De dictator van de filmzaal (vangst # 118)

Hoewel ik niet in God geloof, dacht ik lange tijd dat Karel van het Reve God was. Nog langere tijd hield ik mezelf voor de grootste kenner van zijn oeuvre in België. Tot ik de blog van Philippe Clerick ontdekte en besefte dat de stilist uit West-Vlaanderen de enige echte paus van het ware geloof is. Groot was mijn vreugde toen Philippe Clerick, geïnspireerd door het boek De Zelfdenker van Willem Melching – de net verschenen biografie over van het Reve -, niet minder dan zeven dagen na elkaar een stuk over Karel van het Reve schreef. Een wondermooie tijd die de teleurstelling omwille van het uitblijven van de lente enigszins verzachtte.

Uit die reeks selecteerde ik het eerste stuk, maar laat het vooral een uitnodiging zijn om ze allemaal te lezen. En mocht u Karel van het Reve nog niet kennen, lees dan aansluitend zijn Verzameld Werk (deel 1 t/m 7). Want (van het) Reve doet Leve. 

Er is weinig dat me meer stoort dan pratende mensen in een cinemazaal. Sterker nog: ik laat veel van mij afglijden, maar niet tijdens een filmvoorstelling. Dan balanceert de argeloze fluisteraar op de rand van de afgrond. Het is sterker dan mezelf. Want elke keer sta ik op om er iets van zeggen. In een filmzaal ben ik een dictator. Groot was dan ook mijn gevoel van herkenning tijdens het lezen van het stukje van Marieke Groen. Voor een verlicht dictatorschap in verduisterde zalen: stem Marieke & Jo!

Net als bij Karel van het Reve was ik vanaf de eerste zin een fan van de schrijfstijl van Julie Cafmeyer. Er schuilt een poëtische kracht in haar van alle ruis ontdaan proza. Met weinig woorden sorteert ze veel effect. In haar begindagen, toen ze enkel op haar blog publiceerde, klampte ik vaak vrienden en vreemden aan met de vraag of ze het ook niet de hoogste tijd vonden dat de getalenteerde Julie Cafmeyer een column zou krijgen in de landelijke pers. Gelukkig kreeg ze die ook. Nu klamp ik dezelfde vrienden en vreemden aan met de vraag of ze ook zo benieuwd zijn naar haar binnenkort te verschijnen debuutroman.  

Maar lees in afwachting van die hoogdag eerst haar stuk in de vangst van de week.

‘De rechter zegt: “De feiten hebben een zekere ernst en brengen een disfunctie in de moeder-­zoonrelatie aan het licht.”

Hij spreekt ‘disfunctie’ uit alsof het een vreemd soort ongedierte is. Kakkerlakken met een groene gloed die zo snel mogelijk bestreden moeten worden.

Hij kon ook zeggen: “Laten we eens kijken waarom een moeder zich zo machteloos voelt. Wat heeft een vrouw nodig zodat ze de energie heeft om haar zoon te omhelzen?”’

Uit: Revalitiserende rozemarijnolie van Julie Cafmeyer

‘De hele tijd zat ik te wachten tot de vrouw weer iets ging zeggen. En als ze dat deed wachtte ik tot ze stopte. Ik verlangde ernaar te weten hoe de mensen achter me dachten over het gefluister. Of zij wilden dat er iemand ingreep. We zaten al een halfuur, misschien drie kwartier in de film toen ik het niet meer uithield. Ik draaide me opzij en zei: ‘Willen jullie stoppen met dat gefluister, het is heel storend.’’

Uit: Fluisterende vrouw van Marieke Groen

 ‘Wat we over Karels karakter te weten komen is niet nieuw, maar ik word het nooit beu. Hij was gierig voor zichzelf en vrijgevig voor vrienden; hij koketteerde met zijn luiheid maar werkte hard om geld te verdienen; hij was een meester van de ironie, maar meende wat hij zei en schreef; in zijn omgang met studenten was hij hartelijk maar terughoudend; hij hield niet van moraliseren maar was erg gesteld op rechtvaardigheid; hij hield hartstochtelijk van de Russische literatuur maar ontkende het bestaan van de Russische ziel; hij was professor in de letterkunde, maar hij publiceerde amper in vaktijdschriften; hij schreef een prachtig gedenkstuk over zijn leermeester Bruno Becker, maar in zijn brieven noemde hij hem bij leven ‘de oude lul’; hij verafschuwde geweld, maar hij joeg op een literair debat de schrijver A. Moonen** met ‘een paar welgerichte stompen’ van het podium waar die ongevraagd was opgeklommen; hij was buitengewoon rationeel, maar in de politiek stemde hij voor de sociaaldemocraten wier programma hij op rationele gronden verwierp; hij deed niets liever dan lezen en schrijven, maar hij ging nog liever zeilen.’

Uit : Een nieuwe Karel van het reve-biografie van Philippe Clerick

Lef (vangst #117)

Op het terras kijken dagjesdrinkers ons toe. Niet-randonneurs. De leegheid van die levens schokt me. 

Neemt u het vooral niet persoonlijk.

Het leven is onvoorspelbaar, en, zo leert ons de eerste van de vier edele waarheden van Boeddha, vol met onverwachte wendingen. Die brengen angst met zich mee, want al houden we van extremen en uitdagingen, dood gaan we over het algemeen toch niet zo graag.

Onze bloggers (Eveline Vanhaverbeke, Ivo Victoria en Herman Loos) kijken deze week de uitdaging recht in de ogen. Met lef, en een klein hartje. Daarom houden we van ze.

Ik ging zitten. Stelde een plan op, noteerde zinnen die ik moest inprenten in mijn geest, waarmee ik de angstgezel moest kunnen verjagen.

“Niet handelen vanuit een angst voor de dood.”

Wel handelen vanuit een liefde voor het leven.”

Het stond op papier. De eerste stap was gezet. Nu volgde het oefenen.

Uit: Leven in schijfjes op Flow with life

Ik kleedde me aan, poetste mijn tanden, bekeek mezelf in de spiegel. Ik las ergens, onlangs, weet niet meer waar, dat de kunst erin bestaat om het leven niet te persoonlijk op te vatten. Steeds minder mensen lijken het te kunnen, of te willen. Alles is persoonlijk in deze tijd. Ze moeten jou hebben. Nee, dacht ik. Nee, nee, nee. Zo iemand ga ik niet zijn. En ik liep naar boven, smeerde mijn boterhammen, en tegen de tijd dat ik op de fiets sprong waren de vierentwintig uur voorbij en kon ik gewoon verder met mijn leven, voor minstens een maandje of zo.

Uit: Een schitterend verval (2) van Ivo Victoria

Toen ik nog tegen de Pyreneeën woonde, ben ik vaker gestorven bergop dan me lief is. Ik herinner me beklimmingen van Pla d’Adet, een rotklim, waar ik zelfs slalommend nauwelijks vooruit geraakte, ik herinner me liggen in de graskant halverwege de Peyresourde, een hongerklop even voor de top van de Aubisque.

Het schemert steeds dieper. De drie rode lampjes voor me komen opnieuw dichter. Ze wachten. Ik schakel groter en maak tempo. Met vier hebben we een faar ter waarde van de verlichting van een stevige pikdorser. 

Uit: Zo te sterven in het zadel met je benen van papier op Here comes Herman

Deze bloggers voorspellen uw toekomst (vangst #116)

Sommigen vinden dat de gevel van hun huis, die nu ook te zien is op Google Street View, onherkenbaar moet worden gemaakt. Maar dat is toch te gek? Een gevel is toch een gevel en dient nu toch net om gezien te worden? 

Onze bloggers kijken niet op een tijdreis meer of minder. Pascal Cornet gaat deze week terug naar 2011 om aldaar de toekomst te voorspellen (hij herpost zijn beste stukken in een serie die onheilspellend ‘afscheid van mijn digitaal bestaan’ heet), Eliane De Bleser teleporteert zichzelf naar 2050 en Marc Vanfraechem blikt eveneens vooruit – met behulp van een tripje de geschiedenis in uiteraard. In dit geval niet tot de gebruikelijke jaren dertig, maar tot de sombere jaren negentig van de Franse Terreur. Hou je vast, daarrrr gaan we!

Toen regeerde de Deugd. Onkreukbaren zoals Robespierre of Saint-Just hielden daar strikt de hand aan. Boeken werden verboden en mensen geguillotineerd. Wat dat betreft loopt woke vandaag hooguit enkele trainingsrondjes. Beetje manieren leren aan Rowling, Dahl of Fleming, en bij ons aan Lindgren en Dante. Paar woordjes vervangen of schrappen. Of een rector die privégesprekken openbaar maakt en eigengereid sancties oplegt. Maar dat werkt wel, en smaakt wellicht naar meer want zo’n onverlaat kan rustig zijn gang gaan zonder dat het academisch personeel hem vertelt dat hij mag ophoepelen.

Uit: Klein beginnen van Victa placet mihi causa

Interessante gedachte overigens: hoe ouder de foto’s zullen worden, hoe meer schimmen er zullen rondwaren in de straten van Street View en dan wordt Google Street View wérkelijk interessant omdat we ons dan eindelijk een idee zullen kunnen vormen van het hiernamaals.

Uit: Straatzicht van het leven als voorlopige oplossing

‘Na verloop van tijd zal ik twee keer moeten duwen om hetzelfde resultaat te hebben,’ zei ze. ‘En na een jaar of zo drie keer. Maar het toestel zelf kan niet stuk, hoeft niet opgeladen te worden en zal nooit verslijten.’

Uit: Geluk anno 2050 (of eerder) van Andere woorden

De vangst van Andy Fierens (#115)

Foto: Jo Komkommer ‘Domweg gelukkig zijn aan de oevers van le Lac de Neuchâtel’

“Een goede blog moet vooral verrassend zijn. Het moet me niet bevestigen in hetgeen ik al weet. Dat je iemand leest en denkt: maar zie, er is nog een heel andere wereld! Wat een opluchting.”

Hoewel dichter/ schrijver/ zanger/ performer Andy Fierens in zijn interview zelf verklaart niet ambitieus te zijn – “Het is mijn ambitie om ooit ambitie te hebben” – is ambitie nu net een terugkerend element zijn in de recente inhoud van zijn favoriete blogs. Jo Komkommer trekt naar Neuchâtel om herinneringen te sprokkelen voor zijn afstudeerproject Fotografie. Vitalski geeft ons een wekelijkse portie alternatieve feiten. Wim Oosterlinck interviewt topdokter Piet Hoebeke over zijn drie favoriete boeken.

‘Dat is mijn jongste zoon Thibaut’, sprak de moeder trots en ze wees een volwassen man aan die uiterlijk veel van mij weg had. Stevige kin, geblokt gebouwd, eerder klein van postuur. ‘Hij woont in Verbier waar hij ’s winters skimonitor is en in de zomer parapente-instructeur. En dit is zijn Canadese echtgenote met hun twaalfjarige dochter Maude. Het meisje barst van het skitalent en zit in de Zwitserse nationale skiploeg.’

Als voetbalvader hield ik me redelijk afzijdig, ook omdat mijn dochter niet voetbalde. Maar als achteroom van het grootste skitalent van Europa was ik niet in te tomen. Cortina d’Ampezzo kwam in 2026 allicht nog te vroeg, maar dat op de winterspelen van 2030 een nazaat van het meisje met de tennisracket olympisch goud zou winnen stond nu al vast.

Uit: Het meisje met de tennisracket op Komkommertijd

oorspronkelyk waren gladiatoren slaven en overwonnen vyanden van verre streken, maar in de loop van de eerste eeuw voor christus zien we de tendens van vrywillige gladiatoren; freelancers als het ware, die werden aangetrokken door het geld en de roem. dat waren vaak sukkels die van geen hout pylen wisten te maken, maar soms ook aristocraten, ja zelfs senatoren, die gewoon wilden laten zien hoe goed ze wel niet konden vechten.

Uit: alternatieve feiten 27-04 op Vitalski blogt

Piet Hoebeke (1962) is uroloog aan het UZ in Gent. Hij is gespecialiseerd in kinderurologie en in urogenitale reconstructie, dat betekent aandoeningen van de urinewegen en de geslachtsorganen. Hij werkt onder meer met transpersonen. Daarnaast is hij ook decaan van de faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de UGent. Hij komt vaak in de media, was te zien in de reeks Topdokters en heeft zelf een drietal boeken geschreven: ‘De penis’, ‘Gender in de blender’ en ‘De staat van de prostaat’.* “Voor mij is een gedicht lezen een rustpunt in een drukke dag.”

Uit: drie boeken #183: Piet Hoebeke op drie boeken

*(Ook Andy Fierens zelf zou ‘urenlang kunnen vertellen over dat ding’, luister maar: Lulpraat, Saint Amour 2020)

Andy Fierens, het interview

Foto: Kris J.Y. Verdonck

“Het is niet zo dat ik me identificeer met iemand uit de 19de eeuw, maar qua levensstijl en persoonlijkheid ben ik toch niet helemaal compatibel met elektronica en internet. Ik ga er ook heel omhandig mee om: ik druk op verkeerde toetsen, delete abusievelijk dingen die ik moest opslaan en als ik iets bewaar slaag ik er vaak in om het niet meer terug te vinden wanneer ik het nodig heb. Ik ben bij de laatste der Nokianen,” – haalt “een baksteen, zoals mijn kinderen het noemen” uit zijn broekzak – maar het liefst van al zou ik zelfs die kwijtspelen en al mijn telefoontjes door mijn vrouw laten afhandelen. Het wordt erger en erger, mijn afkeer van mails en sociale media. Wat is de meerwaarde?”

Het is maandag, 9 uur ’s morgens en we bellen aan bij taalvirtuoos Andy Fierens. Dichter (vorig jaar nog met de geweldige bundel ‘De Trompetten van Toetanchamon’), woordkunstenaar in het algemeen, en deze maand de gastvisser van Aanlegplaats. Of ja, eigenlijk bellen we aan aan de overkant van de straat. Het bordje ‘tandarts’ bij de deur had ons wellicht al op andere gedachten moeten brengen, maar in de wereld der taalvirtuozen is het zaak een open geest te houden. Gelukkig had Andy ons in de smiezen, zodat we met open geest en al alsnog bij hem aan de keukentafel konden plaatsnemen om het over blogs te hebben. Het lijkt alsof er vogels fluiten, maar daarover later meer. Eerst verder met de kritische beschouwing van het internet!

“Ik gebruik internet vooral als encyclopedie. Als ik iets wil weten, zoek ik het op. Het gebeurt ook vaak dat mijn vrouw en ik tijdens het eten over iets zitten te praten en niet op een naam, een jaartal of de titel van een liedje kunnen komen. Ik kan dan niet gaan slapen voor ik weet wie of wat we precies zochten. En al googelend kom je natuurlijk van het een op het ander. Dat is verslavend en daar ben ik wel gevoelig voor; ik kan mij moeilijk focussen. Internet is als een gevaarlijke vrouw. Puur escapisme. Ik lees veel, dat is natuurlijk evengoed vluchtgedrag, maar anders: een boek neemt je daadwerkelijk mee naar elders. ”

Jij schrijft poëzie, theater, romans, hoorspelen, … Heb je ooit een blog overwogen?

“Nee, ik schrijf in de eerste plaats voor mezelf, ik heb geen nood om alles wat ik doe elke dag of week te etaleren. Ik publiceer ook weinig, terwijl ik veel fantasie heb en voortdurend ideeën en invallen noteer. Ik ben heel snel geprikkeld. Ik droom volledige boeken. Maar ideeën uitwerken is tijdrovend. Terwijl ik ermee bezig ben zijn mijn gedachten vaak al bij een volgend verhaal. Ik heb een speelse geest, als een kwispelend hondje.”

“Al schrijvend geef ik vorm aan een idee, een prikkeling, een ongemak waarvan zich in eerste instantie vaak alleen vage contouren openbaren. Ik krijg mijn ideeën al wandelend, soms ook lezend. Ik heb altijd een notitieboekje bij om ze te noteren, als ik dat niet doe lossen ze meteen weer op. Ik lees ook weleens wandelend, op een of andere manier neemt mijn brein een tekst dan beter in zich op. Ik moet alleen opletten dat ik ondertussen niet tegen een boom, een lantaarnpaal of een agent die het verkeer staat te regelen loop. Ook als ik niet aan het wandelen ben schrijf ik bijna altijd met de hand, in notitieboeken. Zo houd ik de afstand tussen het idee en de tekst beperkt. Daaruit typ ik over, dan print ik het uit en schrijf ik met de hand daarop voort. Een heel proces. Moest ik bloggen, ik zou compleet onleesbare en veel te lange teksten schrijven – op zo’n klavier tikt alles lekker weg en zit je voor je het weet oeverloos te lullen over je zelfgemaakte pad thai of iets anders waar geen kat op zit te wachten. Ik zou enkel bijdragen aan de chaos. Maar anderzijds: zeg nooit nooit.”

Lees je wel online?

“Omdat ik van nature nieuwsgierig ben en voortdurend van het ene naar het andere fladder, zijn er geen auteurs of sites die ik de hele tijd volg, maar er zijn zeker heel veel goede sites en sommige zaken komen op een of andere manier toch regelmatig weer op mijn pad terecht. Via de aanbevelenswaardige column van Steven Van Ammel heb ik de geweldige podcast ‘Backlisted’ leren kennen. Heel tof vind ik ook Fokcast van Fokke van der Meulen, dat gaat voornamelijk over comedy maar mondt uit in meer. Via Steven Boers kwam ik op ‘Drie boeken’ van Wim Oosterlinck, dat vind ik ook interessant. Vorig jaar las ik veel Amerikaanse horror uit de jaren ’80. Michael McDowell was een ontdekking. De laatste tijd lees ik veel over schrijvers, momenteel ben ik bezig in biografieën van Arthur Rimbaud en Mark Twain. Maar online, wat nog…”

Een raadpleging van het beklaagde internet lijkt onontbeerlijk. Met gezonde tegenzin verplaatsen we ons naar de living, waar het bereik beter is. Nu zien we waar het getsjilp vandaan komt! Op de vensterbank staat een kooi met drie vrijpostige parkieten, die ondanks het opendeuruurtje over het traliewerk blijven hoppen. “Op zich ben ik daar niet voor, een vogel in een kooi. Maar mijn vrouw had deze blauwe op straat gevonden. En dan lazen we dat die eigenlijk met twee moeten zijn, dus wij die groene erbij gehaald. Maar toen vond mijn vrouw er nog één, de paarse.” Die dus een echte aanwinst is, hij heeft dit weekend zelfs een truc geleerd – we geven hem even de tijd maar het lijkt er niet op dat hij hem gaat herhalen voor Aanlegplaats. “Ik ben benieuwd hoeveel ze er nog gaat vinden, ze heeft er klaarblijkelijk talent voor.”

Eén voordeel van laptops boven vogels: ze werken op commando. We ploffen neer op een zetel die eveneens direct uit de 19de eeuw lijkt overgevlogen en openen de bookmarks. “Ah ja, kijk: Art & Letters Daily. Dat vind ik boeiende site, net als de cultuurbijlage van The Guardian. Daar heb ik pas nog een goed artikel over Moby Dick gevonden – walvissen, nog een fascinatie.” Ook de blog van Philippe Clerick staat gebookmarked. “Daar heb ik waarschijnlijk ook weer elders iets over gelezen…”

Lees je vaker literaire blogs?

Ja, die van Jo Komkommer vind ik altijd onderhoudend, net als die van Vitalski. Goed geschreven, grappig, fris…

Wacht, dit is de officiële vraag twee van Aanlegplaats: wat maakt een blog goed?

Een goede blog moet vooral verrassend zijn. Het moet me niet bevestigen in hetgeen ik al weet. Dat je iemand leest en denkt: maar zie, er is nog een heel andere wereld! Wat een opluchting.

Ik ben graag verwonderd. Ik vind het fijn dat ik omringd ben door mensen met veel levenservaring van wie ik regelmatig iets nieuws bijleer. Wat dat betreft tel ik mijn zegeningen.”

Je noemde ook humor. Hoe belangrijk is dat?

“Humor is de saus die het leven draaglijk maakt. Er is niets dat ik liever doe dan lachen. Bij voorkeur in een gesprek. Als het spontaan komt, als het moment en de context je bijblijven als een fijne herinnering die je af en toe kunt terughalen. Niet via die internetmemes bijvoorbeeld, dat is zo bedacht. Aan brol geen gebrek op internet. Ik weet nog toen het digitale tijdperk eraan kwam: alles zou veranderen! De mensheid zou met rasse schreden vooruitgaan, we zouden voortdurend in contact staan met de andere kant van de wereld, op een gouden dienblad zou alles wat we maar wilden weten binnen handbereik liggen. En kijk nu, waarvoor gebruiken de meeste mensen internet? Als ze niet aan het scrollen zijn, zijn ze wel aan het swipen. Van porno naar nieuws en weer terug. Dat zegt iets over de mens. Prima dat internet, maar het moet niet ten koste gaan van mijn medemensen.”

“Weet je, ik ben nu bezig aan mijn tweede leven. Toen ik 32 was ben ik bijna gestorven na een zware hersenbloeding. Poëzie had mijn leven al richting gegeven, maar heeft me ook de energie te geven om door te gaan. Ik ben volledig hersteld. En ik merk steeds meer dat ik wil leven, volop leven, in een echte wereld, niet in een virtuele. Internet loopt niet weg, maar andere dingen en momenten wel. Ik geef mijn tijd graag aan echte mensen.”

Mensen en hun slimme apparaten (vangst #114)

Qué será, será. Whatever will be, will be. Een lastige oorwurm voor controlefreaks. Ondanks beheersbare apps en meetmachines glipt er nog steeds van alles van tussen. Mark Nankman fantaseert over toekomstige spiegels die afspraken met de kapper regelen, spiegels die zijn petje te boven zullen gaan. Registreert een hartslagmeter ook de grote glimlach? vraagt David Troch zich af. In afscheidsbrief aan Luuk toont Marie Meeusen dat het leven niet te vatten is in een appje.

Ik vroeg me af hoe ik in een verre (heel verre) toekomst als ik zelf heel oud ben, mijn knipafspraken regel. Ik zal dat natuurlijk nog ouderwets online doen. Met een aftandse laptop. Tegen die tijd zullen slimme spiegels automatisch die afspraken voor ons willen plannen, maar dat zal ik allemaal niet willen begrijpen.

Uit Bromspiratie op Verwoede Noten

Heel even vraag je je af of op zo’n hartslagmeter te zien zou zijn op welke twee momenten je precies de grote glimlach kruiste.

Uit: Beweging #141 van David Troch

Sinds die vermaledijde woensdagochtend in maart dat ik online las dat je hart je in je slaap overmeesterd en tegelijkertijd in de steek gelaten had, wil ik je al een brief schrijven. We zijn nu bijna een twijfelende lentemaand verder. Je miste paasbloemen in de berm van de weg en het koppeltje futen dat in het water gestaag een nest bouwt, met bladeren van modder en twijgjes die alle kanten op vertakken. Je miste ijzige slagregens en verrassende nachtelijke kou. De maan werd voor het eerst sinds je geboorte vol zonder dat je haar invloed voelde.

Uit: Afscheidsbrief aan Luuk (1978-2023) op Huiverinkt

Tussen de plooien van de seizoenen (vangst #113)

Je hebt productieve en spaarzame bloggers. Marieke Groen behoort tot die laatste categorie. Ze schrijft slechts sporadisch stukjes, maar telkens wanneer een nieuw verhaal van haar verschijnt maakt mijn hart een vreugdesprong. Want ze bewaart perfect de balans tussen vreugde en verdriet. Wie bovendien een titel als Net als Barbapapa kan verzinnen, kan bij mij niets verkorven. Laat u meeslepen door haar verhaal Oversized, dat voor de rest niets met Barbapapa te maken heeft.

Zijn er grenzen aan de fantasie van Tom Wouters? Ik begin er ernstig aan te twijfelen. Telkens als ik hem lees, verlang ik opnieuw naar mijn kinderjaren. Het mooie is dat het bij hem ook nooit duidelijk is of het ‘Wahrheit oder Dichtung’ betreft. En al helemaal niet in het wonderlijke en heerlijk absurde Vereniging der Zuid-Nederlandse encyclopedisten – waarvan ik stiekem hoop dat het allemaal op Wahrheit berust.

Bij Katrin Van de Velde twijfel je nooit aan de echtheid van haar verhalen, noch aan haar oprechtheid. Wanneer het miezert in haar leven is ze op haar allerbest. In Dinsdag 28 maart 2023 neemt ze de lezer bij de hand naar het land dat duizend en één regensoorten kent: Schotland. Het stuk is zo mooi dat je stiekem uitkijkt – in dit langste aller tussenseizoenen – naar het aanbreken van de volgende herfst.

Ik liep door, maar merkte dat ik een beetje van mijn stuk was. Onopvallend bekeek ik mezelf in het spiegelende glas van een pand dat ik passeerde. Ik liep de brug over, koos het knuppelpad en de hele tijd dacht ik aan de jongens en aan wat ze hadden gezegd. Tegen mij, een volwassene. Kutkinderen, zei ik zachtjes in mezelf.’

Uit: Oversized van Marieke Groen 

Bovendien hadden ze zich tot doel gesteld om een encyclopedie te schrijven met “uniek wetenswaerdig materiaal”, en dus schreef de notulist van dienst telkens alleen die feiten op die maar één van hen kende. Zodra iemand te kennen gaf dat hij ook al gehoord had van ‘dat merkweerdig verschijnsel’ of ‘die eigenaerdige plant’, kwam dat onderwerp niet langer in aanmerking voor het naslagwerk waar ze aan bezig waren. Ze streefden niet naar volledigheid, maar naar uitzonderlijkheid. De lat lag dan ook bijzonder hoog in zo’n belezen kring, en op heel wat avonden werd er niets genoteerd.’

Uit: Vereniging der Zuid-Nederlandsche Encyclopedisten van Tom Wouters

Ik was een beetje uitgetoond. En uitgepraat.
Niemand ziet mijn gepersonaliseerde armbanden.
Niemand ziet mijn nieuwe kapsel.
Niemand zag mijn oude kapsel.
Niemand ziet mijn mooie, zorgvuldig uitgezochte kleren.
Niemand zag me stikken in een saffraanpil.
Niemand hoort mijn roep om hulp.
Niemand ziet mijn -7 kilo.
En al helemaal niemand ziet wat daar allemaal onder zit.’

Uit: Dinsdag 28 maart 2023 van Katrin Van de Velde

Verre wijsheid (vangst #112)

We zouden niet neerbuigend durven te doen over de wijsheden die onze westerse tradities hebben opgleverd (de Verlichting! Marcus Aurelius! P.G. Wodehouse!), maar soms moeten we geheeld worden door tradities die ver van ons staan.

In een poging om lichaam en geest weer te verenigen, zoekt Marc Reugebrink een voorbeeld van waarlijk holistisch denken in Nieuw-Zeeland. Vincent Merckx probeert dan weer grip te krijgen op de veranderlijke werkelijkheid met hulp uit Japan.

Eveline Vanhaverbeke ten slotte brengt verslag uit van haar ervaringen in Peru, waar ze haar zieke lichaam naartoe bracht om er zichzelf weer terug te vinden. We citeren een stukje over een dwergkonijn, en doen daarmee de tekst (en de hele blog, iets levenskrachtiger en liefdevoller zult u nergens lezen) ernstig tekort.

het kost veel moeite om op een manier te denken die dichter staat bij de denkwijze van wat wij hier wel eens ‘natuurvolkeren’ noemen. In Nieuw-Zeeland schijnen vertegenwoordigers van één van die ‘natuurvolkeren’, de Maori, het in 2014 bij een gerecht voor elkaar gekregen te hebben dat een bepaalde rivier — de Whanganui —  erkend werd als rechtspersoonlijkheid. Daar lijken we hier nog ver van verwijderd. Het risico dat de Rijn, de Maas of de Schelde dan het ene na het andere proces beginnen aan te spannen, is tamelijk groot.

Uit Leve het lichaam, op De Inwijkeling

Ik vloekte inwendig, opnieuw moest ik vaststellen dat de dingen hetzelfde weigerden te blijven, ondanks alle inspanningen en goede voornemens blijkt de wereld aan elkaar te blijven hangen van onvolkomenheden en mislukkingen en lessen uit het oosten.

Uit Vrijdag 10 maart: Japanners op Vrijdag

toen ik tijdens een ayahuasca-ceremonie in een andere dimensie had vertoefd, had ik ineens de vraag gekregen zelf een arcana (een beschermdier) te kiezen. Mijn gedachten werden onweerstaanbaar naar W toegetrokken, ons konijntje dat na tien jaar van onvoorwaardelijke liefde vorige zomer was gestorven. Zonder verder nadenken had ik gezegd “konijn”. Later die nacht, toen ik terug nuchter was, voelde ik even iets van spijt. Moest een dwergkonijn me nu levenslang beschermen?

Uit Het bodemloze vat gevuld met liefde op Flow with life

De vangst van Johanna Pas (vangst #111)

Blogs kunnen nieuwsgierig maken naar het werk van een auteur. Hongerig naar meer. Soms kan dit een voorbode zijn van het goede boek dat ze schrijven en dan geniet je van het feit dat de woorden van de blogger – andere woorden dan die je online vond – opeens een plek op papier hebben gevonden.

Andere blogs zijn uit zichzelf genoeg. Ze maken gebruik van de mogelijkheid die het format hen biedt om met een afbeelding en een korte sprekende tekst de lezer heel even te vangen, uit haar comfort zone te halen of juist herkenning te bieden, of het meest feestelijk van al: een glimlach op de lippen van de achteloos scrollende bezoeker te toveren.

Net als in het echte leven (en in boeken) ben ik op het web zoek naar beide: geef me herkenning, bied me een spiegel, én tover me naar een andere wereld die ik niet ken maar wil ontdekken, die me een beetje bang maakt, maar die jij voor mij toegankelijk maakt.

Bene Van Eeghem laat haar taligheid en kunde zien in haar korte tranche-de-vies. Merel de Vilder Robier tovert met een eigenzinnige stijl, korte stukjes voor tussendoor en een bijpassende foto een glimlach op mijn lippen. En Anne Broeksma weet in haar blog Notulen bij het ongerijmde mijn blik te verruimen. Ze is geen veelposter (Er is hier de afgelopen tijd niets verschenen, dus ik hoop maar dat ik geen volgers heb), maar schrijft in halflange, mooie, wat zeg ik, literaire, stukken verslagen die me uit mijn huis halen. Ze neemt me mee naar elders, naar waar ik nooit zal komen: Tanzania, een moestuin…

Wat ze gemeen hebben is het tegenstrijdige verlangen dat ze uitlokken: allemaal verleiden ze me om hun verhaal te lezen, me in hun teksten te verdiepen, terwijl ze tegelijkertijd een heimwee oproepen, een verlangen om de deur uit te gaan, de natuur te zien, mensen te ontmoeten, me los te rukken van mijn beeldscherm.

“’s Avonds loopt het strand gestaag leeg. Geen mens die nog tussen zand en zee in staat. De lucht verandert van blauw naar gelig, oranje en rood, met witte strepen ertussenin. Tegen negenen zijn de badgasten compleet verdwenen en viert het kleurenpalet weer hoogtij. Net zoals het dat ’s ochtends deed. De meeuwen krijsen een fractie zachter en speuren naar die laatste achtergebleven kruimels. De wereld draait verder, niks lijkt veranderd. En daar in de verte ligt nog steeds de zee.”

uit: Zeezien van Bene Van Eeghem

“Zoals altijd met genoegen en voldoening, voldaan den opkuis van de feeste gedaan.

De warme, wanordelijke, luide feeste.

Alle pijnen en zorgen, alle kwalen en kwaadheid, al het vuil voor dienen avond weggepoetst.

Zelden is volmaakt het leven, maar de feeste wel.

Altijd.

Ook als ze’t niet is.”

uit: uit het dagboek – notitie van 1 februari 2023 van Merel de Vilder Robier

“Het aanleggen van paadjes zit diep. Bij mij, bij mijn soort. Al kunnen niet-menselijke dieren er ook wat van. Toen ik in het eerste coronajaar een diersporenopleiding deed, begon ik in elke rimpeling, elke geknakte grasspriet, een dierenpaadje te herkennen. Opeens krijg je er oog voor.”

uit: Moestuin jaaroverzicht 2022 van Anne Broeksma

Johanna Pas, het interview

Johanna Pas

Wij hadden de eer om Vlaanderens zachtste kracht een paar vragen te stellen over bloggen en schrijven op het net. Johanna Pas is literair vertaler en auteur. Ze was eigenaar van lgbtq-boekhandel en -uitgeverij Kartonnen Dozen en maakt deel uit van de Klimaatdichters en Watlab. Onlangs verscheen bij Poëziecentrum haar prachtige dichtbundel “Was, of hoe ik mijn huid verloor”. Ze schreef ook de teksten voor het boek “Voor mij alleen” met foto’s van Koen Broos en samengesteld door Lies Colman.

  1. Een blog. Waarom heb je er zelf (g)een?

Ik heb een blog gehad. Daarop postte ik gedichten en korte teksten, meestal met een afbeelding. Die deelde ik dan via Facebook of met abonnees en ik verstuurde maandelijks een nieuwsbrief waarin de meest recente posts stonden.

Meer en meer namen mijn posts op Facebook de rol van mijn blog over. Het leek omslachtig. Ook technisch moest ik mijn site en blog up-to-date houden en dat vond ik steeds moeilijker. Mijn dagelijks werk in de boekhandel nam ook steeds meer tijd in beslag en daarvoor moest ik al zoveel uren achter de computer zitten én social media onderhouden én nieuwsbrieven maken. Dat wilde ik voor mijn eigen creatieve teksten niet ook nog eens doen.

Zo lang ik mijn blog had, heb ik er wel veel plezier aan beleefd. Het was een directe manier om met een publiek te communiceren en mijn teksten te “testen” – tussen lezingen en publicaties door, en bovendien was het voor mezelf ook een soort archief van wat ik doorheen de tijd had gecreëerd, waarin ik zelf soms op zoek ging naar een gedicht dat ik ergens voor wilde gebruiken.

Nu heb ik mijn website vereenvoudigd tot mijn recent werk en gebruik ik social media om te communiceren met mijn lezers (een Facebook-groep voor teksten, een LinkedIn-profiel met meer info over wat ik doe en mijn professionele achtergrond, Instagram voor korte gedichten met beeld erbij).

  1. Wie zou er absoluut een blog moeten beginnen, en waarom?

Wie goed is in korte teksten schrijven, zou een blog kunnen beginnen. En van sommige auteurs zou ik het leuk vinden om tussen hun gepubliceerde werken door ook af en toe een kort stukje te kunnen lezen omdat ik zo hongerig ben naar hun werk en het geduld niet heb om op een nieuw boek te wachten. Een blog is daarvoor een perfect medium omdat de teksten bereikbaar en vindbaar blijven. Social media zijn vluchtiger. Daar verdwijnt het in een lange rij.

  1. Wij, bij Aanlegplaats, zoeken er al een tijdje naar, en we krijgen het maar niet scherp: wat maakt dat een blog echt goed is?

Ik heb het hier nu specifiek over literaire blogs. Wat ik goed vind zijn korte teksten die je meteen grijpen, teksten die losstaan van elkaar. Wat me ook aantrekt: mooie zelfgemaakte foto’s of afbeeldingen bij een post. En een goede zoekfunctie, waardoor je later teksten kan terugvinden die je eerder gelezen hebt en die je hebben aangesproken.

Er zijn ook blogs waarop een langer verhaal wordt verteld, eventueel opgedeeld in korte stukken die een voor een worden gepubliceerd. Dat vind ik ook wel een interessant idee, maar ik merk dat het voor mij niet goed werkt. Liever kan ik op een willekeurig punt in de blog aanhaken en door elkaar heen teksten lezen in plaats van op een vaste volgorde.

Verder denk ik dat het met blogs net zo is als met boeken: gelukkig is er een grote diversiteit zodat er voor elk wat wils is. Elke lezer vindt iets anders belangrijk en omdat er een grote keuze is, vindt ieder zijn of haar gading.