraag: als je op een aankondiging ‘naakt modelschilderen’ ziet staan, wie moet er dan uit de kleren? Het model of de schilder? Ik schreef over het irritante gebruik van het woord ‘welke’ in een zin als ‘de lift welke buiten gebruik is’.

Maar: ik merkte dat veel collega-tekstschrijvers al goed over het vak schreven. Moet ik dan ook nog eens vertellen hoe je een persbericht schrijft? Toen dacht ik: als ik over mijn dementerende moeder schrijf en de tekst raakt mensen, dan is dat óók een visitekaartje voor mijn tekstschrijverschap. Sindsdien gaan mijn onderwerpen alle kanten op, van mijn moeder tot muziek, van zingeving tot mijn hond. Ik wil wel dat het – althans in mijn optiek – goedgeschreven ‘stukkies’ zijn, elke komma hou ik tien keer tegen het licht.


Wie zou er absoluut een blog moeten beginnen en waarom?
Lastig. Ik zou natuurlijk kunnen zeggen: koning Willem Alexander, want het is misschien best aardig om over de persoonlijke belevenissen van onze koning te lezen. Maar een goed blog kan niet zonder een vaardige pen, en ik weet niet of Willem Alexander lekker schrijft. Dat weet je pas als je teksten van mensen gelezen hebt.

Dit gezegd hebbende zou ik niets liever willen dan vanuit het hiernamaals dagelijks een blog ontvangen van mijn schrijfheld A.L. Snijders. Een postduif kan ‘m dan misschien komen brengen. Snijders is de meester van het zeer korte verhaal (zkv). Ongelooflijk welk een levenswijsheid hij in één alinea kan leggen. En dat dan ook nog eens gebracht met een verkwikkende lichtheid.

Ik lees nu het boek Verder ontken ik alles van Sander Donkers, een verzameling teksten van maximaal 150 woorden die gepubliceerd zijn op de voorpagina van de Volkskrant. Zijn observaties zijn haarscherp. Zo ziet hij een vrouw twee kinderen uit haar oude Volvo halen. Haar krullen slaan in haar gezicht, zo hard waait het. Ik citeer: ze wekt de kleuter met een kus en positioneert hem bij de achterklep. Ze gespt de baby los, legt die met één vloeiende beweging te rusten in de bocht van haar hals, schopt met haar hak het portier achter zich dicht en ziet dan dat een rukwind de halfslapende kleuter te grazen neemt. Net voor het hoofdje de straatstenen raakt, trekt ze hem aan zijn capuchon omhoog, om vervolgens met een monter ‘Ging net goed hè?’ de beginnende brulpartij te neutraliseren. Sander Donkers eindigt dan met het juiste woord op de juiste plaats: Vakwerk.

Dit is niveau A.L. Snijders. Van Sander Donkers wil ik elke dag wel een blog lezen. Hoeft niet per postduif, mag gewoon per mail.


Wij, bij Aanlegplaats, zoeken er al een tijdje naar, en we krijgen het maar niet scherp: wat maakt dat een blog echt goed is?
Ook lastig, omdat persoonlijke smaak hier een rol bij speelt. Net zoiets als kijken naar een schilderij of foto: je vindt het mooi of niet mooi. Toch kun je hier wel iets ambachtelijks over zeggen: hoe zit het met de compositie, het perspectief, de focus?
A.L. Snijders vertelde tijdens een masterclass: ‘Schrijf over jezelf, over wat je hebt meegemaakt, maar hou het daar niet bij, dan wordt het anekdotisch. Voeg verbeelding toe, dan wordt het interessant.’

Wat vind ik een mooie tekst? Jarenlang hing boven mijn bureau de spreuk ‘Moeilijk praten is gemakkelijker dan eenvoudig schrijven’. Niet elke volzin is zinvol. Ik ben allergisch voor onnodig gewichtig, ambtelijk en barok taalgebruik. Alsjeblieft geen gekunstelde taal die een zweem van literaire pretentie oproept. Aan de andere kant ben ik gevoelig voor stijl. Het gaat me vaak meer om ‘hoe’ iets gezegd wordt dan ‘wat’ er gezegd wordt. Dan heb ik het over zaken als: ritme, toon, spanningsboog, alliteratie, metafoor, punchline.

Dan kom ik op mensen als de eerder genoemde Snijders en Donkers, maar ook op iemand als Jean Pierre Rawie. Hij schrijft gedichten die te begrijpen zijn, hij schrijft – zoals hij zelf zegt – ‘geen wartaal’. Vaak dwingt hij zich bewust in het keurslijf van een sonnet. Zijn proza is doorspekt van archaïsch taalgebruik – schrik niet van een woord als onzentwege – waardoor zijn teksten een authentieke maar ook ironische toon krijgen. Heerlijk!

Nooit meer doen alsof (vangst #145)

Bloggers staan voor eerlijkheid, kwetsbaarheid en authenticiteit. Wat ze vertellen is misschien niet altijd helemaal waar, maar wel zo waarachtig dat het pijn doet aan je ingewanden – of op zijn minst een beetje jeukt. Deze week schrijven drie van hen over de struggles van het doen alsof – of het doen zoals, zoals Hannes Couvreur uitlegt. Sam Sterckx maakt komaf met het fake it till you make it mantra en leest een boek van Hemingway. Ingrid Verhelst tenslotte doet stukje bij beetje het verhaal van Maria uit de doeken, een vrouw van 81 die pas gelukkig werd nadat ze haar man Emiel vijf jaar geleden had laten gaan.

Zullen we vanaf nu afspreken dat wanneer autistische mensen zich proberen te handhaven in een neurotypische omgeving ze niet “doen alsof” maar “doen zoals”? Want “doen zoals” is wat we allemaal doen. We kopiëren elkaars gedrag voortdurend. Het is de meest fundamenteel menselijke manier om te leren. “Doen alsof” impliceert dat we iets doen tegen beter weten in. Idem voor “maskeren”. We “doen zoals” tot we, vaak tot wanhoop van onszelf en onze naasten, merken dat het ons niet lukt, dat het niet meer gaat. Vaak gaat dat gepaard met verwijten zoals “waarom kan je niet zoals x of y doen?” of zelfverwijten zoals “waarom kan ik niet zoals x of y doen?” We zijn niet zoals x of y. We zijn anders. En door het leven gaan zoals x of y dat doen, dat werkt voor ons niet.

Uit: Het verschil tussen “doen alsof” en “doen zoals” op Dit hoeft niets te worden

Iemand zei me ooit om nooit te tonen wat ik echt denk. Om te blijven gaan, terwijl het hart langzaam breekt. Elke dag doen alsof, tot zelfs je spiegelbeeld erin begint te geloven. Die persoon is al lang dood. Verteerd, tot er alleen maar aarde overbleef. Ik ben niet jaloers op mensen die zichzelf succes aanpraten. Zij die geloven dat hun masker eeuwig kleeft, vallen harder naar beneden.

Uit: Woensdag 22-11-23 op Kotsen op woensdag

De kerkdeuren piepten. Een man in een grijs kostuum liep de middengang door, sloeg een kruisteken en verdween in wat ik dacht dat de sacristie moest zijn. Maria leunde achterover, voor zo ver dat gaat op een kerkstoel, en staarde wazig voor zich uit. ‘Tijdens het feest was Emiel het toonbeeld van romantiek,’ zei ze zachtjes. ‘Hij offreerde mij de ene coupe champagne na de andere, en danste met zijn ogen dicht, één hand op mijn schouder, één hand op mijn billen. In de taxi naar huis keek hij zo diep in mijn ogen dat ik er draaierig van werd. Morgen ben ik in verwachting, dacht ik. Nee, dus … De deur van ons villaatje was nog niet goed dicht of hij draaide zich naar Jacques.’

Uit: De kronieken van liefde, lust en afzien – Maria – 5 op Ingrid Verhelst

ps Meer van Sam Sterckx? Ook hij heeft een bijdrage geleverd aan Kant en Wal #1, onze eerste publicatie. Het ideale eindejaarscadeau voor uzelf en al uw naasten. Bestellen kan hier.