Katrien Scheir, het interview

In een niet al te ver verleden exposeerde, schreef en regisseerde Katrien Scheir theaterstukken. Nu woont ze in Zuid-Frankrijk waar ze lesgeeft, schildert, illustreert en cartoons maakt voor Apache.be.

En schrijft.

Een blog, uiteraard, en in september 2021 debuteerde ze met ‘De man van het licht’ bij Uitgeverij Oevers. Op dit moment werkt ze aan een tweede roman, een geïllustreerd kinderboek en een reeks schilderijen.

Waarom ben je ooit met een blog begonnen?

Ik begon ermee toen ik nog theater maakte. Aanvankelijk was het bedoeld als reclame voor mijn werk, maar al gauw ging ik verhalen en beschouwingen posten. Het was een experiment. Ik beschouwde het als een aanloop, een wenk die al in de buitenwereld mocht voor een testpubliek.

Toen ik jaren daarna op straat belandde en mijn theaterwerk werd ontkend na een Me Too-situatie, moest ik mezelf letterlijk weer bij elkaar schrijven, mij met woorden bijeen vegen, mij schrijvend weer doen bestaan. Dat deed ik aanvankelijk in een dagboek. Ik heb al een aantal meters in dagboeken en ik houd er nog steeds een bij. Aantekeningen waaruit ik achteraf vaak materiaal put. Zoals Woningloze van Slauerhoff (‘Alleen in mijn gedichten kan ik wonen’) woonde ik toen echt in mijn dagboek. Het concept was aanvankelijk vrij: zowel beschouwingen, ideeën, persoonlijke gedachten en gezeur over familie, gedichten, recepten, citaten, namen, landkaarten, woorden, recensies. Daarna gingen de recepten toch in een ander boek want soms lag er een dagboek in de keuken open en drupte er tomatensaus op een citaat van Peter Sloterdijk.

In Frankrijk ging ik weer schrijven en daartoe activeerde ik ook mijn blog weer. Ik putte uit oud en nieuw werk. Ik wilde mijn werk naar buiten brengen, in de pers en bij een literaire uitgeverij. Die blog zag ik opnieuw als een oefening en aanloop daarnaartoe. Soms herschreef ik een tekst of maakte ik een nieuw stuk dat – anders dan een dagboek – al in de buitenwereld mocht. Ik schrijf : ‘anders dan in een dagboek’ omdat ik me bewust wil blijven van de grens die in deze tijden soms ook is opgeheven. Een periode van inkeer en werk in stilte en privacy kan tot veel rijkdom leiden, zoals de mythe van Persephone. Niet alles hoeft meteen op de (sociale) media te worden gegooid. Ik vind dat zelf een moeilijke oefening met verschillende kanten, want de mogelijkheid om je meteen te kunnen richten tot een publiek heeft ook iets democratisch en kansrijk.

Op mijn blog postte ik ook illustraties en schilderijen. Zo stond ik weer een beetje bij elkaar, een blik in mijn schrijfvertrek en atelier.

Het is best makkelijk, zo’n atelierplekje dat er altijd is, als je bv. in een verlaten kunstenaarshuis op het Zuid-Franse platteland woont. Ook nu beschouw ik de teksten als aanloop naar literair werk en pers. Soms wil ik dan weer alles wissen, vind ik het vroegere een last.

Het valt voor dat ik iets kwijt wil, en alles laat vallen om een blog te componeren. Anderzijds zijn er ook momenten dat ik niet veel blog, of er minder waarde aan hecht.

Uit sommige teksten distilleerde ik dan weer werk voor een roman of een gedicht. Ik zocht en zoek verschillende vormen, van een column tot een essay tot een kortverhaal en een artikel of bespreking.  Ja, ik beschouw het wel als een vormonderzoek waaruit allerlei kan ontstaan. Voorlopig is mijn blog nog een bonte verzameling, maar een consequente vorm, bv. wekelijks een zeer kort stukje, lijkt me wel sterk.

Wie zou er absoluut een blog moeten beginnen, en waarom?

Een heleboel mensen! Op facebook kom ik er soms tegen waarvan ik denk: verzamel je gedichten of  stukjes op een rustig plekje. Margo ten Kaat of Ank Kromkamp bijvoorbeeld. En Tom Wouters levert bijzonder fijne stukjes: ze zijn absurd, grappig of poëtisch.

Mijn Professor kunstgeschiedenis Paul Ilegems heeft een unieke stem. Ik zoek ook meer dadaïsten geloof ik. 

De scherpzinnige muzikale observaties van Carmiggelt zoek ik ook in een blog, geen kloon maar een nieuwe soort die rustig en vrolijk melancholiek observeert, je mag me altijd tippen.

Satirici, als ze nog niet zijn uitgestorven, moeten absoluut een blog beginnen, net als filosofen.

Laatste schreef de schilder Koen Broucke iets moois op facebook over landschappen, toen dacht ik: een blog over kunst, in de stijl van Rilke maar ook zoals wijlen Bernard Dewulf dat deed.

Ook ornithologen die kunnen schrijven, zoals bv. Hans Dorrestijn: begin een blog. Biologen zoals Dirk Draulans zijn broodnodig. Mensen die goed kunnen vertellen over natuur, dat is noodzakelijk in deze tijd.

Stella Bergsma publiceert al, ik vind haar een goede stilist. Ze voert ook een boeiende strijd op de media die ik best wel in een blog verzameld wil zien.

Amalia Vermandere kent veel van meditatie en yoga, wetenschappelijk en filosofisch onderbouwd. Ik denk, dat als ze af en toe een blog post, van een haiku tot een beschouwing, het als een artistieke, filosofische ademteug zal voelen.

Filip Van Zandycke is fotograaf en heel belezen en reiziger en Brusselkenner. Hij heeft een mooie blik, ik spoor hem bij deze aan om een blog te beginnen.

Wij, bij Aanlegplaats, zoeken er al een tijdje naar, en we krijgen het maar niet scherp: wat maakt dat een blog echt goed is?

Het gevaar van internet is de snelheid, het rechtstreekse. Er is ook geen beperking. Verwerking, beheersing, sublimering zijn waardevol en zeker in tijden waarin je meteen je braakbal kan droppen, waarin roeptoeteren en koketteren normaal is. Iets proberen te schrijven dat zich onderscheidt van rechtstreeks buikgevoel en breiwerkjes vol saaie ‘persoonlijke’ meningen, emoporno, drammerig namedroppen en kennisgeratel lijkt me wel wat.

Een goede blog kenmerkt zich misschien wel door veelzijdigheid, stilering en een eigen stem. Microkosmos in het universum. Het ik is niet zo hysterisch aanwezig en toch is het aanwezig door een persoonlijkheid en een eigen hoogstpersoonlijke blik. Ik vind het interessant als er in zo’n stukje wordt ingehaakt op een grotere wereld, de actualiteit, geschiedenis, een bepaald vak. Ik lees graag blogs die beschouwend werken, nuanceren of uitdagen, verrassen door stijl. Verslagen over literatuur, muziek, politiek maar ook eigen observaties, een beetje zoals in de boeken van Privédomein.

Absurdisme en humor mis ik soms in blogs, maar het hoeft dan ook weer niet met zo’n geforceerd peptaaltje, want dan zit er weer een plastiekje rond de ziel.

Net zoals in de literatuur vind ik l’ Art pour l’art en verzet in teksten niet altijd elkaars tegenpolen.

Toen ik ‘Het tijdperk van de huid’ van Dubravka Ugresic las, meende ik een blogvorm te herkennen, de blog verheven tot literatuur: zowel essay als verhaal als artikel als een beschouwing door een bijzonder hevige opmerkelijke stem, vol verzet en poëzie en schoonheid in een stukje tekst. Ik vond dat geniaal. Tijdens de lockdown ontstond er een nieuwe vorm van theater: Bovary, de theaterfilm, met Jaco Van Dormael en Michael De Cock van KVS. Ik denk dat een blog ook een nieuwe tekstvorm kan zijn.

RuPaul’s Drag Race is de essentie (vangst #68)

De blog van Ivo Victoria is terug. En dat is goed, dat is heel goed zelfs. We zouden echter geen blogplatform zijn als we langer bij de naakte feiten zouden blijven ronddobberen dan strikt noodzakelijk om de binnenweg naar onze gevoelens bij het gebeurde, onbevaren te laten. Ivo Victoria is namelijk terug met een slag om de arm waar wij bloggers het moeilijk mee hebben.

Lees zelf maar. Feit is: als ik op deze website weer wat blogjes begin te publiceren, dan weet je dat het bijna zo ver is. De motor draait warm, ik ga een aanloopje nemen, mezelf op gang trekken, en dan – net wanneer mijn blogjes een acceptabel niveau beginnen te halen – knijp ik er hier weer keihard tussenuit om mij aan the real deal te wijden, dan weten jullie dat vast, en het valt niet voorspellen hoeveel blogjes ik daarvoor nodig zal hebben.

Daar. De blog als middel en niet als doel. We zullen de reis en de bestemming in de sloot laten gisten, maar we mogen toch zeker nog wel eens herhalen dat the real deal een illusie is? Of alleszins, dat die real deal niets meer is dan een beschouwing van tien seizoenen van RuPaul’s Drag Race?

Logischerwijs ben ik halverwege seizoen 13 begonnen met kijken op MTV en dat alleen omdat Kandy Muse ruzie had met Tamisha Iman. Gefascineerd door het feit dat mannen, dressed as girls, ruzie maken als een stel hysterische wijven, moest ik wel blijven kijken. Wie zijn deze mannen en waarom hebben ze voor deze kunstvorm gekozen? Zelfexpressie, entertainment? En wat doen ze eigenlijk bij zo’n Dragrace?

Uit: Drag van Marita’s overpeinzingen

Of dit. Wat is er méér real deal dan een jongetje op noppenschoenen?

Ik leer bij! Inmiddels weet ik ook dat de stekels onder die stekelschoenen eigenlijk noppen zijn. Ze maken een mooi geluid, vind ik, of toch op straatstenen. Je moet Punkie zien lopen op die Nike-Superfly-weet-ik-veel-wats. “Doe het nog eens”, zeg ik. “Wandel nog eens heen en terug!” Klik, klak, klik, klak, op die dunne beentjes. Dan geniet ik. Punkie heeft pech met zijn supporter. Zij heeft geen verstand van de essentie.

Uit: Ongeschikt mens van An Olaerts

An Olaerts heeft wél verstand van de essentie, juist wel! Ze weet het goed genoeg. Zelfs Gilles, Ivo Victoria’s tegenspeler, weet het. Warmdraaien is de essentie.

‘Ben je al aan het schrijven?’ vroeg Gilles toen we in het steegje voor Kapitein Zeppos heus niet stonden te roken.
‘Bijna,’ zei ik.
‘O, ben je het aan het uitstellen?’ riep hij verlekkerd. ‘Ben je het aan het opbouwen in je hoofd?’
‘Ja,’ zei ik. ‘Zoiets.’
‘Heerlijk,’ zei Gilles. Hij zuchtte en keek me aan alsof hij aan seks dacht, en wellicht was dit ook zo.

Uit: Bijna. van Ivo Victoria

Voor wie doen we het (niemand gevangen?)

Voor wie doen we het?

Voor die ene lezer die even monkellacht, het uitschatert, een traan wegpinkt, even stil wordt?

Of tellen de aantallen, en willen we er veel van, van die lezers?

Bloggers hebben het er over. 1000 per dag, voor Vitalski, 150 à 200 voor Pascal Cornet, zonder facebook mee te tellen, ‘slechts’ 22 per post voor Joost Elli.

Ter referentie: Nietzsche verkocht – gemiddeld – 212 exemplaren van zijn boeken, een Nederlandstalig romandebuut blijft onder de legendarische 500 …

Wij, bij Aanlegplaats, stellen ons de vraag: voor hoeveel lezers doe jij het? Maakt het iets uit?

Antwoorden in de comments, graag!

(Aanlegplaats heeft overigens gemiddeld 30 lezers per dag, en het maakt ons uit, vanuit de doelstelling om bloggen meer zichtbaarheid te geven in de literaire wereld)

Houdt de dief! (vangst #67)

Eerlijkheid is een verdomd lastig begrip. Mag je stelen van de rijken? Hoe rijk moet die rijke dan precies zijn, en hoe arm jij? Veruit de meeste schrijvers in onze haven kwamen aan per roeiboot, enkelingen slechts met een oligarchisch jacht.

En zo neemt Viktor Frölke het op tegen de Grote Boze Banken, en Eliane De Bleser tegen de kleine kruidenier met een scherp oog. Helden zijn het, in pyjama toch, volgens onze favoriete briefschrijver, die zich al spontaan in gevangenisplunje hult.

Dus bij mijn pensioen over tig jaar
vijf euro tegemoet kan zien

Bruto, per maand, dat is.
Amper genoeg, dunkt me,
voor een pak bevattende één dozijn
Etos Incontinentiebroekjes.
Maar elke druppel telt.

Uit: Druppels van Viktor Frölke

‘Ik zal het nooit meer doen. En ik heb me op tijd bedacht. Ik heb alles teruggelegd.’

‘Ja, maar we hebben je bijna op heterdaad betrapt.’

‘Net niet. Er is niks gebeurd. De spullen liggen terug in de rekken.’

Uit: Of bij de kruidenier op Anderewoorden

Het heldendom was sowieso nooit een rol die mij aansprak. Ik was altijd liever indiaan dan cowboy (toen waren cowboys nog helden), liever boef dan politie. Ik had zelfs een heus zwart-wit gestreept gevangenispakje, bol met beenketen inclusief.’ 

Uit: Waarom het beter is de held te zijn op Brieven aan mijn zoon

Na de zondvloed (vangst #66)

Zonder Jeroen Brouwers had de blog Aanlegplaats allicht nooit bestaan. Het zit zo: lang geleden zag ik tijdens het voorbijrijden het herkenbare gezicht van oud-studiegenoot Dirk Van Boxem terwijl hij in de winterregen op de tram stond te wachten. Thuis dacht ik: wat zou er toch van hem geworden zijn en toetste zijn naam in een zoekmachine in. Zo las ik een erg mooi verhaal dat Dirk in De Brakke Hond had gepubliceerd en waarin een prominente rol voor een boek van Jeroen Brouwers was weggelegd. Ik contacteerde hem en een vriendschap werd herboren. In de begindagen van onze respectievelijke blogs moedigden we elkaar aan – meestal in café Het Been, vernoemd naar de door ons zo bewonderde Willem Elsschot. Over Elsschot waren we het roerend eens, maar over Jeroen Brouwers konden we urenlang discussiëren. Ach, hoe heerlijk is het niet om je te verliezen in je eigen vooroordelen en op het eind te moeten toegeven dat er niets is, wat niet iets anders aanraakt.

Deze week dan ook twee stukken in onze vangst over de betreurde schrijver. Een mooi eerbetoon van Erik Herbosch in de sprekershoek van de schrijverij over wat Jeroen Brouwers eigenlijk bedoelde met zijn waarschuwing om het woord ‘maar’ spaarzaam te gebruiken. En het woord ‘eigenlijk’ verticaal te klasseren. Edoch even boeiend is het met weldoordachte kanttekeningen gestoffeerde stuk van Philippe Clerick over Brouwers, Karel van het Reve en Willem Elsschot. Tot slot enkele prachtige bedenkingen van Anton Voloshin, fragmentarisch neergeschreven en culminerend in de allerblauwste januarimaandag.

Tijdens het tandenpoetsen viel het mij in.

Natuurlijk hadden wij de meester fout begrepen. Hadden we zijn punt helemaal gemist. Slechte verstaanders waren wij. ‘Maar’-tellertjes. Mierenneukerig hadden we ons gefocust op dat ene woord en helemaal niet begrepen waar hij werkelijk op doelde. Die ‘maar’ was slechts een detail. Een voorbeeld. De man bedoelde het natuurlijk ruimer. Dat een schrijver van enig niveau dient stil te staan bij elk woord dat hij aan het blad toevertrouwt.’

Uit: maar jeroen van De Sprekershoek van de Schrijverij

‘Door Jeroen Brouwens is mijn leven een stuk lastiger dan het anders geweest zou zijn. Ergens heeft hij gezegd of geschreven dat een schrijver die meer dan twee keer het woord ‘maar’ gebruikt op één bladzijde bewijst dat hij zijn vak niet kent. Als ik een argumenterend stukje schrijf, heb ik vijftien keer ‘maar’ gebruikt voor ik het weet. Daar probeer ik er dan enkele van te schrappen. Een enkele keer kun je ‘echter’ of ‘evenwel’ of ‘daarentegen’ schrijven, maar in de meeste gevallen moet je hele zinnen herschrijven om de noodzaak van een voegwoord weg te nemen. ‘t Is een heel karwei.

Uit: Jeroen Brouwers, Karel van het Reve en Elsschot van Philippe Clerick

Bijna alle aanwezige mannen zijn lelijk – niet op de coole rockstermanier, noch op de rozig-onbeholpen manier van bepaalde types kindmannen op fantasyconventies, maar complexloos lelijk. Daar kan ik nog wat van leren. De meeste dames zien er niet veel beter uit, of hebben een ruw geschetst soort aantrekkingskracht waar live-love-laugh-wijnmama’s afkeurend naar zouden kijken. Dit is mijn volk, ik kan het niet ontkennen.’ 

Uit: winterkaartjes van Anton Voloshin

Hup, in je context! (vangst #65)

vandaag vragen deze drie items om uw aandacht. zij ook al.

Eigenlijk vier items zelfs, want ook bovenstaande werd gevangen in onze haven. Het vormt de introductie tot enkele boeiende inzichten van ‘poëtisch werker’ Dirk Vekemans en werden door ons hier schaamteloos uit de context gehaald. Gewoon omdat het goed uitkwam.

En dat is dus exact waar de drie items van vandaag tegen strijden. Zij plaatsen alle drie, op zeer uiteenlopende manier, de zaken opnieuw in hun context. Marc Vanfraeghem doet het met de veelgeciteerde waarschuwing van Juvenalis, over het gevaar van een lange vrede. Blijkbaar waarschuwde de Latijnse satiredichter niet voor de gewenning aan weelde in het algemeen – nee; hij waarschuwt voor de zeden van de Romeinse vrouwen, die zich zonder oorlog te buiten gingen aan drinkgelagen en vreetpartijen. Gerbrand Bakker lijmt voor ons de verschillende puzzelstukjes van de carrière van de verder volstrekt onbekende acteur Peter Berkhof aan elkaar, die schittert in reclame voor én een traplift én een versterkend middel voor de ouder wordende mens. Verlies de context uit het oog en ten prooi val je, aan reclame – of aan een simplistisch wereldbeeld. Als kers op de taart zet Johan De Crom in een fictief interview met Conner Rousseau dan ook diens veelbesproken Molenbeek-uitspraak in de context. Hèhè.

Opdat de waarachtigheid – meer nog dan de waarheid – moge zegevieren.

Ware orgieën richten zij aan, tot ver voorbij middernacht. Normen en waarden – een wending die je vandaag wel meer ontmoet – ‘vervallen in een decadent genot van dronken minnen.’ Ze zien het verschil niet meer tussen een hoofd of een lies. Op weg naar huis laten zij hun draagstoel halt houden bij het oude altaar van de Kuisheid, de Pudicitia. Daar pissen zij met felle stralen tegen het beeld van de godin, en bekruipen elkaar terwijl er geen man te zien is.

Als jij ’s ochtends naar je werk gaat, trap je in de pis van je vrouw: tu calcas luce reversa coniugis urinam.

Begrijpelijk dus dat men in ernstige militaire beschouwingen zich beperkt tot het korte citaat.

Uit: Het gevaar van een lange vredestijd van Victa Placet Mihi Causa

Kijk, dat kan dus niet. Of je hebt een lift nodig om de trap op en af te komen óf je rent vanwege een versterkend product diezelfde trap op en af (en moet dan maar hopen dat iemand die lift aan de kant heeft gemanoeuvreerd). Peter Berkhof kan daar weinig aan doen, die wordt gewoon ingehuurd. Die speelt zijn rol. De vraag is hoe geloofwaardig wij reclames achten te vinden.

Uit: Lekker de trap op rennen van Gerbrand Bakker

“Beeld je in dat je als modale burger een conflict met je huisbaas wil aankaarten en je stoot op iemand met zo’n sjaal, die mogelijk nog nooit in z’n leven een appartementje heeft moeten huren. Gaat die jouw dossier eerlijk behandelen? Wij willen luisteren naar de modale Belg die zich hierbij niet veilig voelt. Ik zeg niet dat het burberrysjaalverbod er morgen moet komen, maar laat ons met alle democratische partijen het debat voeren.”

Uit: “Als ik door Brasschaat rijd, voel ik me ook niet in België” van Johan De Crom

De vangst van Vitalski (vangst # 64)

Een fijne blog is die van Jan van Mersbergen, de Amsterdammer die onder het pseudoniem Frederik Baes al diverse toffe thrillers schreef, maar die in Vlaanderen eerder gekend zal zijn om zijn diverse interviews met literatoren voor De Morgen. Al een geruime tijd publiceert hij op zijn blog met hoge regelmaat korte maar inzichtelijke boekenrecensies. Sinds kort zijn daar echter ook zijn dagdagelijkse bespiegelingen, steeds een beetje “zen” en inzichtelijk. Hopelijk gaat ie daar bedrijvig mee voort.

www.janvanmersbergen.nl

Het Leven Als Voorlopige Oplossing.

Pas echt een blog naar mijn hart. Al bezig sinds 2005, dus exact even langdurig als ik zelf, én net zo frequent aangelengd, met name quasi dagelijks. Lekker voyeuristisch, met “amateur”-foto’s uit het eigen, dagelijkse leven, recensies, en one-liners zoals deze: ‘Geen wolk te bespeuren behalve de langzaam verbredende condensstreep van een verloren gevlogen straaljager.’ Soms ook zelf vervaardigde grafiek. Dit alles aangenaam pretentieloos.

pascaldigital.blogspot.com

Beroemder is terecht de blog van de niet te volprijzen Marc Cloostermans, de geniale recensent romancier. Totaal professionele boekbesprekingen en eigen, integrale feuilletons kan je hier zomaar oppikken… In een zeer originele lay-out, bestaande uit een raster van allemaal uitdagende venstertjes…

markcloostermans.blogspot.com

Vitalski, het interview

In het land der bloggers kan er maar één de koning zijn en dat is Don Vitalski. Nieuwsgierig naar de inzichten van de Don belde ik op een mooie lentedag aan, gewapend met de drie standaardvragen van Aanlegplaats. Omdat de zon reeds uit de tuin was verdwenen, lieten we de uitnodigende hangmat links liggen en verkasten naar de bibliotheek waar het volledige oeuvre van Gerard Reve aandachtig met ons meeluisterde. 

Ik heb een zwak voor Vitalski die ik al volg sinds hij als twintiger vol dadendrang columns in de Week/Up schreef waarin hij regelmatig een donkerharige schoonheid, die je eerder in Tel Aviv zou verwachten, opvoerde. In zijn boeken en theaterstukken wisselt Vitalski moeiteloos branie, verfijning, meligheid, poëtische brille en soms hyperintelligente terzijdes af. Nooit vergeet ik de dag dat hij in een cultureel centrum in Deurne – na eerst zijn fans op de balkons te hebben begroet – het gedicht Hond vond ons tof voordroeg. Nooit heb ik in een theaterzaal harder gelachen. 

De geniale dichter en oprichter van Circus Bulderdrang wees een stoel aan, zette barokmuziek op en strooide uit de losse pols chips over de tafel uit – niet wetende dat ik dertien dagen geleden het snoepen volledig had afgezworen. Cold Turkey. ‘Ik wist niet dat je aan snoepen verslaafd kon zijn.’ Verheugd dat ik de schrijver van de encyclopedie van vreemde feiten IJsberen kunnen skateboarden iets had kunnen bijleren, luisterde ik aandachtig naar een gloedvol betoog over bloggen.

Bij het afscheid schonk Vitalski me een exemplaar van zijn autobiografie Ik slaap als een croissant. Een boek dat hij in 2011 op veertigjarige leeftijd had geschreven. Al na enkele pagina’s begreep ik niet waarom het bij verschijning de wereld niet stormenderhand had veroverd. 

‘Zolang je niet weer wanneer je sterfdatum is, kan je onmogelijk te vroeg aan je autobiografie beginnen.’

En dan geven we nu het woord aan Don Vitalski.

Waarom heb je een blog?

‘Het voordeel van een blog – en de reden waarom ik er een voer – is dat je met die blog rechtstreeks, op de ultrakorte bal en zonder een intermedium, met je fans kan communiceren. In die zin ben ik blij dat ik nog net op tijd ben geboren om van die mogelijkheid te kunnen genieten. Want altijd afhankelijk zijn van de officiële media om je ding te doen is eigenlijk de hel. Dat je nu je goesting kunt doen is fantastisch.’

‘Oorspronkelijk was het maar een middel om reclame te maken voor mijn andere producten. Mijn boeken en theaterstukken. Maar geleidelijk werd de blog een doel op zich, zelfs in die mate dat het nu ongeveer het belangrijkste is wat ik doe. Omdat ik er duizend mensen per dag mee bereik schat ik het belang ervan hoog in. Duizend man. Dat is een schouwburg vol. Ik ben er dagelijks gemiddeld bijna twee uur mee bezig en soms denk ik: wat zit je nu weer aan die blog te prutsen; maar voor een volle schouwburg zou ik ook de moeite doen om vooraf enkele uren te repeteren. En het idee dat iemand in Alaska maar op één knop moet drukken om het te kunnen lezen is fenomenaal. Wat stelt een gedrukt boekje of een optreden in Erps-Kwerps dan voor in vergelijking met een blog die je tot in Kamtsjatka kan bekijken? Mensen die nu tien zijn vinden dat geen wonder, maar ik sta nog met één been in het antieke tijdperk en zal tot mijn dood aangenaam geschokt naar dit fenomeen kijken. Voor onze kinderen is het doodnormaal. Uiteraard heb je lezers in Alaska…’

‘Het goede is ook dat de blog de veelheid aan dingen waar ik mee bezig ben synthetiseert. Mijn  diversiteit valt er op een transparante manier mooi samen. 

Ik betrap mezelf er tegenwoordig op dat wanneer ik twijfel om naar een feestje te gaan, ik toch vaak mijn jas aandoe en vertrek omdat ik dan wat foto’s kan maken voor mijn blog. Soms ben ik al vijf dagen thuis zonder dat ik het gevoel heb iets te missen, maar dan verman ik me en denk: mijn lezers gaan het leuk vinden als ze zien dat ik nog eens heb rondgehangen met den dien of den dien.’

Wie zou er absoluut een blog moeten beginnen?

‘Wel, veel mensen van wie ik tof zou vinden dat ze een blog zouden hebben, hebben er effectief reeds een. Zo ben ik bijvoorbeeld een grote fan van Blondie en de leadgitarist Chris Stein houdt er eentje bij. Maar toch surf ik er niet vaak naartoe, want het durft weleens tegenslaan.’

‘Maar ik ga een specifieker op het Nederlands taalgebied gericht antwoord geven. De Nieuwe Contrabas heeft een podcast en die is uitstekend maar sinds het ontstaan van die podcast is de oude blog van Chrétien Breukers – De Contrabas – waarin hij zo meesterlijk over zijn wedervaren schreef, verdwenen. Ik wil dat Chrétien Breukers opnieuw blogt. Dit terzijde. De Nieuwe Contrabas is een heel sterke podcast. Hoe de twee gastheren in het programma boeken subtiel fileren zonder ze daarom allemaal af te branden. Zo moet het. Dàt is goede literaire kritiek. Ze vertrekken vanuit een belezenheid en met een goed onderschraagde mening en zijn anti-hypocriet.’ 

‘Misschien Rudi Vranckx? Die heeft een boeiend leven.’ 

‘Maar ik vind het wel een voorwaarde dat een blog dagelijks wordt opgevolgd. Daarom is mijn overgave zo frontaal. Mensen die mij volgen weten: als ik vandaag naar Vitalski blogt surf krijg ik nieuwe prikkels. Elke fucking dag opnieuw. En dat doe ik al onafgebroken sinds 2006. Ik ben al zestien jaar lang élke dag aan het bloggen. Zou er nog iemand op aarde zijn die dat kan zeggen? Het is mijn tweede natuur geworden. Zelfs als ik om drie uur ’s nachts doodop thuiskom en de volgende dag om zeven uur moet opstaan: zelfs dan moet ik bloggen. Ik kan niet niets aan die blog doen. Dat is onmogelijk. Ik voel mij niet verplicht om te werken, maar ik voel me onbehagelijk als ik het niet doe. Ik zucht onder het onvermogen de leegte toe te laten. En dat is vreemd want ik wil het work-aholisme zeker niet verheerlijken. Ik ben eigenlijk tegen workaholics. Er zijn al meer dan voldoende boeken, theaterstukken en balletvoorstellingen geschreven dus in wezen maken al die workaholics zich belachelijk.’ 

‘Bart Van Loo zou ook mogen bloggen. Niet als wetenschapper van de Franse cultuur, maar als autobiograficus van iemand die wegkwijnt in het verre Moorsele. “Vandaag ben ik om negen uur opgestaan, heb koffie gezet en over de velden gekeken.”’

‘En Chris Van Camp moet bloggen omdat er nog altijd te weinig vrouwelijke columnisten zijn en temeer omdat zij er eentje is waar geen vernislaag op zit. Want tegenwoordig schrijven veel columnisten – naar mijn smaak – te afgeborsteld. Chris Van Camp is een gezond mannelijke columniste. Eigenlijk is het een wonder dat zij niet blogt.’ 

‘En Johan Petit natuurlijk. Die heeft een tijdje een column gehad in het tijdschrift Zone 03. Klein Jowanneke. Daarmee is hij beroemd geworden. Johan is een Louis Paul Boon-achtige schrijver die elke dag iets zou moeten publiceren.’ 

Wat is voor jou een goede blog?

‘Ik vind de meeste blogs niet goed omdat ze een té afstandelijke lay-out hebben. Eigenlijk kan je niet anders dan met het lettertype courier werken. Omdat het een huiselijk lettertype is met een literaire atmosfeer. Bovendien moet er in blogs – dit is cruciaal – als je een dubbele e schrijft zoals in ‘weêr’, op die tweede e een kapke staan én de combinatie ij moet als ypsilon worden genoteerd. Dat zijn belangrijke voorwaarden om een leesbare blog te verkrijgen. En ik meen het, want digitale teksten zijn te inwisselbaar. Ik heb een tekst voor mijn neus van iemand uit Alaska en ik druk op een knop en lees een stuk van iemand uit Lapland en die zien er eenvormig uit. Van de miljarden teksten die je nu op het internet kunt lezen is het letterlijk zo dat als er één pagina – sterker nog: één alinea – tussenzit die door mij is geschreven, dan haal je die er zo uit. Als je aan een willekeurige lezer vraagt om uit een miljard teksten aan te duiden welke door Don Vitalski is geschreven dan haalt hij die er gewoon uit. Is dat niet ongelooflijk? Ja maar: is dat niet ongelooflijk!?’

‘De echte reden waarom ik zo schrijf is dat je weerhaken moet creëeren in teksten op het internet, want je ogen glijden er anders overheen. Maar in courier én met weerhaken in de spelling hou je het oog van de lezer bij je. In het begin haken ze erop af. “Hoe schrijft die gast nu met al zijn ypsilons?” Maar je komt toch terug en na een paar weken wil je niets anders meer. In het begin lusten wij ook geen cola, maar op den duur wel.’

‘En inhoudelijk? Ja, daar heb ik ook over nagedacht. Het is extreem belangrijk dat je dàgelijks blogt. Bovendien moet je een combinatie bieden van exhibitionistisch autobiografisch actueel – dat wil zeggen: de lezer moet kunnen binnengluren in uw leven vandaag en dat in al zijn banaliteit; je hoeft heus niet met koningin Mathilde op de foto, het mag gewoon koffiedrinkend bij je moeder zijn. Maar je moet als lezer dat voyeurisme kunnen genieten. Je moet op de autobiografische schoot van de auteur kunnen gaan zitten. Dit allemaal enerzijds. Anderzijds moet het autobiografische worden overladen met culturele referenties, boekbesprekingen, politieke meningen. En die recensies mogen ook wel gelardeerd zijn van subjectiviteit. “Toen ik deze film zag had ik een koptelefoon op en was ik rijstpap aan het eten.” Terwijl ik het in de klassieke media niet kan verdragen dat een recensent zichzelf groter maakt dan de voorstelling, vind ik het voor een blog noodzakelijk. Maar je moet beiden combineren. Het autobiografische én de referenties. Als je maar een van de twee doet blijf je niet boeiend.’

Don Vitalski, de koning der bloggers

Gerbrand Bakker

Gevierd schrijver, columnist, hovenier, ondertitelvertaler en schaatsinstructeur Gerbrand Bakker schrijft meesterlijke stukjes op Gerbrand Bakker – dingetjes enzo. Hij geeft ons een directe kijk in zijn hoofd en leven, waar gedoe met boeken en schrijvers, hilarische ontboezemingen en ongezouten meningen een geniaal chaotische stoelendans doen. Met chips en nootjes!

Sigrid Kaag. Spijt als haren op onze hoofden. Wat een sof, we deden het om eventueel eindelijk eens een nieuwe minister-president te krijgen. Maar we hebben onze les wel geleerd. Strategisch stemmen is er hier in huis niet meer bij. 

Oefeningen in rusteloosheid

Hoe was je wandeling?, vroeg mijn vrouw wanneer ik ontdaan in het deurgat verscheen. Niet zo best, zei ik. Het liep niet zoals verwacht. Ik kreeg het benauwd. Bij momenten was ik volledig de weg kwijt. Mijn vrouw schudde zuchtend het hoofd. Neem volgende keer gewoon de hond mee.

Op zijn mooi vormgegeven website Oefeningen in rusteloosheid is het Koen Vandenborre die ons de weg wijst, tussen poëzie, verhalen, meningen en – onze favoriet – persoonlijke blogstukjes. Hier komen alle genres samen, door de passage van een wipschieter, de herinnering aan een voetballer, of andere innerlijke dwalingen. Laat uw hond maar thuis.